Hotel, uit eten, zelfs voor de milieustraat moet je reserveren. Is er nog wel ruimte voor spontaniteit?

Reserveren Vooruitbestellen, boeken, aanbetalen. Is er nog plaats voor spontaniteit, vraagt zich af.

Illustratie Getty Images, bewerking NRC

Vlak voordat we naar Gent vertrokken, wierp ik een verontruste blik op mijn Google Calendar. Die was voller dan op werkdagen. Subtropisch zwemparadijs: tijdslot om half twee. Hotel: familiekamer geboekt, aankomsttijd vijf uur. Dat charmante pizzatentje: tafel om half zeven.

En zo ging het maar door. Voor alle drie de dagen lagen allerlei avonturen al wekenlang rotsvast. Het gezinsuitje dreigde te veranderen in een to-dolijst. Maar viel daaraan te ontkomen? Voor de aangenaamste belevenissen moet je reserveren, leert de ervaring. Bij eerdere bezoekjes had ik steeds ‘spontaan’ naar mijn favoriete restaurant in deze stad gebeld en de mededeling gekregen dat het „spijtig genoeg volzet” was.

Volzet. Dat woord alleen al, uitgesproken tegen de achtergrond van rumoer en rinkelend bestek, in de klankkast van het hoge pakhuis, wakkerden het verlangen en het gemis nog eens aan. Dat ging me niet weer overkomen. Ik kwam al een maand van tevoren in actie: tafel op onze tweede dag, zeven uur.

De gekte was al gaande, maar is na het corona-QR-regime compleet. Quandoo, Formitable, SeatMe, Resengo, TableBooker… er is een enorme administratieve industrie ontstaan, met tijdsloten, reservelijsten, apps en alertfuncties. De laatste trend is dat restaurants je vragen om een aanbetaling, of dat je een paar dagen vooraf het verzoek krijgt tot een ‘herbevestiging’.

Ik sprak Maarten Hinloopen, horecaondernemer en voorzitter van de Haagse afdeling van branchevereniging KHN, die dit wel begrijpt. „Na corona is reserveren en annuleren steeds makkelijker geworden. Nu zie je dat mensen op twee of drie plekken tegelijk reserveren, en pas op het allerlaatste moment kiezen. Als je dan met allemaal no-shows blijft zitten, is dat een aardige kostenpost.”

Het spontane lastminutegevoel

Risicospreiding in reserveren, zou dit een poging zijn om iets te heroveren van het spontane lastminutegevoel? Het effect is in elk geval averechts: een boekingsbeleid met nog strakkere teugels.

Is dat erg? Sinds ik hierover ben gaan nadenken en praten in mijn omgeving, heb ik ontdekt dat er twee menstypen bestaan. Go-with-the-flow-adepten versus degenen die het adagium van mijn buurman aanhangen: „Spontaniteit is overschat.”

De go-with-the-flow’er kan zich tegenwoordig beroepen op allerlei denkers en goeroes die hameren op het belang van onthaasting, speelsheid en het loslaten van de controledrang die onze cultuur kenmerkt. Dan pas kunnen betekenisvolle ervaringen optreden. ‘Resonantie’, in het jargon van de Duitse socioloog Hartmut Rosa, die hieraan in 2016 een boek wijdde. Recentelijk verscheen van hem in het Nederlands Onbeschikbaarheid, waarin hij dit nader uitwerkt. Resonantie is een betekenisvolle, bezielde relatie ervaren met iets of iemand buiten jezelf. Alleen is dit aangeraakt worden – door kunst, liefde, ontmoetingen – principieel niet af te dwingen, stelt Rosa: „Resonantie is fundamenteel onbeschikbaar en werkt net als in slaap vallen: hoe meer we het willen, hoe minder het ons lukt.”

Lees ook: De mens wil alles begrijpen, maar daardoor gaat iets fundamenteels verloren

Dat is lastig, voor onze soort, die altijd geneigd is tot het willen beheersen, veroveren en bruikbaar maken van alles wat voor onze neus verschijnt, met als gevolg dat onze levens nu bestaan uit „het afwerken van uit de hand gelopen to-dolijstjes”. De reserveerdwang noemt Rosa niet, maar die illustreert perfect hoe we ook onze vrije tijd zijn gaan knechten in spreadsheets.

In Leiden zie je het bij de milieustraat. Om de veel te lange rijen tegen te gaan, wordt er per 1 februari een reserveringssysteem ingevoerd. Voorafgegaan door een campagne, onder de slogan: ‘Geen lange rij, iedereen blij.’

Nou ja, behalve degenen die spontaan op zaterdag hun schuurtje willen opruimen en hun zooi niet kunnen lozen. Behalve degenen die tot het besef komen dat ze iets aan zelfbeschikking hebben verloren. De reserveringsmaatschappij dwingt je je leven in te richten naar voorwaarden die je niet zelf verkoos, die tegen je natuur in gaan. Je moet dansen naar de pijpen van de bureaucraten met hun spreadsheets.

Interrailen

De zomers van mijn studententijd, eind jaren negentig, stonden in het teken van interrailen. Je spaarde met je bijbaantje voor één tovertreinkaart, en heel Europa lag aan je voeten. Rugzak, tentje. Je zag wel waar je uitkwam.

Ik begrijp dat er voor jongeren van nu weinig magie meer aan zit. Populaire trajecten als Brussel-Londen of de Thalys naar Parijs moet je weken, maanden van tevoren reserveren – en als er nog stoelen vrij zijn betaal je er de hoofdprijs voor. Een plek op de camping of een bed in een youth hostel vind je in populaire steden niet langer op de bonnefooi. De onbevangen grand tour krijgt het karakter van een minutieus uitgestippeld parcours.

Wat nu als je onderweg ineens een geliefde ontmoet met wie je dringend een etmaal in Wenen moet doorbrengen? Nee, de op-stel-en-sprong-romantiek uit films als Before Sunrise (1995) wordt op z’n minst ontmoedigd. Dat authentieke koffiehuis waar de verliefde avonturiers Céline en Jesse neerstrijken? Kom je niet in zonder reservering. Zomaar in een reuzenrad stappen voor zo’n met de Best Kiss Award bekroonde scène bovenin? Vergeet het maar zonder eergisteren al aangeschaft skip-the-line-ticket. Een kus in een dagen vooruit bedacht tijdslot ís geen kus.

Céline en Jesse ervaren de ultieme resonantie, mogelijk gemaakt in een wereld die méégeeft met hun impulsen. In de huidige reserveringssamenleving zouden die op weerstand stuiten, als een demper op al die trillende snaren.

Terwijl dat reserveren nu juist een poging is om de wereld beschikbaar te maken, de ervaringen voorhanden te hebben. Zo zouden streamingdiensten een weergaloos potentieel moeten hebben om je te raken, met al hun muziek en films, maar die overvloed zorgt ook voor lusteloos zappen, dat juist voorkomt dat je geraakt wordt. We proberen water te grijpen.

Zonsondergang

Juist wat schaars, vluchtig en nooit helemaal te vatten is – denk aan een zonsondergang – geeft volgens Hartmut Rosa een grotere kans op een resonantie-ervaring. „Dingen waar wij volledig over beschikken verliezen hun resonantievermogen. Resonantie impliceert dus semi-beschikbaarheid.” Wat totaal beschikbaar is, is levenloos. En de techniek die alles voorhanden maakt, is daar mede debet aan. Vóór de uitvinding van de telefoon ging iedereen spontaan bij elkaar op bezoek. Vóór de sms belde je een half uurtje van tevoren. Sinds WhatsApp voelt een plotselinge spraakoproep als een inbreuk, en is onaangekondigd bezoek ronduit asociaal.

De spontane levenshouding heeft ook een keerzijde. Dat onbekommerde mañana-mañana is ineens knap irritant als je een huis wilt laten verbouwen en wilt dat afspraken worden nagekomen. Laissez-faire is prachtig, totdat blijkt dat jij altijd lamlendig op de uitkijk zit tot de laissez-fair-persoon eindelijk eens aanwaait. Of probeer eens met meer dan vier of vijf mensen een avondje lekker onvoorbereid je neus achterna te gaan. Je sjokt steevast geïrriteerd, hangry tot in je haarwortels, mee met de trage kliek, naar dat ene leuke tentje dat iemand nog kent, altijd in een achterafsteeg op drie kwartier lopen, en dat bij aankomst altijd ramvol zit.

O ja, in een ideale wereld zwier ik zomaar overal binnen en begint alles spontaan te resoneren als in een marmeren balzaal. De overbevolkte, iets minder ideale plekken van onze realiteit, zoals de stadscentra, kennen maar twee smaken: in de rij staan of reserveren. Het is of je spontaniteit inleveren voor een tijdslot om je afval te lozen, of aansluiten in de rij volgeladen auto’s, busjes en aanhangers die ook hoognodig van hun zooi af moeten.

Die rij is een nieuw type onbeschikbaarheid. Rosa wijst in zijn boek op „de categorische kloof tussen principiële en praktische beschikbaarheid”. Als voorbeelden noemt hij de blokkerende elektronische handrem en crashende computers, met alle bijkomende frustratie en woede. Het geldt ook, lijkt mij, voor files op snelwegen, vrachtschepen die vastlopen in het Suezkanaal en, inderdaad, overvolle restaurants.

Lees ook: Socioloog Hartmut Rosa: ‘We willen een goed leven, maar jagen alleen na wat meetbaar is’

Rosa: „Waar ‘alles beschikbaar is’ heeft de wereld ons niets meer te zeggen, en waar zij op een nieuwe manier onbeschikbaar is geworden kunnen wij haar niet meer horen, omdat ze niet langer toegankelijk is.”

Te welvarend

We zijn te talrijk en, alle crisissen ten spijt, te welvarend. Waar de reservering ooit het teken van exclusiviteit was – je zag op je tafel je naam in gedachten al sierlijk gekalligrafeerd op een kaartje – confronteert ze je nu met het gegeven dat jij een van de te velen bent, dat jij dezelfde keuzes maakt als al die honderden die jou evenzeer ervaren als sta-in-de-weg.

Nostalgie gaat ons hier niet uit helpen. Je kunt blijven kniezen om de teloorgang van de spontane wereld, met ongeplaceerde vrijkaarten voor iedereen, maar die keert daar heus niet door terug.

De reserveringsmaatschappij is een noodzakelijk kwaad. Dus kan ik maar beter luisteren naar de argumenten van mijn buurman, en al die anderen voor wie spontaniteit overschat is, en die juist zweren bij de voordelen van plannen en reserveren.

Vooral toen de kinderen klein waren ontdekten we het al: je kunt wel afwachten of je toevallig de leuke speelkameraadjes en dito ouders tegenkwam, maar de resonantie nam enorm toe als je het toeval een duwtje gaf en via WhatsApp speelafspraakjes regelde.

Dat gold ook voor vrienden die zich eveneens hadden voortgeplant. Je klaagde weliswaar dat je voor het kroegbezoekje dat ooit stante pede beklonken werd („bier?”), nu eerst de ‘gezinsplanner’ moest raadplegen, en dat je bij uitjes met vier of meer niet ontkwam aan de ‘datumprikker’. Je wist ook dat het alternatief ergens tussen verslonzen en verwateren lag. Go-with-the-flow voert je doorgaans stroomafwaarts op de Lethe. Datumprikker en SeatMe zijn juist de stemvorken voor resonantie.

Improvisatiekunst

Natuurkundige resonantie kan ook niet optreden als je alleen maar vluchtige geluidsgolven hebt. Die hebben klankkasten, membranen, snaren of schalen nodig, vaste materie. Of het muzikale wonder zich dan voltrekt, blijft alsnog ongewis, maar je hebt er in elk geval de voorwaarden voor gecreëerd.

Zie het als improvisatiekunst. Daar is de spontane vrijheid ook gebaseerd op een aantal vaste beperkingen zoals een akkoordenschema. En zoals er geen stappenplan is om tot resonantie te komen, zo bestaat er ook geen formule voor de beste balans tussen het vaste en het vluchtige.

De kunst is om, eenmaal in je tijdslot aanbeland, op je voorbesproken stoelen, alsnog een zo groot mogelijk resonantievermogen te krijgen. Dat is een kwestie van houding. Alert zijn op het onverwachte.

Ik geloof dat dit in de buurt komt van het Chinese concept ‘wu wei’. Sinoloog Edward Slingerland schreef er een boek over met een titel die het ook aardig samenvat: Proberen niet te proberen (2014).

Het opent met de beschrijving van een spel, Mindball, waarin twee spelers via een helm op hun hoofd met gedachten een bal besturen, die reageert op bèta- en delta-golven: alleen door te ontspannen rolt de bal vooruit. Je wint door niet te willen winnen.

Lees ook: De verbijsterende actualiteit van stokoude woe wei-discussies

Die paradoxale houding ken ik van ‘inspiratie’. De voorwaarde is dat je je aangenaam en ontspannen voelt – wandelen, douchen, muziek – waardoor je niet langer handelt uit angst en beperking ( „shit, nog maar één uur voor de deadline!”, „nog maar 1 kamer voor deze prijs beschikbaar!”), maar vanuit mogelijkheden en spontaan opwellende voorkeuren, invallen, affecties.

Reserveringen, mits met mate gepleegd, kunnen die houding stimuleren. Juist vanwege het vooruitzicht op een tafeltje in dat voormalige pakhuis konden we zorgeloos de dag bij elkaar improviseren. Het werd een museumbezoek met het toevallig tegengekomen gezin van een vriend van onze zoon, gevolgd door een niet-gereserveerde lunch voor acht personen, door de stad langs winkels slenteren, veel lachen, totdat we, uiteindelijk, daar verschijnen, klokke zeven uur, zo wu wei als een vlinder.

Het toeval is ons goedgezind: we krijgen een tafel bovenin in de hoge open ruimte. Door het glazen dak schemert een bijna volle maan. Van beneden stijgt het heerlijke rumoer op. Ertussen de choreografie van serveersters, obers, schalen zeevruchten, glinsterende cocktails. De manager loopt met een genietende blik langs de tafels vol genieters. Helemaal volzet!

Stapelmesjogge

In Amsterdam had je ooit Le Petit Latin, waarvan Jacques, de gulle patron, domweg de voordeur op slot kon draaien als alle vijfendertig stoelen van zijn kleine souterrain gevuld waren. „Complet”, grijnsde hij dan tevreden. Juist omdat het hele toevallige gezelschap ‘compleet’ was, semi-besloten, semi-beschikbaar, kon alles vrijuit vibreren. Hij is al weer jaren gestopt. Hij werd stapelmesjogge van de dwangbuis van gemeentelijke regeltjes. O ja, op bestuurlijk niveau heeft deze wereld dringend behoefte aan wat Rosa „een meer resonantie-gevoelige wereldhouding” noemt.

Als ik in mijn stoel iets vooroverbuig over de balustrade zie ik de draaideur beneden. Af en toe zwiept die een clubje gelukszoekers naar binnen die zich bedremmeld bij de ontvangstbalie melden. Ik kan het golfje leedvermaak niet onderdrukken als ze afdruipen met gebogen hoofd. Zo was ik ook ooit, maar inmiddels weet ik beter. De aanwaaiers trekken aan het kortste eind.