Recensie

Recensie Boeken

In deze roman herken je de vrouwen uit de boeken van Elena Ferrante: stuurs, gevoelig en intelligenter dan handig is

Alba de Céspedes Tegen de achtergrond van het Italië van de jaren vijftig legde zij met een roman een bom onder het ‘geluk’ dat een fatsoenlijke vrouw moest nastreven.

In een gondel in Venetië, 1935.
In een gondel in Venetië, 1935. Foto Lisa-Blue/Getty Images

In een opwelling koopt een vrouw een dik schrift met een glimmende zwarte kaft. Illegaal, want het is zondag en in het Italië van 1950 mag een sigarenboer zondags uitsluitend rookwaren verkopen. Maar in een opwelling dringt ze aan en de winkelier geeft toe: ‘Stop het onder uw jas.’ Dat doet de vrouw. En Valeria, zo heet ze, blijft het schrift verstoppen, ‘voortdurend op een andere plek’, in de wasmand, in de linnenkast, in een koektrommel. In een la met ‘aandenkens uit mijn jeugd […] die niemand ooit opendoet’. Ik lees het en besef de triestigheid. Die la dat is zijzelf. Hij zit dicht en ze hoeft niet bang te zijn dat hij wordt geopend, want niemand interesseert zich voor wat erin zit.

Niet dat iemand haar een strobreed in de weg zou leggen, maar zij weet dat ze haar man, haar zoon en dochter ermee in verlegenheid zou brengen. Ze zouden haar niet serieus nemen. Wat moet mamma nou opschrijven in zo’n schrift, ze heeft toch al een huishoudboekje?

Ja, ook haar echtgenoot noemt haar ‘mamma’, kauw daar maar even op. Intussen slaat Valeria het schrift open en begint heimelijk een dagboek bij te houden. Eerst met korte notities, allengs met steeds intiemere ontboezemingen.

Het schrift is het brandpunt van de roman Verboden schrift. Tegen het decor van het verstarde naoorlogse Italië legt het boek een bom onder het ‘geluk’ dat een fatsoenlijke vrouw heeft na te streven. Uitgekomen in 1952, het zevende boek van Alba de Céspedes (1911-1997), een Italiaanse schrijfster die haar Spaanse achternaam dankte aan haar Cubaanse vader. De Céspedes was een gevierd journaliste en dito schrijfster van romans, gedichten, toneelstukken en filmscenario’s. Geen obscure auteur dus, niettemin zijn haar boeken uit de aandacht weggegleden.

Lees ook de recensie Wie Elena Ferrante is weten we niet, maar lees alles van haar

Tot Ann Goldstein, de Amerikaanse vertaalster van Elena Ferrante, deze roman opdiepte. Zo vreemd is dat niet. Gluur uit een ooghoek en je herkent in Valeria een voorloopster van Ferrantes vrouwen: stuurs, gevoelig en intelligenter dan handig is. Net als zij slaat Valeria van zich af met de taal. De taal is haar toevlucht en haar wapen. Wat Manon Smits naar het Nederlands vertaalde met een indrukwekkend gevoel voor het ritme van opgewekte benepenheid die huivert onder al Valeria’s woorden.

Krachtige details

Maar waarom is dat schrift, ook in Valeria’s eigen ogen, bij voorbaat verboden? Omdat er gevaar dreigt. Een dagboek schrijven heeft consequenties, wie in een dagboek schrijft, schrijft aan zichzelf met de eigen gedachten als voornaamste onderwerp. Door te schrijven realiseert Valeria zich tegen wil en dank hoe haar leven ervoor staat. Prachtig is hoe ze dat schoorvoetend leert inzien, wat De Céspedes aanstuurt met talloze details. Je hebt het niet door, maar door ze te onderstrepen, zie ik hoe veel het er zijn. En ook hoe krachtig ze werken, ook al zijn ze soms miniem. ‘Ik heb al jaren geen vriendinnen meer” staat er ineens. Of, al even achteloos, de vermelding dat ze bloemen voor zichzelf koopt, ‘om ze in mijn hand te houden tijdens het wandelen.’

Man, zoon en dochter hebben het moeilijk met haar. Want ze heeft een betrekking (naar haar salaris wordt gekeken ‘alsof ik dat met de loterij heb gewonnen’). Ze is anders want ze volgt haar impulsen. Ze denkt na, aangezien haar man dat niet voor haar doet, hoe hard ze ook aandringt. Als huisvrouw schiet ze niet tekort, maar een huissloof is ze ook niet. Gewiekst laat De Céspedes zien hoe ze wel zo poseert, met het huis-, tuin- en keukenleven als dekmantel voor haar verlangens. En haar gezin klauwt zich vast aan die illusie (want anders zou ‘mamma’ niet normaal zijn en daar is niemand mee gediend).

Valeria gaat een uitvoerige flirt aan met de directeur wiens secretaresse ze is. Dat had een cliché kunnen zijn, als De Céspedes het geijkte patroon had aangehouden. Maar hun stiekeme ontmoetingen zijn geen uiting van haar sensuele verlangen tegenover zijn jachtgedrag. Integendeel, ze weerspiegelen elkaar. Ze delen hun eenzaamheid. Hij zoekt bij haar wat zij bij hem zoekt: een vluchtroute uit een uitgestippeld huwelijk, een weg uit een leven zonder kans op verrassing. Hun gezamenlijke droom is niet meer dan een uitstapje naar Venetië, luchtkasteelstad en wereldwonder. Drijvend, zwevend, onbereikbaar.

Ademstokkend inzicht

Verboden schrift is al met al van een ademstokkend inzicht. De Céspedes maakt in haar roman concreet waar Simone de Beauvoir over filosofeerde in Le deuxième sexe en wat Joke Smit aanklaagde in haar essay ‘Het onbehagen bij de vrouw’ (De Gids, 1967). Het schrijven wordt een dwang, het zelfinzicht een verslaving. Dat vraagt moed en overmoed. Zo doorziet Valeria dankzij haar dagboek de kleinzieligheid van haar miserabele man – en ze vergeeft hem zijn overspel al voor het überhaupt plaats heeft gevonden. Zelfs als je jezelf uitlegt hoe het zit, kun je ervoor kiezen niet naar jouzelf te luisteren.

Een lezeres is ook maar een mens. Ik hoop tegen beter weten in op een happy end voor Valeria. Een eigen leven, misschien samen met haar dochter, die voorbode van een generatie vrouwen die zich niet neerlegt bij hoe het hoort. Maar nee. Valeria ziet een alternatief leven opdoemen, en dat jaagt haar de stuipen op het lijf. Doodsbenauwd vraagt ze meisjesgenade. Ze geeft toe dat ze onder ligt. Ze sluit haar schrift.

De Céspedes heeft dan al schroeiend beschreven hoe ze stap voor stap vertrouwde rampzaligheid verkiest boven een sprong in het duister, zelfs al zou dat best eens een sprong naar het licht kunnen zijn. Ze ziet af van de liefde, geeft haar baan op, gunt haar man zijn rol van gezinshoofd en kostwinner. En ze offert zelfs haar liefde voor haar dochter op ten gunste van een zoon die comfortabel de hork uithangt. Dat alles zal haar fataal worden. Ze zal verschrompelen tot een muis in haar huis, nog te nietig om een val voor te zetten. Alhoewel, dat staat er allemaal niet, De Céspedes laat het open en ik wil het niet denken, Valeria is me te lief geworden. Niettemin vul ik, tegen wil en dank, de laatste witte bladzijde zo in. Wat eens te meer aantoont wat een reusachtige schrijfster Alba de Céspedes is geweest.