Analyse

Schreuder krijgt de Ajax-puzzel (nog) niet gelegd

Ajax-coach Halverwege de competitie is Ajax de nummer vijf in de Eredivisie, op vijf punten van Feyenoord. Tegen de koploper bleef zondag de gevreesde afstraffing uit, maar Ajax schoot niets op met het gelijkspel (1-1). Hoe ver reikt de verantwoordelijkheid van coach Alfred Schreuder voor de prestaties?

Ajax-coach Alfred Schreuder stond zondag in de Kuip regelmatig aan de zijlijn tijdens de wedstrijd tegen Feyenoord (1-1).
Ajax-coach Alfred Schreuder stond zondag in de Kuip regelmatig aan de zijlijn tijdens de wedstrijd tegen Feyenoord (1-1). Foto Maurice van Steen / ANP

Wijdbeens, armen over elkaar, strakke blik boven zijn dikke blauwe jas. Als Alfred Schreuder al de aanvechting heeft zijn spelers iets toe schreeuwen, dan onderdrukt hij die. De Ajax-coach ondergaat het doelpunt van Feyenoord, halverwege de eerste helft. Schreuder had een goed gevoel over deze wedstrijd, zei hij vooraf. Er was „goede energie” in de kleedkamer. Zijn spelers hadden uitstekend getraind, iedereen was fit. Daley Blind was vertrokken, net als een paar andere bankzitters, maar dat gaf „perspectief” aan jongere spelers. Iedereen was „gretig”.

De gevreesde afstraffing bleef zondag uit. Maar de realiteit is dat Ajax na het gelijkspel (1-1) tegen Feyenoord zes wedstrijden niet heeft gewonnen. Halverwege de competitie staat de club vijfde, op vijf punten van de koploper uit Rotterdam.

Hoe ver reikt de verantwoordelijkheid van Schreuder? Toen hij eind juni begon, was duidelijk dat hij een moeilijke klus had aangenomen. Opvolger van Erik ten Hag, die in 4,5 jaar zo goed presteerde dat Ajax stilaan gewend is geraakt aan kampioenschappen en Champions League-succes. Dat schept hoge verwachtingen. Daar is de financiële huishouding ook op ingericht.

Maar jaren van sportieve en financiële overmacht verbloemen al gauw hoe fragiel de basis is. Hoe afhankelijk van een paar mensen. De trainer dus, Ten Hag, maar net zo goed van Marc Overmars, de man die ging over het transferbeleid tot hij een klein jaar geleden vertrok vanwege grensoverschrijdend gedrag. „In het leven moet je proberen te kijken naar wat je wel hebt, in plaats van wat je niet hebt,” zei Schreuder toen hij bij Ajax begon, in een interview met de Volkskrant. „De club is gezond, er loopt veel talent, de selectie is sterk. Als je trainer van Ajax mag worden, kun je alleen blij zijn.”

Lees ook: Feyenoord laat een uitgelezen kans liggen om rivaal Ajax op acht punten te zetten

Dat was voordat Ajax zes van zijn basisspelers verkocht, onder wie Sébastien Haller, Lisandro Martínez en Antony – die laatste tot frustratie van Schreuder. Zijn zaakwaarnemer en hij bemoeiden zich bij gebrek aan een sportief directeur intensief met wie ervoor in de plaats kwamen. Meer dan 100 miljoen euro gaf Ajax uit, veelal aan spelers die er meteen zouden ‘staan’, zo was de belofte.

Hoge transfersommen zijn daarvoor geen garantie, is gebleken. De duurste aankoop, Steven Bergwijn (31 miljoen euro), begon op de bank. Calvin Bassey (23 miljoen euro) oogt technisch onbeholpen, net als rechtsback Jorge Sánchez. Owen Wijndal, voor 10 miljoen gekocht van AZ, stelt zodanig teleur dat hij zelfs in crisistijden niet of nauwelijks een kans krijgt. De conclusie: of ze zijn niet goed genoeg, of Schreuder slaagt er (nog) niet in ze goed te gebruiken.

Ander beeld bij Ajax

Spelers en trainers die met Schreuder werkten, zijn lovend over hem. Hij zou als assistent-trainer het tactisch brein zijn geweest achter het glorieuze Ajax van Ten Hag dat in 2019 de halve finale van de Champions League haalde. Hij wordt gezien als een uitstekende ‘veldtrainer’. Een vakman die zijn kennis opdeed als assistent van Julian Nagelsmann, Ronald Koeman en Michel Preud’homme. Journalist Hugo Camps noemde hem een „beschaafd mens” die anderen beter laat spelen. Een diplomaat ook, wars van de confrontatie.

Het beeld bij Ajax is anders. Hij botste met Daley Blind, ‘vergat’ hem bij zijn afscheid gedag te zeggen en reageerde woedend op suggesties dat zijn zaakwaarnemer te veel invloed heeft op het transferbeleid. En vooral: Schreuder krijgt de tactische puzzel maar niet gelegd. In talloze variaties heeft hij zijn elftal het veld opgestuurd, in geen enkele opstelling voelen zijn spelers zich comfortabel. Zondag begon hij toch weer eens met Mohammed Kudus in de spits, terwijl middenvelder Edson Álvarez naar het hart van de verdediging was gehaald. Samen met international Jurriën Timber moet hij „de organisatie bewaken”, vindt Schreuder.

Het was, net als een week eerder tegen FC Twente, chaos troef bij Ajax vanaf de aftrap. Al na zeven minuten schreeuwde Timber naar zijn medespelers, na het zoveelste verloren duel op het middenveld. Even later tikte hij de bal uit een corner bijna achter zijn eigen doelman. Aanvallers – vooral Bergwijn in de tweede helft – keken regelmatig gefrustreerd om zich heen, op zoek naar steun om druk te zetten op de verdediging van Feyenoord.

Zwak positiespel

Aan energie ontbrak het Ajax niet, zoals Schreuder had voorspeld. Ook kon je met een beetje goede wil zeggen dat zijn team met lef speelde, iets waar het volgens de trainer eerder dit seizoen vaak aan ontbrak. Maar het positiespel was opnieuw zwak. Als Ajax er doorkwam, was het meestal te danken aan een geslaagde dribbel. Zoals in de 70ste minuut, toen Alvarez het veld overstak en Kudus voor de keeper zette. Een minuut later scoorde Ajax uit een spaarzame combinatie.

Schreuder is – uitzonderlijk voor een trainer – openlijk zelfkritisch. Na de gewonnen uitwedstrijd tegen Fortuna, weet hij de zwakke eerste helft aan zijn tactische keuzes. De situatie met Blind had hij beter moeten managen. En dit weekend zei hij in een interview met De Telegraaf dat hij te veel aan zijn spelers en assistenten heeft overgelaten. „Misschien had ik eerder moeten bijsturen”, zei hij.

Na afloop van de wedstrijd tegen Feyenoord was van zelfkritiek geen sprake. Goed, de eerste helft had Ajax het moeilijk in de Kuip, maar Schreuder vond zijn ploeg in de tweede helft beter dan Feyenoord. En belangrijker, hij zag dat zijn Ajax eenheid uitstraalde. „Ik zie een goed team dat het samen wil doen. Ik maak me geen zorgen.”