Jaap van Baar speelt een rol in het lobby- en overlegcircuit waar over de toekomst van het Europese voetbal wordt beslist.

Foto Olivier Middendorp

Interview

Jaap van Baar, de financieel directeur van PSV, vindt de verdeling van geld in de Champions League scheef

Voetbal Jaap van Baar, financieel directeur bij PSV, onderhandelt met grote clubs als Manchester City en Paris Saint-Germain over de verdeling van inkomsten uit de Europese toernooien vanaf 2024. „De verschillen worden in absolute zin groter.”

Vraag supporters van PSV welke wedstrijd het meest bepalend is geweest voor dit seizoen en de kans is groot dat ze het thuisduel van eind augustus tegen Rangers FC noemen. Kleine nederlaag (0-1), grote sportieve en financiële consequenties: voor de vierde keer op rij geen Champions League in Eindhoven.

Toch vond Jaap van Baar, financieel directeur van PSV, de wedstrijden tegen AS Monaco eerder die maand „tien keer stressvoller,” vertelt hij tijdens een gesprek in het Philips Stadion. PSV won met veel geluk, maar dat bedoelt hij niet. Van Baar heeft het over wat er op het spel stond voor de club. Door AS Monaco uit te schakelen kwam PSV niet alleen een stap dichter bij deelname aan de Champions League, het verzekerde zich van een ‘verliezersbonus’ van 5 miljoen euro, en een vol stadion, mocht Rangers te sterk blijken in de play-offs. Dat geld kon PSV goed gebruiken, bleek uit de berekeningen van Van Baar.

„Ik wist, als we tegen Monaco niet winnen, moeten we echt saneren. Dat zou de hele club raken. We hadden moeten snijden in heel veel van onze plannen. De druk om spelers te verkopen bleef groot, maar de organisatie kon doordraaien. Voor mij was de opluchting na Monaco daarom groter dan het verdriet na Rangers.”

Van Baar (43) weet hoe cruciaal de inkomsten uit Europees voetbal zijn voor een club als PSV. En hoe onzeker. Hij promoveerde naar de directie op 2 september 2021, een week nadat PSV – deze keer met veel pech – in de play-offs voor de Champions League was uitgeschakeld door Benfica. Een maand later moest hij een netto verlies van 23 miljoen euro bekendmaken en eisten de commissarissen van de club een „niet-vrijblijvend” plan om het eigen vermogen op te krikken. „Dat klonk dwingend en dat was het ook”, zegt Van Baar. „En terecht”.

Van Baar, geboren in Brabant maar opgegroeid in Noord-Limburg, werkte ruim vijf jaar als financieel manager onder toenmalig operationeel directeur Peter Fossen. Hij heeft veel gemeen met zijn voormalige baas. Net als jurist Fossen is hij geen „voetbalman”. Van Baar deed Hotelschool in Maastricht en studeerde economie in Rotterdam voordat hij via managementfuncties bij PostNL en Eredivisie Media & Marketing bij PSV terechtkwam. Zijn overstap is niet toevallig. Van Baar is sportliefhebber en wilde ergens werken waar hij veel affiniteit mee had. „Een cfo-functie bij een bouwbedrijf of elektronicaconcern zul je mij niet zo snel zien doen.”

Fossen kwam weinig in de publiciteit, Van Baar zo mogelijk nog minder. Net als zijn voorganger is hij invloedrijk achter de schermen. Bij PSV natuurlijk, maar vooral ook in het internationale lobby- en overlegcircuit waar over de toekomst van het Europese voetbal wordt beslist. Over de toernooien, de contracten, de premies. Daar probeert hij, simpel gezegd, de belangen van de kleinere clubs te verdedigen tegenover de macht van de voetbalelite, die financieel steeds verder wegloopt bij de rest. Hoe? Goed geïnformeerd en constructief, geen man van de confrontatie, zo omschrijft een voetbalbestuurder hem.

Deze maandag reist Van Baar naar Boedapest voor de jaarvergadering van de European Club Association (ECA), de belangenvereniging van clubs die regelmatig Europees voetbal spelen. Vanaf 2024 verandert de opzet van de Europese toernooien (meer deelnemers, meer wedstrijden), waardoor de inkomsten verder toenemen. Over de cruciale vraag hoe die straks worden verdeeld, is nog geen duidelijkheid. Van Baar zit, met vertegenwoordigers van Manchester City, Paris Saint-Germain, Bayern München, AS Roma, FC Kopenhagen, HJK Helsinki en Malmö FF, in een commissie die de UEFA daarover adviseert. De ECA heeft een heel belangrijke stem. „De UEFA kan dat advies niet zomaar naast zich neerleggen”, zegt Van Baar.

Hoe bent u in die commissie terechtgekomen?

„Edwin van der Sar [algemeen directeur Ajax] zit in het bestuur van de ECA en heeft voor mij gepleit, we trekken als Nederlandse topclubs veel samen op. Maar ik vertegenwoordig in die commissie alle clubs van een vergelijkbare statuur, clubs uit de hogere Europese middenmoot en een deel van de subtop. Van Club Brugge tot FC Kopenhagen.”

Wat is uw inzet?

„Ik wil de verschillen kleiner maken. Nu gaat er ruim 2 miljard euro naar de clubs die Champions League spelen, meer dan vier keer zoveel als naar de Europa League en ruim acht keer zoveel als naar de Conference League. Dat doet geen recht aan het sprookje dat de UEFA zo graag verkondigt, dat ze het speelveld gelijker wil maken en ook bijvoorbeeld FC Sheriff de Champions League kan winnen. En het geeft enorme onzekerheid voor clubs die zich niet automatisch plaatsen voor de Champions League. Daar kun je nauwelijks een begroting op maken.

„Ook de verdeling van premies bínnen de Europese toernooien moet eerlijker. Als AC Milan de kwartfinale van de Champions League haalt, verdienen ze veel meer dan een kleinere club die even ver of zelfs verder komt. Dat komt omdat de historische prijzenkast en nationale televisiecontracten zwaar meewegen in het prijzengeld.”

U zit aan tafel met vertegenwoordigers van de topclubs. Hoe reageren die op uw nivelleringsplannen?

„Die zeggen: wij hebben de beste spelers, wij halen het geld op, wij maken het voetbal groot. Kijk naar de Champions League, die is goed voor bijna 90 procent van de Europese inkomsten. Vind je het gek, zeg ik dan. De Champions League is twee avonden per week op televisie, en ook nog eens de eerste twee avonden. Als ik twee dagen thuis voetbal kijk, zeggen ze op donderdag ook: zet hem op iets anders. Natuurlijk, in de Champions League spelen de beste spelers en daar betalen ze voor, maar de verdeling is scheef.

„Het is trouwens niet zo dat alle topclubs dezelfde belangen hebben. In de Premier League wordt nu zoveel meer verdiend aan de eigen media-inkomsten dat het voor een club als City niet zo erg is als er meer geld naar bijvoorbeeld de Conference League gaat. Dat betekent dat het verschil met concurrenten als Real Madrid en Bayern München in ieder geval niet kleiner wordt.”

Manchester City wordt ervan beschuldigd dat het regels voor Financial Fair Play heeft overtreden. PSG is daar eerder voor bestraft. Zegt u hier iets over tijdens zo’n vergadering?

„Daar wordt niet of nauwelijks over gesproken. Ik begin er ook niet over. Als revolutionair binnenkomen is zinloos, daar bereik je niets mee. Datzelfde geldt voor de nieuwe opzet van de Europese toernooien. Daar kan ik van alles van vinden, maar die ligt vast. Het is niet zo dat we drie uur lang verhitte discussies voeren. Wij moeten zorgen dat we tot een advies komen over de verdeling van gelden waar we allemaal achter staan. Dan kan de UEFA er eigenlijk niet omheen en worden we niet tegen elkaar uitgespeeld omdat we onderling nog discussies hebben”

Een kleine twee jaar geleden probeerden twaalf topclubs zich af te scheiden in de Super League. Dat plan sneuvelde, maar is niet begraven. Beïnvloedt de dreiging van een Super League de huidige discussie?

„Impliciet wel. Als wij eisen dat alles gelijk verdeeld wordt, prikkel je de topclubs om eruit te stappen. En je moet er ook niet aan denken dat de tien beste clubs niet meer meedoen aan de Champions League. Maar er ligt nog geen concreet plan voor een Super League, dus dat staat ook niet op de agenda.”

Wordt het gelijkwaardiger?

„Ik denk het wel. Er is ook veel druk van de nationale competities die er geen baat bij hebben als een paar topclubs té dominant worden. Dat komt de spanning niet ten goede. Maar ik verwacht geen grote verschuivingen. Procentueel zal het deel van de taart dat naar de Europa League en de Conference League gaat wat groeien, hoop ik. Probleem is dat de totale inkomsten stijgen en daardoor worden de verschillen in absolute zin groter. Dat is het hoogst haalbare. En ja, dat vind ik problematisch.”

PSV heeft in de winterstop zijn twee beste spelers (Cody Gakpo en Noni Madueke) verkocht om de financiën op orde te krijgen. Hebben jullie te veel risico genomen?

„We waren niet aan het gokken bij PSV, wel aan het ondernemen. En er zijn allemaal excuses, we zaten er soms dichtbij, maar als je de verwachtingen structureel niet waarmaakt, moet je een keer op de rem trappen. Wij hadden veel spelers die we niet gebruikten, maar die wel geld kostten in salarissen en afschrijvingen. Daardoor begonnen we de afgelopen seizoenen met een tekort van 40 miljoen euro, een bedrag dat we moesten goedmaken met transfers. Dat geeft een enorme druk. Nu hebben we financieel orde op zaken gesteld. Natuurlijk hadden we Gakpo liever in de zomer verkocht, maar we konden het risico niet lopen dat de transfer om wat voor reden dan ook niet door zou gaan.”

In de zomer vertrok technisch directeur John de Jong vanwege een vertrouwensbreuk met de commissarissen. Hoe kijkt u daarop terug?

„Dat vond ik moeilijk. Ik heb jarenlang goed samengewerkt met John. Het was ook niet nodig. Die situatie is slecht gemanaged en dat hebben de commissarissen ook erkend. Aan de andere kant: we werken bij een voetbalclub. Als de resultaten structureel tegenvallen, zijn de mensen die over het technische beleid gaan vaak als eerste de klos.”

Heeft u overwogen op te stappen?

„Geen moment. Als ik geen waardering voel, ben ik weg, maar dat is niet zo. En de club is er niet mee geholpen als de hele directie was opgestapt.”