Hoe kunstmatige intelligentie 300 miljoen banen op de tocht zet

De brede invoering van kunstmatige intelligentie laat niet alleen de maatschappij, maar ook de wereldeconomie op haar grondvesten schudden, stelt nieuw en visionair onderzoek. Dat is opwindend én angstaanjagend, vindt .
Illustratie Anne van Wieren

Het gaat hard met kunstmatige intelligentie (AI). Erg hard. In 2021 werd er wereldwijd 94 miljard dollar in geïnvesteerd, waarvan 53 miljard alleen al in de Verenigde Staten. Dat is vijfmaal meer dan in 2016. En zelfs als het groeitempo ervan gematigd blijft, zullen de Amerikaanse investeringen in 2030 zo’n 1 procent van het bbp bedragen. Dan bedragen die uitgaven 340 miljard dollar.

Deze schattingen zijn afkomstig van de Amerikaanse zakenbank Goldman Sachs, die deze week een rapport over AI uitbracht. Dat rapport kan in zijn voorspellende waarde wel eens de moderne evenknie worden van het fameuze Goldman-onderzoek van twintig jaar geleden waarin de opkomst van de ‘BRICs’ werd voorspeld: Brazilië, Rusland, India en China.

De inhoud van het AI-onderzoek van Goldman is even opwindend als angstaanjagend. Laten we beginnen met het opwindende deel: AI als oplossing voor de afnemende welvaartsgroei in de wereld. Als een impuls, kortom, voor een wereldeconomie die behoorlijk vaart aan het verliezen is.

Dat verlies aan snelheid heeft vooral te maken met een afnemende productiviteitsgroei. We slagen er steeds minder goed in om met dezelfde inzet van arbeid en kapitaal méér goederen en diensten te maken. Nu zou je kunnen zeggen dat al die groei niet nodig is – degrowth, ontgroeien, is de slogan waarmee de planeet moet worden gered van opwarming, vervuiling, uitputting en afnemende biodiversiteit. Maar ook in dat geval is een productiviteitsstijging zeer gewenst: want het stelt je in staat om juist met mínder arbeid en kapitaal dezelfde hoeveelheid goederen en diensten te blijven maken.

Afnemende productiviteitsgroei is dus sowieso ongemakkelijk. Kijk maar eens hoe de productiviteitsgroei per decennium is afgenomen.

De  Nederlandse  productiviteitsgroei daalde de afgelopen tien jaar naar een recordlaagte.

Alleen na 1989 was er lange tijd weer een stijging, vooral door globalisering en internationale stabiliteit.

Het verloop van de  Duitse  productiviteitsgroei lijkt sterk op dat van Nederland.

En dat geldt, iets gematigder, ook voor de  Verenigde Staten .

Productiviteitsgroei ligt ten grondslag aan welvaartsgroei. De Wereldbank sloeg daarom afgelopen week alarm. Stijgende welvaart mag voor het Westen misschien niet zo erg nodig worden gevonden, maar vertel dat maar eens aan de miljarden mensen die elders hun leven en omstandigheden proberen te verbeteren. Voor hen is toenemende welvaart geen luxe, maar noodzaak. En als dat kan door hogere efficiëntie en minder verbruik, dan is dat dubbele winst.

Bedroeg de welvaartsgroei in het eerste decennium van deze eeuw nog mondiaal gemiddeld 3,5 procent, in het tweede decennium was dat 2,6 procent en in het huidige, naar verwachting van de Wereldbank, nog maar 2,2 procent. Om dat op te schroeven is er het geijkte recept: meer investeringen, beter onderwijs en grotere arbeidsparticipatie, zodat meer mensen met meer kennis en betere gereedschappen aan de slag gaan.

Wat heeft dat allemaal met AI te maken? Volgens het Goldman-rapport zo’n beetje alles. Met name in de dienstensector zijn er enorm veel functies die geheel of gedeeltelijk door AI kunnen worden ingevuld. Van administratief medewerkers tot marketeers, van architecten tot advocaten. In de VS en Europa raakt het aan zo’n twee derde van alle banen. En geschat wordt dat AI tot wel een kwart van alle huidige voltijdsbanen zal vervangen. Als je dat op wereldschaal berekent, kom je, aldus de zakenbank, op zo’n 300 miljoen banen die door AI zullen worden weggevaagd.

Dat is angstaanjagend, maar kun je ook opwindend vinden: de productiviteit krijgt er een enorme slinger van, en groeit in westerse landen met bijna anderhalf procent per jaar extra. Dat is veel. Het zou zo’n beetje een verdubbeling betekenen van de gemiddelde productiviteitsgroei sinds de financiële crisis van 2008. In opkomende landen en ontwikkelingslanden is de impuls iets kleiner, omdat daar verhoudingsgewijs (nog) minder banen zijn die door AI kunnen worden vervangen.

In Westerse landen kan tot een kwart van de banen verdwijnen door AI.

Maar dat zorgt wél voor een unieke extra  stijging van de productiviteit. 

Vanaf dit punt begint het angstaanjagende toch wel te overheersen. Allereerst het karakter van AI zelf. Een grote groep van economen, computerspecialisten en zakenlieden, onder wie Elon Musk, ondertekende deze week een open brief waarin ze waarschuwden voor een gevaarlijke ‘wapenwedloop’ tussen nieuwe AI-systemen – zoals ChatGPT – die niemand, ook de ontwikkelaars zelf niet, kan begrijpen, voorspellen of beheersen.

Er is meer. Komen er nieuwe banen, die we nu nog niet kennen, in de plaats van de banen die AI overbodig maakt? Is er in de overgangsfase juist minder werk, en hoe wordt dat dan verdeeld? Komt er te veel macht, en winst, in de handen van eigenaars en patenthouders van de nieuwe technologie, ten koste van de factor arbeid én de weggevaagde concurrentie? Met andere woorden: komt die fantastische extra stijging van de productiviteit straks ten goede aan een kleine groep, en niet aan de maatschappij als geheel?

Als je dat in goede banen weet te leiden, kunnen we er met zijn allen flink op vooruitgaan. Zie de productiviteitsgolven die na revolutionaire uitvindingen als de elektromotor (voor de industrie) en de pc plaatsvonden.

Rond 1890 begon de ontwikkeling van de elektromotor.

Dat gaf in de periode 1919 - 1934 een productiviteitspiek na brede invoering.

In 1989 werd de pc uitgevonden.

Dat gaf wederom een productiviteitspiek na brede invoering.

Let wel: het Goldman-rapport gaat vooral over ‘generatieve’ AI, zoals GPT (Generative Pre-trained Transformer), die kan creëren, zoeken, schrijven, programmeren en problemen oplost. Een ‘dienstenfenomeen’, dus. In de industrie moet je AI zoeken in slimme machines en robots, productieprocessen en diagnostiek. Daar rukt het minder zichtbaar op.

Die opmars is relevant nu veel landen de productie van allerlei goederen liever naar eigen bodem halen. Want de geo-economische fragmentatie rukt op, en de zekerheid van complexe mondiale leveringsketens neemt af. Beter om meer zelfvoorzienend te zijn – zie alle plannen voor de productie van computerchips op eigen bodem. Als vergaande robotisering voorkomt dat de kosten te veel oplopen, is dat onweerstaanbaar. En komt er geen mens meer aan te pas. Over angstaanjagend gesproken.