‘Limburg op de goede weg maar integriteitsaanpak kan beter'

Limburg De onderzoeken naar integriteitsaffaires in Limburg wisselden sterk van kwaliteit en opzet, schrijft de Zuidelijke Rekenkamer.

Het college van Gedeputeerde Staten van Limburg en de commissaris van de koning Theo Bovens stapten april 2021 op.
Het college van Gedeputeerde Staten van Limburg en de commissaris van de koning Theo Bovens stapten april 2021 op. Foto Jean-Pierre Geusens / ANP

De provincie Limburg moet beter en structureler werk maken van haar integriteitsaanpak. De nieuwe commissaris van de koning Emile Roemer, de directie en Provinciale Staten hebben stappen in de goede richting gezet, maar Limburg heeft nog een lange weg te gaan.

Dat staat in de ‘meta-evaluatie integriteit’, opgesteld door de Zuidelijke Rekenkamer. Die hield alle onderzoeken tegen het licht die zijn gedaan na integriteitsaffaires in Limburg. NRC heeft het bestuurlijk rapport, dat vrijdag gepresenteerd wordt, in bezit.

In Limburg stapelden de integriteitsaffaires zich afgelopen jaren op. Een ervan leidde in het voorjaar van 2021 tot de val van alle zeven gedeputeerden en de commissaris van de koning, Theo Bovens.

De uitgevoerde onderzoeken naar de affaires hadden volgens de rekenkamer een sterk wisselende opzet en kwaliteit. Het ontbreekt aan een protocol waarin eisen aan het proces, de inhoud en de verantwoording voor zulke onderzoeken staan. Het ontbreekt zelfs aan een goede definitie van het begrip ‘integriteit’, zo blijkt.

De rekenkamer adviseert onder meer de oprichting van een integriteitsbureau, zoals in Amsterdam en Rotterdam, en een loket waar burgers en bedrijven terecht kunnen met klachten en meldingen.

Houding naar media

Uit de analyse van alle onderzoeken kan de provincie lessen trekken om te werken aan „een nieuwe bestuurscultuur en het gezag te herwinnen”, schrijft de rekenkamer. Daarbij moet de houding richting de media veranderen. De meta-evaluatie signaleert een „afwijzende en verdedigende houding” in enkele onderzoeken en bij een deel van de politici en ambtenaren.

De rekenkamer wijst op de „belangrijke rol” die de media gespeeld hebben in het onthullen van kwesties. Media boden „tegenspraak en tegenwicht”, en dat is nodig „om een duurzame verandering in gedrag tot stand te brengen”. De rekenkamer concludeert „dat deze kwesties niet uitgebreid zouden zijn onderzocht zonder de aandacht van de media”.

Lees ook: Limburg maakt begin met de aanpak van integriteitsproblemen

Het ontbreken van interne tegenspraak en tegenwicht bij de provincie zelf is „een patroon” in alle onderzoeken. „Het bieden van tegenwicht en tegenspraak, het geven van feedback en het bespreken van (integriteits)dilemma’s [is] vaak nog een brug te ver binnen de provincie Limburg.” De angst voor „mogelijke gevolgen voor de eigen loopbaan spelen daarbij een rol”. Ambtenaren dienen zich veilig te voelen om hun zegje te doen en zaken aan te kaarten.

Engelen bestaan niet

Kritiek is er ook op het rapport Engelen bestaan niet door een commissie onder leiding van voormalig president van de Algemene Rekenkamer Arno Visser. Daarin werd gepleit voor meer transparantie en betere communicatie. Maar volgens de Zuidelijke Rekenkamer schoot de commissie op dat gebied zelf tekort in de afhandeling van meldingen en klachten over integriteitsmisstanden.

Ook op andere onderzoeken is wat aan te merken, zo blijkt. Vaak is gekeken of het juridisch klopte, of de regels (als die al bestonden) gevolgd waren. Dan was de conclusie: „geen misstand aangetoond, dus niets aan de hand op gebied van integriteit”. Aandacht voor het moreel-ethische handelen, naar de beginselen van goed bestuur, was er niet of onvoldoende. Dat geldt vooral voor onderzoeken die het provinciebestuur zelf deed.

Lees ook: Arno Visser: ‘Wij willen niet de hele journalistiek diskwalificeren’

Het interne onderzoek van het CDA Limburg krijgt een pluim van de rekenkamer. De eigen onderzoekscommissie zei dat het Limburgse CDA af moet van de opvatting dat alles wat niet verboden is, toegestaan is. Deze aandacht voor de spanning tussen de morele en juridische benadering verdient volgens de rekenkamer „om breder onderwerp van gesprek te zijn”.

Gedeputeerde Staten stellen in een reactie dat de waarnemingen, conclusies en aanbevelingen van de rekenkamer „nauw aansluiten” bij de na de bestuurscrisis ingeslagen weg. „Een duurzaam herstel van het vertrouwen in overheid en bestuur” is noodzakelijk. De oprichting van een integriteitsbureau wordt meegenomen in een lopende verkenning.

Reageren? onderzoek@nrc.nl