Recensie

Recensie Beeldende kunst

Zijn foto’s laten zien dat Mondriaan niet alleen een groot kunstenaar was, maar ook een poseur

Fototentoonstelling Piet Mondriaan zette zichzelf graag neer als doodserieuze, visionaire kunstenaar. Een fotoboek en -tentoonstelling laten zien wie hij ook kon zijn.

‘Frenologisch portret’ van Piet Mondriaan, circa april 1909.
‘Frenologisch portret’ van Piet Mondriaan, circa april 1909. Foto Alfred Waldenburg, collectie RKD

Piet Mondriaan (1872-1944) vervloekte de zwarte potkachel die in zijn Parijse atelier stond, beweerde de kunstenaar César Domela eens. De kachel was namelijk rond en dit viel uit de toon in Mondriaans atelierwoning in de Rue du Départ die geheel volgens de wetten van zijn Nieuwe Beelding was vormgegeven. In de bouwvallige woning heersten rechte lijn, rechthoek en primaire kleuren: op alle witte wanden had Mondriaan vele rode, blauwe en gele rechthoeken in allerlei formaten aangebracht en alle meubels had hij in een strikt haakse ordening in de kamertjes geplaatst.

Toch was er wel meer dan alleen de kachel niet rechtlijnig en -hoekig in Mondriaans atelier, zo blijkt uit het vorige week verschenen boek Mondriaan en fotografie. De kunstenaar in beeld, waarin Wietse Coppes en Leo Jansen alle 411 bestaande foto’s van Mondriaan of zijn ateliers in Parijs en New York bijeengebracht hebben.

Zo laten foto’s van het atelier in Parijs zien dat Mondriaan daar niet alleen zat op rieten stoelen met gebogen armleuningen en halfronde spanten, maar ook op een sofa met een bolle rugleuning. Ook stonden her en der een ronde asbak en een rond kommetje en hing er een forse bolle lamp aan een wand. Op de grond lag iets wat lijkt op een rond matje van riet en in een hoek van zijn atelier stond pontificaal een rood geschilderde platenspeler, waarop Mondriaan zijn ronde jazz-platen afspeelde.

Op het omslag van Mondriaan en fotografie staat zelfs de bekende foto die de Hongaarse fotograaf André Kertész van voorwerpen in Mondriaans atelier maakte en die allemaal voornamelijk rond zijn: De brillen en pijp van Mondrian/Stilleven. Op Chez Mondrian, een andere, nog bekendere Mondriaanfoto van Kertész, is een bolle, ronde vaas met een kunsttulp te zien. Hierover schreef de journalist van De Telegraaf die Mondriaan eens kwam interviewen: „In zijn studio ontdekten we in ’n ronde vaas ’n bloem.... Desgevraagd verontschuldigde Mondriaan zich met de woorden: ‘Ik wilde iets hebben om de gratie en de lieflijkheid van ’n vrouw te symboliseren’.”

Substituut voor een vrouw

Misschien maakte Mondriaan dan ook slechts een grapje toen hij tegen Domela zei dat hij zijn potkachel vervloekte en zag hij er eigenlijk een substituut in voor de vrouw die hij nooit had. Maar waarschijnlijk was het een pose. Want, zo willen van Coppes en Jansen bewijzen, behalve een groot kunstenaar was Mondriaan ook een poseur. Strike a pose is dan ook de titel van de tentoonstelling met 70 van de 411 Mondriaanfoto’s in het Fotomuseum Den Haag.

Hoewel er slechts van twee foto’s bekend is dat Mondriaan ze zelf maakte, zette hij fotografie bewust in als branding van de visionaire kunstenaar Mondriaan, laten Coppes en Jansen overtuigend zien. In de portretten die hij Kertész en andere fotografen liet maken, poseerde hij steevast als de doodserieuze, moderne kunstenaar, in zijn atelier als een driedimensionale Mondriaan. Daar maakte hij met zijn Nieuwe-Beeldingsschilderijen de hogere, metafysische werkelijkheid zichtbaar.

Maar vooral uit de snapshots die de vele bezoekers aan zijn atelier maakten, blijkt dat er twee, of eigenlijk, drie Mondriaans hebben bestaan.

De eerste, nog jonge Mondriaan is een traditionele, fors bebaarde schilder van landschappen, stillevens en portretten, die zich bij voorkeur al lezend laat fotograferen in zijn met lappen volgehangen ateliers in Amsterdam. Maar in 1910, een jaar nadat hij lid was geworden van de Theosofische Vereniging en zijn zoektocht naar de ware, zuivere kunst was begonnen, ondergaat hij een metamorfose.

Van een ‘natural genius’ verandert Mondriaan in een ‘learned genius’, schrijven Coppes en Jansen. In korte tijd maakt de romantische, op Raspoetin lijkende kunstenaar plaats voor een moderne zakenman met strak naar achteren gekamd haar die zich hult in driedelige pakken. Ook laat hij een modieuze ‘tandenborstelsnor’ staan, nu beter bekend als Hitlersnorretje. Als hij zich laat portretteren, kijkt hij vrijwel altijd ernstig, streng en afstandelijk recht de camera in.

Soms liepen de bezoeken aan zijn atelier uit op dansfestijnen, waarbij Mondriaan optrad als dj

De kiekjes van zijn vrienden en bekenden laten een derde Mondriaan zien, die ontspannen, vriendelijk en sociaal oogt. De derde Mondriaan heeft altijd bestaan. Zo is Mondriaan op een foto uit 1903 een uitgelaten vakantieganger die een vriend op zijn schouders heeft genomen, vlak voordat ze aan een bootreis van IJmuiden naar Bordeaux beginnen.

In Mondriaan en de fotografie komt Mondriaan niet naar voren als een kluizenaar, maar juist als kunstenaar die zijn hele leven lang druk bezig was met netwerken en het aflopen van feestjes en openingen van tentoonstellingen. Ook maakte hij graag uitstapjes met vrienden en bekenden, naar bijvoorbeeld de door Le Corbusier ontworpen Villa Stein-de Monzie in de Parijse voorstad Garches.

En in zijn atelier, dat als voorbode van het aards paradijs een mythische status kreeg onder kunstenaars, was het een komen en gaan van bezoekers. Soms liepen de bezoeken uit op dansfestijnen, waarbij Mondriaan optrad als dj. En soms trok Mondriaan gezellig een fles wijn open, zoals te zien is op een foto die André Kertész in 1926 nam, nadat hij hem eerder als doodserieuze kunstenaar had vastgelegd.