Opinie

De ‘magische’ formule voor goede relaties

Column

Ben Tiggelaar

Hoeveel complimenten moet ik jou geven, voor ik iets kritisch mag zeggen? Drie? Vijf? En kun je zoiets eigenlijk wel uitrekenen? De P/N-ratio noemen psychologen het. De verhouding tussen positieve en negatieve interacties in een relatie. Er wordt nu al ruim dertig jaar onderzoek naar gedaan. Maar er is ook veel kritiek.

Vanaf de jaren zeventig onderzochten psycholoog John Gottman en zijn collega’s duizenden pasgetrouwde stellen. Via gesprekken, vragenlijsten, maar ook met geavanceerde metingen in Gottmans laboratorium. In een inmiddels klassieke studie begin jaren negentig spraken 124 pasgetrouwde stellen telkens vijftien minuten over twistpunten in hun relatie. Tijdens dit verbale conflict werden bij hen de hartslag en andere fysieke reacties gemeten. Ook werd alles op video vastgelegd en na afloop per seconde geanalyseerd door getrainde beoordelaars. Wat zeiden de echtelieden precies? En hoe? En wat waren hun emotionele reacties? Vervolgens werden de stellen zes jaar lang gevolgd. De onderzoekers ontdekten dat ze op basis van de opnames in het lab accuraat konden voorspellen welke stellen zouden scheiden.

Op basis van zijn onderzoek formuleerde Gottman later de vuistregel dat een gelukkig en stabiel huwelijk een P/N-ratio van minimaal 5/1 vergt. Ook stelde hij dat er vier dingen zijn die je echt niet moet doen, omdat ze hevige en langdurige negatieve emoties oproepen.

1. Persoonlijke kritiek: „Altijd hetzelfde: als het druk wordt, dan ben jij er niet.”

2. Verdedigen, terugslaan: „Wat? Als iemand het hier druk heeft, dan ben ík dat wel.”

3. Minachting, kleineren: „Druk? Ha, met zinloze klusjes die niemand interesseren.”

4. Onverschilligheid, negeren: „Ik praat niet meer met jou.”

Gottmans onderzoek werd wereldberoemd nadat Malcolm Gladwell er uitgebreid over schreef in zijn bestseller Blink, in 2005.

Vlak daarna belandde de P/N-ratio echter in een vrije val. Dat kwam door een publicatie van psychologen Marcial Losada en Barbara Fredrickson. Zij deden onderzoek naar teams en stelden vast dat 2,9/1 de ‘critical positivity ratio’ was voor goed samenwerken. Ook probeerden ze hun observaties te vertalen naar een wiskundige formule. Dit rekenwerk bleek echter iets te fantasierijk en na kritiek van collega’s moesten Losada en Fredrickson dit deel van hun onderzoek terugtrekken. Wat overigens niet heeft verhinderd dat hun werk nog altijd wordt gebruikt als ‘bewijs’ in allerlei HR-publicaties.

De twee voornaamste critici, psychologen Harris Friedman en Nick Brown, noemden de afgelopen jaren niet alleen het werk van Losada en Fredrickson, maar het hele zoeken naar P/N-ratio’s een geval van wishful thinking. Hoe kun je bijvoorbeeld in een huwelijk een aantal oppervlakkige complimenten (of dat er nu drie of vijf zijn) vergelijken met een dronken ruzie waarbij huiselijk geweld komt kijken, vroegen zij zich af.

Volgens Friedman en Brown is het begrijpelijk dat mensen verlangen naar een eenvoudig, ‘magisch’ getal voor goede relaties. Maar het op één hoop gooien van totaal verschillende interacties en emoties in totaal verschillende situaties is wetenschappelijk niet verantwoord.

Hoe nu verder? Ik gebruik Gottmans adviezen eerlijk gezegd nog graag als een soort vangrail. Maar wel met een kanttekening van Friedman en Brown: staar je niet blind op een perfecte ratio, maar vraag je gewoon af wat de ander fijn vindt en richt je daar een beetje op. Dat is vaak al magisch genoeg.

Ben Tiggelaar schrijft wekelijks over persoonlijk leiderschap, werk en management.