COA hield geweld in opvang stil voor inspectie

Opvang minderjarigen In de opvang voor jonge asielzoekers deden zich twintig geweldsincidenten voor. De jeugdinspectie werd niet op de hoogte gesteld.

De asiellocatie in Hoogeveen waar de geweldsincidenten plaatsvonden.
De asiellocatie in Hoogeveen waar de geweldsincidenten plaatsvonden. Foto Kees van de Veen

Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) heeft meerdere geweldsincidenten tegen alleenstaande minderjarigen verzwegen voor hun voogden en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Het COA verzuimde melding te maken van geweld tegen minderjarige asielzoekers die in een gesloten opvang verblijven.

Dat blijkt uit onderzoek van NRC. Het COA erkent in twee gevallen niet juist te hebben gehandeld. Zo werd onterecht stilgehouden dat een minderjarige een zak over zijn hoofd kreeg om hem onder controle te houden. Er vonden op de locatie twintig geweldsincidenten plaats. De jeugdinspectie laat weten dat het nergens van op de hoogte was en heeft het COA om opheldering gevraagd.

Het geweld speelde zich af in de handhaving- en toezichtslocatie (htl) in Hoogeveen, die in 2020 werd geopend. Daar worden asielzoekers geplaatst die overlast veroorzaken op reguliere asielzoekerscentra. In de Hoogeveense opvanglocatie heerst een regime dat doet denken aan dat van een gevangenis: het toezicht is streng, er lopen boa’s met handboeien rond, de hekken zitten op slot. Asielzoekers verblijven er drie maanden – zonder tussenkomst van een rechter.

Zeker dertig minderjarigen, van zestien tot achttien jaar, verbleven de afgelopen jaren in de htl, bevestigt het ministerie van Justitie en Veiligheid. Het gaat om vluchtelingenkinderen die in hun eentje naar Nederland zijn gereisd. Zij staan onder gezag van voogdij-organisatie Nidos. Als deze kinderen te maken krijgen met geweld, moeten hun voogden daarvan op de hoogte worden gesteld door het COA, zo is de afspraak. Vervolgens kan een melding aan de jeugdinspectie worden gedaan. Zo kan die inspectie onderzoeken of de kinderen nog veilig zijn in de opvang.

Het COA hield echter meerdere incidenten stil die wél gemeld hadden moeten worden. Zo werd een spugende minderjarige vorig jaar met fors geweld aangepakt in de opvang. De jongen werd door begeleiders naar de grond gewerkt, kreeg handboeien om en een zak over zijn hoofd. Het COA stelt dat het om een „spuugzak” gaat, die moest voorkomen dat de minderjarige verder zou gaan met spugen.

Klokkenluider

Andere voorbeelden van geweld kwamen vorig jaar aan het licht, na meldingen van een klokkenluider. Hij rapporteerde meerdere incidenten over een periode van minder dan een maand, waarbij htl-medewerkers disproportioneel geweld zouden gebruiken tegen asielzoekers. Een van de meldingen, waarbij een minderjarige zonder aanleiding werd geslagen door een medewerker, werd na intern onderzoek bevestigd. Het COA nam in stilte afscheid van de betreffende medewerker – maar rapporteerde ook dit geweldsincident niet aan de voogden of jeugdinspectie.

Een woordvoerder van de inspectie bevestigt dat deze organisatie nergens van wist, terwijl geweldsincidenten gemeld dienen te worden.

Het COA erkent dat er twee „meldenswaardige calamiteiten” ten onrechte niet zijn doorgegeven: het gaat om de slaande medewerker en de ‘spuugzak’. Volgens het COA was het achterhouden „geen doelbewuste actie”, maar wist het personeel niet dat zij incidenten moesten melden.

In achttien andere gevallen waren minderjarigen betrokken bij geweld in de opvang, maar die incidenten waren volgens het COA „niet meldenswaardig”. De minderjarigen begonnen zelf met agressie tegen het personeel. In die gevallen is het volgens het COA „proportioneel” om de jongeren „op gepaste wijze naar de grond” te brengen. Daarom zou dit niet gemeld hoeven worden.

Lees ook: Inspectie: begeleiders zijn onnodig gewelddadig tegen overlastgevende asielzoekers in Hoogeveen

De inspectie is het daar echter niet mee eens. Alle geweldsincidenten moeten op zijn minst met de voogden van de jongeren worden besproken, om te bepalen of de inspectie op de hoogte moet worden gesteld. Dat is, ten onrechte, niet gebeurd.

Voogdij-organisatie Nidos bevestigt dat zij vanuit het COA „geen meldingen” ontvingen, en dus ook niets konden doorgeven aan de inspectie.

Misstanden voorkomen

Het rapporteren van incidenten is belangrijk om misstanden te voorkomen, zegt de Groningse hoogleraar Monika Smit, gespecialiseerd in de zorg voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Ook de gevallen waarbij personeel naar eigen zeggen proportioneel geweld gebruikt, moeten volgens haar worden gemeld. „Het is niet aan de instelling om zelf te bepalen of geweld gerechtvaardigd is. De inspectie kan op basis van de melding beoordelen of nader onderzoek nodig is”, zegt Smit. „Anders kan er van alles blijven misgaan, zonder dat er ingegrepen wordt.”

Eerder werd duidelijk dat in de htl hardhandig wordt opgetreden tegen bewoners. De inspectie Justitie en Veiligheid concludeerde dat de medewerkers onnodig gewelddadig zijn en soms zélf de confrontatie met bewoners opzoeken. Het COA sprak die bevindingen tegen, net als staatssecretaris Eric van der Burg (Asiel, VVD).

Wat gebeurt er achter de muren van het ‘aso-azc’ in Hoogeveen?