Wie migranten helpt, wordt tot crimineel gemaakt

Migratie Regeringen criminaliseren hulp aan migranten. Rechters gaan hier niet in mee, maar het heeft wel een afschrikwekkend effect.

Vrijwilligers helpen migranten aan boord van de rubberboot waarmee ze op 30 september 2015 op het Griekse eiland Lesbos zijn aangekomen.
Vrijwilligers helpen migranten aan boord van de rubberboot waarmee ze op 30 september 2015 op het Griekse eiland Lesbos zijn aangekomen. Foto Andrea DiCenzo/NurPhoto

Het kost hem „veel tijd, energie en geld”. Al sinds hij in 2016 en 2017 kapitein was van een reddingsschip in Italiaanse wateren, wordt Dariush Beigui vervolgd vanwege hulp aan migranten. In de laatste drie maanden van 2022 moest hij liefst zes keer komen opdraven in Trapani, de Siciliaanse stad waar de voorbereidende hoorzittingen werden gehouden, vertelde hij aan nieuwssite InfoMigrants.

Zoals Beigui zijn er honderden anderen in Europa: reddingswerkers die vervolgd worden voor hun hulp aan migranten. Vorige week nog werd de rechtszaak voortgezet tegen 24 hulpverleners aan vluchtelingen op het Griekse eiland Lesbos, onder wie de Nederlander Pieter Wittenberg.

Hun zaken roepen de vraag op wat je mag doen om een migrant te helpen zonder het risico te lopen om in de cel te belanden. Mag je voedsel verstrekken? Water? Medische benodigdheden? Onderdak?

Dit is in theorie geen moeilijke vraag. Het gaat hier om een aantal mensenrechten, waaronder het recht op leven, het recht om verschoond te blijven van onmenselijke en vernederende behandeling, en het recht op gezondheid, voedsel, water, sanitaire voorzieningen en een behoorlijke levensstandaard. En volgens de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens is het de verantwoordelijkheid van „ieder individu en elk orgaan van de gemeenschap” om ernaar te streven om deze rechten toe te passen.

Tot zover de theorie. In de praktijk melden maatschappelijke organisaties in toenemende mate dat alle bovengenoemde activiteiten, tot het verstrekken van water aan toe, door regeringen wereldwijd gecriminaliseerd worden.

De VN-rapporteur voor de mensenrechten van migranten, de Chileense hoogleraar internationaal recht Felipe González Morales, benadrukt dat er „in veel landen een toxisch verhaal wortel heeft geschoten” rond hulpverlening aan migranten. Deze „lastercampagnes”, aldus de rapporteur, hebben een vijandige omgeving gecreëerd voor groepen die diensten aan migranten verlenen.

Migratie beperken

Volgens dat ‘toxische’ verhaal zouden migranten het wel uit hun hoofd laten om naar Europa te komen als ze zouden weten dat ze geen hulp zouden krijgen. Mensen die hen helpen zouden met hun activiteiten dus niet zozeer mensen in nood redden, maar de komst van extra migranten faciliteren. Door hulp aan migranten strafbaar te maken, willen politici uiteindelijk de migratie beperken.

Het vervolgen van hulpverleners is niet zonder gevaar, noteert de commissaris voor mensenrechten van de Raad van Europa. De „openlijk of stilzwijgend vijandige benadering” van ngo’s door overheden „leidt tot een verdere vermindering van de reddingscapaciteit op zee en tot beperkingen op het toezicht op de mensenrechten”. De commissaris adviseert lidstaten daarom om zich te onthouden „van het misbruiken van strafrechtelijke en administratieve procedures en technische vereisten om het levensreddende werk van ngo’s simpelweg te belemmeren”.

Voor de vervolging van de helpers van migranten is juridisch gezien vaak geen enkele basis

Politici die helpers van migranten willen vervolgen, stuiten daarbij wel op een probleem: er is juridisch gezien vaak geen enkele basis voor. Dit werd deze maand weer geïllustreerd in Griekenland. De Nederlandse bankier in ruste Pieter Wittenberg, de Syrische zwemster Sarah Mardini – bekend van de Netflix-documentaire The Swimmers – en ruim twintig anderen die naar Lesbos waren gekomen om vluchtelingen te helpen, worden niet meer voor spionage vervolgd, bleek eerder deze maand. De verdenkingen van mensensmokkel en deelname aan een criminele organisatie blijven staan.

Lees ook: Mag Italië ngo-boten weigeren of bootmigranten selecteren?

Ook in onder meer Italië worden reddingwerkers vervolgd voor hun hulp aan migranten. Tot een veroordeling leidde dit nog nooit; ook de Duitse kapitein van een ngo-boot Carola Rackete, een favoriet mikpunt van de Italiaanse autoriteiten, ging steeds vrijuit.

Het argument voor vervolging is vaak dat hulpverleners zouden bijdragen aan mensensmokkel. Maar internationale verdragen maken een cruciaal verschil tussen het smokkelen van mensen en het helpen van migranten. Dat verschil zit in de vraag of er geld mee verdiend wordt.

Humanitaire vrijstelling

Het ‘Protocol tegen de smokkel van migranten over land, zee en door de lucht’ van de Verenigde Naties, ook wel bekend als Smokkelprotocol, voorziet in ‘humanitaire vrijstelling’: de daden van degenen die handelen uit humanitaire bezorgdheid om migranten, in plaats van financieel of materieel gewin, zijn niet strafbaar.

Dit klinkt als een onmiskenbaar criterium, dat mensensmokkelaars duidelijk van hulpverleners zou moeten onderscheiden. Toch is er in de praktijk veel verwarring over, zegt Thea Naes Rabe, die promoveert in de sociologie aan de Nord Universiteit in de Noorse stad Bodø. „Regeringen gebruiken soms alsnog antismokkelregels om hulpverleners te vervolgen.”

Rabe deed onderzoek naar Noren, Denen en Duitsers die hulp verleenden aan uitgeprocedeerde asielzoekers, die eigenlijk op het vliegtuig terug naar hun land van oorsprong gezet moeten worden. Als je ze helpt, zegt ze, beland je juridisch gezien in grijs gebied. „Maar veel van hun helpers zeiden tegen mij: ‘Ik moet hen helpen, want niemand anders doet het.’”

De Duitse kapitein van een ngo-boot Carola Rackete werd in Italië vervolgd voor het „aanmoedigen van illegale immigratie” nadat ze op zee vluchtelingen had gered en naar Italië had gebracht. Het kwam niet tot een veroordeling: volgens de rechter had ze gehandeld „conform het nationale en internationale zeerecht”. Foto Maja Hitij/EPA

In 2019 werd er in Noorwegen een zaak aangespannen tegen een bekende gepensioneerde bisschop, tevens oud-lid van het Noorse Nobelcomité, dat de Nobelprijs voor de Vrede toekent. Deze toen 84-jarige Gunnar Stålsett, vaak omschreven als ‘moreel kompas van Noorwegen’, hielp een uitgeprocedeerde asielzoeker uit Eritrea door haar werk te geven: in ruil voor een vergoeding maakte ze zijn huis schoon. Dit deed hij, zegt Rabe, naar eigen zeggen uit christelijke overtuiging: als hij haar niet zou helpen, zou ze een bedelaar zijn, en het recht op waardigheid is een mensenrecht. „Maar de Noorse autoriteiten beschouwden het als financieel profiteren van een migrant.”

In interviews sprak Stålsett openlijk over zijn burgerlijke ongehoorzaamheid. „Mocht het tot gevangenisstraf komen, accepteer ik de straf graag, want ik heb mijn christelijke plicht vervuld.” De gepensioneerde bisschop kreeg uiteindelijk, op Kerstavond 2019, te horen dat hij 45 dagen voorwaardelijk de cel in moest en 10.000 Noorse kronen (bijna 1.000 euro) boete moest betalen.

Afschrikwekkend effect

De strafbaarstelling van het gedrag van hulpverleners heeft een afschrikwekkend effect en ondermijnt ook de rechten van de migranten zelf, stelt de Internationale Commissie van Juristen, een ngo van juristen die mensenrechten verdedigen. „Het berooft hen van essentiële steun en zal hun marginalisering waarschijnlijk vergroten, het risico op uitbuiting vergroten en hun toegang tot de rechter belemmeren.”

Dat afschrikwekkende effect is ongetwijfeld een doel van het beleid. Regeringen, zegt de Noorse onderzoekster Thea Rabe, zullen niet zo snel zeggen dat migratie als zodanig strafbaar moet zijn. „Wat ze zeggen, is dat er actie moet komen tegen mensensmokkelaars, een begrip dat ze vervolgens heel ruim interpreteren. Ze hopen dat dit een signaal afgeeft aan toekomstige migranten. Ik denk niet dat dit zo werkt: migranten zullen hoe dan ook blijven komen, of ze nou hulp kunnen verwachten of niet.”

Een analyse van de migratiecijfers van afgelopen jaar lijkt deze bewering te ondersteunen. Grote aantallen asielzoekers raken op drift door wereldwijde conflicten, onzekerheid, inflatie en klimaatverandering. Die ‘pushfactor’ is doorslaggevender dan de vraag of ze hulp kunnen verwachten. Wel werden veel migranten aangetrokken door het ruimhartige visumbeleid van Servië, van waaruit ze de grens met de EU overstaken.

Deze criminalisering is het resultaat van het misbruik van strafrecht om een antimigrantenbeleid te bevorderen

Melina Duarte moraalfilosoof

Volgens universitair hoofddocent politieke en moraalfilosofie Melina Duarte van de Universiteit van Tromsø werkt het afschrikken van hulpverleners zelfs averechts. In haar wetenschappelijke artikel The Ethical Consequences of Criminalizing Solidarity in the EU betoogt zij dat het leidt tot een minder vrije, veilige en rechtvaardige EU, vanwege de negatieve effecten ervan op legitimiteit van de macht, democratie, rechtsstaat, grondrechten en sociaal vertrouwen in het algemeen. De samenhang in de EU is afhankelijk van een gevoel van solidariteit, zegt Duarte in een toelichting op haar artikel. „De criminalisering van het helpen van migranten corrumpeert dit gevoel juist.”

Wat de situatie volgens de filosoof nog schrijnender maakt, is dat ngo’s vaak de leemten opvullen die staten hebben achtergelaten bij het verlenen van hulp aan mensen in nood. Staten zouden zélf die hulp moeten bieden, aldus Duarte – laat staan dat ze hun eigen alternatief criminaliseren.

Lees ook: Asielzoekers op drift door conflict én aangetrokken door visa

Veel hulpverleners zeggen dat de criminalisering van hun activiteiten hen niet zal tegenhouden. De Noren, Denen en Duitsers die onderzoeker Rabe interviewde verwezen hierbij vaak, net als ex-bisschop Stålsett, naar hun christelijke motieven. Christenen, zegt Rabe, denken vaak: ‘Wat zou Jezus doen?’ „Dit is voor hen belangrijker dan de wet. Jezus was een rebel. Wat wettelijk juist is, voelt voor hen niet altijd ook moreel als het juiste.”

Net razzia’s

Intimidatie, zegt ook filosoof Duarte, lijkt voor hulpverleners veel minder zwaar te wegen als het gaat om het redden van levens. „Helpers worden mijns inziens geen crimineel omdat daden van solidariteit strafbaar worden gesteld. Deze criminalisering is het resultaat van het misbruik van strafrecht om een antimigrantenbeleid te bevorderen. Ik denk dat het voor hen belangrijk is om te weten dat er anderen zijn die hun daden niet veroordelen.”

Opvallend is dat moreel overtuigde hulpverleners hun situatie soms zelfs met de Tweede Wereldoorlog vergelijken. Bijvoorbeeld in het onderzoek van Rabe: „De Noorse politie licht soms om vier uur ’s nachts migranten van hun bed om ze op een vliegtuig te zetten. Net razzia’s, zeggen de hulpverleners dan.”

En ook de in Griekenland vervolgde hulpverlener Pieter Wittenberg maakt de analogie. Afgelopen zondag zei hij in Buitenhof dat hij niet kan stoppen met het reddingwerk. „Mijn vader vluchtte in ’39 uit Tsjechoslowakije, voor Hitler. Joods, had in Amsterdam een adres waar hij naartoe kon. Daar waren lieve mensen, die hem opgevangen hebben. Omdat ze hem door de oorlog heen geholpen hebben, ben ik gelukkig in Nederland geboren. En ik vind dat ik een stuk van die rekening nu terug kan betalen, en daar ben ik blij om.”