Staking pomphouders, eerste protest tegen regering-Meloni, is voorbij

Italië In Italië staakten de uitbaters van tankstations een dag. Ze pikten het niet dat ze van prijsspeculatie werden beschuldigd.

Een bord dat klanten informeert over de staking bij een gesloten benzinestation in Rome.
Een bord dat klanten informeert over de staking bij een gesloten benzinestation in Rome. Foto Guglielmo Mangiapane/Reuters

De benzinestaking in Italië is voorbij. Dinsdag stonden er lange rijen voor de benzinepompen in Rome, om de tank nog snel vol te gooien. De staking zou eigenlijk tot en met donderdag duren, maar woensdagmiddag besloten de vakbonden, na een overleg met de overheid, om de tweede stakingsdag in te trekken, „om zo tegemoet te komen aan de consument”. Het was het eerste protest tegen de regering-Meloni, die aantrad op 22 oktober, en kwam bovendien van een beroepsgroep die haar rechtse bestuur nochtans goed gezind was.

De uitbaters van de tankstations zijn boos omdat ze het gevoel krijgen dat hun prijsspeculatie wordt aangewreven. Daarbij verzetten ze zich tegen de verplichting om de gemiddelde brandstofprijs te tonen, naast de werkelijke prijs die de klanten betalen aan hun pomp. Wie die gemiddelde, door de overheid berekende prijs niet nadrukkelijk vermeldt aan zijn pomp, loopt het risico op een boete.

Accijnzen

De regering-Meloni wil op deze manier meer prijstransparantie creëren. Brandstof in Italië is onlangs weer duurder geworden, nadat de regering-Meloni eind vorig jaar een tijdelijke accijnzenverlaging had teruggedraaid. In een videopraatje voor de Italiaanse bevolking legde Meloni uit dat ze tijdens haar verkiezingscampagne nooit zou hebben beloofd om de accijnzen op brandstof te verlagen, hoewel dat in het verkiezingsprogramma van haar radicaal-rechtse partij Broeders van Italië wel degelijk zo stond vermeld.

Toen de accijnzen weer stegen, gingen ook de prijzen aan de pomp omhoog. De pomphouders zeggen dat zij die prijs niet zelf bepalen, maar dat dit door hun leveranciers gebeurt, en dat zij als uitbaters van het tankstation een vaste marge per verkochte liter brandstof krijgen. Een lagere brandstofprijs, aldus de vakbonden van de pomphouders, is dus ook in hun eigen belang. Immers, hoe lager de prijs, des te meer brandstof zij zullen verkopen, en des te hoger hun inkomen, luidt de redenering.

Aanvulling 25/1: Dit artikel is geactualiseerd toen de staking voorbij was.