Recensie

Recensie Boeken

Claire Keegan schreef een mooie novelle over een klein meisje dat in een wereld belandde waar alles mooier en zachter was

Claire Keegan Ze schreef een subtiele novelle over een klein Iers meisje dat uit logeren gaat bij een kinderloos echtpaar. Daar belandt ze in een weldadige wereld, die prachtig wordt beschreven.

Het naamloze meisje belandt bij het kinderloze echtpaar Kinsella in een weldadige omgeving.
Het naamloze meisje belandt bij het kinderloze echtpaar Kinsella in een weldadige omgeving. Foto Getty Images

Op een zondagochtend rijdt een vader met zijn dochtertje over het Ierse platteland naar de kust. Het meisje gaat logeren op de boerderij van het kinderloze echtpaar Kinsella. Zij is het tijdelijke pleegkind, de kleine titelheldin uit de novelle van Claire Keegan die oorspronkelijk verscheen in 2010 en nu in het Nederlands is vertaald. Het meisje is ook degene die het verhaal vertelt. ‘We komen door het dorp Shillelagh, waar mijn vader onze rooie shorthorn verspeelde met klaverjassen.’

Wanneer de vader haar bij de Kinsella’s heeft afgeleverd, rijdt hij weg mét haar koffer: hij is vergeten die uit de auto te halen. Wanneer mevrouw Kinsella het meisje verwelkomt, likt ze aan haar duim ‘en veegt daarmee iets van mijn gezicht. Ik voel hoe haar duim, die zachter is dan die van mijn moeder, wat er ook maar zit wegveegt.’ En zo geeft Keegan in een paar regels een beeld van de stroeve wereld waar het meisje vandaan komt, en zachtere wereld waarin ze is terechtgekomen.

Het meisje, dat het hele boek door naamloos blijft, weet waarom ze uit logeren is gestuurd: haar moeder staat op punt van bevallen en heeft het al druk genoeg met de andere kinderen. Haar nieuwe omgeving is weldadig kalm. Mevrouw Kinsella is aardiger dan haar moeder, meneer Kinsella een vriendelijke rots. Keegan weet de gemengde gevoelens en het loyaliteitsconflict van het kind goed te treffen. Thuis is lang niet alles goed en prettig, maar dat is haar wereld, daar weet ze wat ze kan verwachten; hier is alles nieuw, en misschien wel beter – mag ze zich daar zomaar aan overgeven? ‘Er zit meer water in dit bad dan ik thuis ooit heb gehad,’ denkt ze als ze in bad ligt. Bovendien is het water helemaal voor haar alleen, ze hoeft ze het niet met haar broertjes en zusjes te delen.

Het is niet zo dat ze in het paradijs is beland. De Kinsella’s zijn gewone mensen, die een kleine boerderij draaiende proberen te houden; maar het zijn wel mensen die deugen, en het kind de aandacht geven die ze blijkbaar nooit heeft gehad. Wanneer het meisje naar haar eerste nacht in een nat bed wakker wordt, wil ze het vertellen, ‘het gewoon bekennen en dan naar huis teruggestuurd worden,’ maar mevrouw Kinsella zegt dat die ouwe matrassen nu eenmaal enorm zweten. ‘Hoe kon ik je hierop laten slapen?’ Samen slepen ze het matras de trap af om het in de zon laten drogen. Het woord waar het om draait, ‘bedplassen’, valt geen enkele keer, en dat is goed gedaan door Keegan, ze laat de lezers de conclusie trekken. Keegans subtiele aanpak werkt goed. Nergens wordt de vertelstem van het kind al te zoet en ontroerend voor de volwassen lezer, die uit wat het kind vertelt bredere conclusies kan trekken dan het kind zelf.

Het meisje werkt mee in de huishouding, maakt een dodenwake mee, en ontdekt wat voor drama verbonden is met de kamer waarin ze slaapt. Als ze terugkeert naar huis, is ze veranderd: ze kijkt met andere ogen naar de wereld waar ze vandaan komt – en dat blijkt moeilijk genoeg.

Claire Keegan schreef Pleegkind als verhaal voor The New Yorker en breidde het later uit tot deze kleine, piekfijne novelle. De Nederlandse uitgever zet ‘roman’ op de cover, maar dat is onzin. Het verhaal verdrinkt bijna in deze poging om het tot iets groters op te blazen. Grote letter, ruime regelafstand, hier en daar een witte pagina – een subtiel verhaal als dit heeft niets aan zoveel ruimte.