Recensie

Recensie Boeken

De geologische wereld van W.F. Hermans

Literatuur Geoloog Salomon Kroonenberg las het literaire werk van de schrijver en aardwetenschapper W.F. Hermans met een wetenschappelijke blik en ontdekte de diepere lagen ervan.

W.F. Hermans op geologische expeditie in Spanje, 1957. Foto Erven W.F. Hermans

Als student fysische geografie zwom ik tijdens veldwerk in Noord-Zweden in het meer Rissajaure, aan het einde van een imposante kloof. Het was het helderste meer van het hele land, je kon er 34 meter diep kijken, helemaal tot op de bodem. Het was ijskoud, maar dat deerde niet. Hier had hij óók gezwommen, wist ik.

Die ‘hij’ was Alfred Issendorf, hoofdpersoon uit de roman Nooit meer slapen van Willem Frederik Hermans. Mede door dat boek was ik fysische geografie gaan studeren, ik kende hele passages uit mijn hoofd. Waaronder die over Rissajaure, ‘zo helder, dat je de bodem kon zien als je erin zwom. Toen we bij dat meer […] kwamen, waren Brandel en ik de enige van de hele groep die erin sprongen.’ Maar Alfred vergat naar de bodem te kijken, en zag daarin zijn eigen mislukking als wetenschapper bevestigd: niet nieuwsgierig genoeg. Niet capabel.

Nooit meer slapen was in ieder geval op dat vlak autobiografisch. Hermans zelf, ook fysisch geograaf had de bewuste plek tijdens een excursie in 1960 aangedaan. In zijn reisdagboek schrijft hij op dinsdag 2 augustus: ‘In het meer Rissajaure gezwommen met het vaste voornemen te duiken en de bodem te bekijken. Maar eenmaal in het meer, dit vergeten.’

In Rissajaure kwamen feit en fictie samen, en juist daarom voelde die plek voor mij bijzonder. In weerwil van wat mijn docenten beweerden kón het dus wel, wetenschap en schrijverschap combineren. Ik schreef een scriptie die zijdelings over Nooit meer slapen ging. En ooit, zo nam ik me voor, zou ik me uitgebreider gaan verdiepen in de wetenschappelijke loopbaan van Hermans.

Dat ‘ooit’ verdween naar de achtergrond – tot nu, vijftien jaar later. Deze maand verscheen De aarde volgens W.F. Hermans van geoloog en schrijver Salomon Kroonenberg. Onmisbare literatuur voor literatuurliefhebbers én aardwetenschappers (‘Voor Hermans waren fysische geografie en geologie juist vrijwel identiek, hij noemde zich even vaak geoloog als fysisch geograaf’, staat in het boek. En: ‘Tegenwoordig zou je hem „aardwetenschapper” noemen’).

Kern van ijs

Naast 24 delen Volledige Werken en een tweedelige, ruim 1100 pagina’s tellende biografie van Willem Otterspeer zou je denken: alles door en over Hermans is nu weleens gezegd. Lees ook: Meer eisen dan er op de wereld te vinden is

Maar Kroonenberg bewijst het tegendeel. ‘Letterkundigen graven graag naar diepere lagen in romans, maar soms heb je daar een geoloog bij nodig’, schrijf hij in het voorwoord. Van Ruisend Gruis tot Conserve, van De God Denkbaar tot Nooit Meer Slapen: Kroonenberg beziet de literaire teksten met geologische blik. Hij citeert romanpassages waarin vaktermen opduiken – ‘Denkbaar stond erbij als een beeld van lipariet of granodioriet; trachiet, andesiet en gabbro’ – en demystificeert zonder afbreuk te doen aan de oorspronkelijke teksten. Lipariet blijkt vulkanisch gesteente, de mysterieuze pingo’s uit Nooit meer slapen zijn heuvels met een kern van ijs.

Hermans bestudeert de mineralen in smeltwaterafzettingen bij Skoganvarre, Noorwegen 1961. Foto Torbjørn Fjellang/Erven W.F. Hermans

Kroonenberg veronderstelt wel een goede Hermans-voorkennis bij zijn lezers: de verhaallijnen uit de romans worden hooguit beknopt toegelicht, en soms springt hij wat van de hak op de tak. Daardoor zijn de terzijdes niet altijd goed te volgen, en lijken ze vooral bedoeld voor de echte Hermans-adepten. Naast de geologische tijdschaal die achterin het boek staat verlang je als lezer soms naar een tijdlijn van Hermans wetenschappelijke loopbaan. Kroonenberg noemt terloops jaartallen, maar de chronologie komt niet duidelijk naar voren.

Waar hij wel heel uitgebreid op ingaat zijn twee werken van Hermans die nauwelijks bij het brede publiek bekend zijn. Allereerst zijn Franstalige proefschrift Description et genèse des dépots meubles de surface et du relief de l’Oesling, over bodemafzettingen in het noorden van Luxemburg. Een proefschrift dat hij volgens een betrokken geoloog ‘als overbelaste en slecht betaalde wetenschappelijke assistent […] in de nachtelijke uren, en deels oververmoeid door zijn baan heeft gemaakt’ en waarop hij niettemin cum laude promoveerde.

Hoogleraarschap

Daarnaast is een apart hoofdstuk gewijd aan het lesboek Erosie dat Hermans in 1960 publiceerde, en waarover wel wordt gezegd dat hij het uitsluitend schreef in de hoop op een hoogleraarschap (dat hij nooit kreeg). Kroonenberg noemt het boek ‘ver onder de maat als leerboek of handboek. Illustraties ontbreken vrijwel, er zitten onbegrijpelijke inconsistenties in de naamgeving en de uitleg. De volgorde van de onderwerpen is onlogisch.’

Hermans telt zware mineralen in de microscoop. Laboratorium Fysische Geografie, Koninklijk Instituut voor de Tropen, voorjaar 1952. Foto Erven W.F. hermans

Het laatste, meer essayistische deel had naar zijn mening beter op zichzelf kunnen worden gepubliceerd. Daarin blikt Hermans vooruit op de toekomst van de mens, en concludeert: ‘De plaats die het fysiek niet zo sterke mensdier in de wereld heeft weten te veroveren is indrukwekkend, maar de menselijke individuen moeten er met verlies van allerlei vrijheden voor betalen als zij er prijs op blijven stellen in zo grote getale aanwezig te zijn. En ook dan zal de aarde onherroepelijk eenmaal uitgeput raken, al is dat ogenblik nog lang niet in zicht.

Een dia van Pingorest bij het Zweedse bergstation Låktatjåkko, gemaakt door W.F. Hermans in 1960. Foto Erven W.F. Hermans

Maar er is nu eenmaal geen enkele reden om te veronderstellen dat het geologische tijdperk, dat door het gidsfossiel ‘mens’ gekarakteriseerd wordt, eeuwig duren zal’. In zulke wetenschapsfilosofische bespiegelingen is de wetenschapper Hermans op z’n best, aldus Kroonenberg.

Die persoonlijke reflecties op het werk van Hermans zijn soms een verrijking. Maar af en toe wordt Kroonenberg wel érg belerend. Zo wijst hij op een ‘eerstejaars beginnersfout’ in het leerboek Erosie (omdat Hermans het begrip alkaliniteit verkeerd gebruikt) en spreekt hij Hermans smalend aan als ‘Wim’ wanneer hij schrijft: ‘Niet goed opgelet bij de colleges van de bewonderde geologieprofessor Brouwer?’ En even later: ‘Toch je Frans nog even opfrissen.’

Afgezien van die paar neerbuigende, pedante opmerkingen is De aarde volgens W.F. Hermans zeer de moeite waard. Kroonenberg heeft uitgebreid rondgekeken in het Hermans-archief en ook gesproken met diverse wetenschappers die hem van dichtbij hebben meegemaakt. Het boek bevat veel fraaie illustraties, waaronder veldwerkdia’s die Hermans zelf maakte tijdens zijn reizen. Zo zie je opeens het échte landschap voor je uit Nooit meer slapen. Het veldwerk waarover hij in 1962 schreef: ‘Of en wanneer er uit mijn bezoek aan Finnmark een publicatie zal voortvloeien, weet ik nog niet met zekerheid.’ Een volwaardige wetenschappelijke publicatie kwam er nooit. Maar zijn roman was een verrijking voor het literaire landschap – zowel vanuit fysisch geografisch als vanuit letterkundig oogpunt.