De eerste documentaire ‘Moana’ was een kostuumfilm

IFFR | Cinema Regained Klassiekerprogramma Cinema Regained van IFFR biedt een boeiende double bill: de nu omstreden, want manipulatieve ‘eerste documentaire’ ‘Moana’ werd voorzien van geluid. Idealisering werd op idealisering gestapeld.

Samoaanse vrouw omgeven door de drie dochters van Robert J. Flaherty.
Samoaanse vrouw omgeven door de drie dochters van Robert J. Flaherty.

Het befaamde, maar ook beruchte Moana is de eerste film die ‘documentaire’ werd genoemd. Traditiegetrouw besteedt het Cinema Regained-programma van IFFR aandacht aan bekende en onbekende pareltjes uit de filmgeschiedenis. Dit jaar vormen twee documentaires een zeer opvallende ‘double bill’: Moana van Robert J. Flaherty uit 1926 in de versie van zijn dochter Monica, die een halve eeuw na dato geluid toevoegde aan haar vaders stille film: Moana with Sound. Hoe dat in zijn werk ging, is te zien in Monica in the South Seas, mede gemaakt door Sami van Ingen, achterneef van Flaherty.

Honderd jaar geleden trok de Amerikaanse avonturier en documentairemaker Robert J. Flaherty naar Samoa, de eilandengroep in de Stille Oceaan. Flaherty was indertijd beroemd vanwege zijn op locatie opgenomen documentaire over de leefwijze van de Inuit: Nanook of the North (1922). Van studio Paramount kreeg hij carte blanche om dit succes te herhalen, maar dan in de tropen. Daar trof Flaherty een in harmonie met de natuur levend volk terwijl hij hoopte op een ‘mens tegen natuur’-conflict à la Nanook: een harde strijd om onder barre omstandigheden te overleven.

Traditionele tatoeage

Flaherty en zijn gezin (vrouw Frances, tevens co-regisseur, drie dochters) verbleven bijna twee jaar op het eiland Savai’i, naarstig zoekend naar een manier om zijn documentaire vorm te geven. Hij castte verschillende fotogenieke eilandbewoners als ‘gezin’ dat zich opmaakt voor de initiatierite van hoofdpersoon Moana, naar wie hij de begin 1926 uitgebrachte film vernoemde. We zien ze voedsel verzamelen, jagen, een traditioneel gewaad maken van de schors van de papiermoerbei, een copieuze feestmaaltijd bereiden. Daarna volgt de sequentie waar Flaherty zijn zinnen op had gezet: het op traditionele wijze tatoeëren van Moana, die dit lijdzaam ondergaat, omgeven door zijn familie en geliefde.

En hier beginnen de problemen. Want op Samoa was dit volwassenwordingsritueel al lang niet meer gangbaar. Ook op andere manieren romantiseerde Flaherty de inheemse bevolking. Onder invloed van missionarissen droegen zij inmiddels westerse kledij; Flaherty vroeg ze hun traditionele tapa-gewaden weer te dragen, waarbij de vrouwen bovendien zeer tegen hun zin topless moesten rondlopen. Allemaal voor het plaatje van een natuurvolk in een paradijs, een idealisering van de ‘nobele wilde’ à la Gauguin op Tahiti en talloze ‘exotische’ Hollywoodfilms uit de jaren twintig. In de jaren dertig volgde de rage van tiki-bars, met Polynesische thema’s en ingewikkelde cocktails. Moana was een trendsetter.

De vrouwen in ‘Moana’ moesten zeer tegen hun zin topless rondlopen

Zo verviel Flaherty in oude fouten, voor Nanook of the North vroeg hij de Inuit te jagen met pijl en boog terwijl ze dat allang met geweren deden. Door dit soort ensceneringen en ingrepen is Flaherty’s positie in de filmgeschiedenis als een invloedrijk documentairemaker de laatste decennia flink ondergraven. Het is ironisch dat de term ‘documentaire’ voor het eerst werd gebezigd in een recensie van Moana. Moana legt geen werkelijkheid vast, maar construeert een geromantiseerd verleden: het is fictie, een kostuumfilm.

Meer idealisering

Maar juist om die redenen is het fraai gefotografeerde Moana ook een fascinerende film. En het wordt nog boeiender. In 1975, vijftig jaar nadat Moana werd afgerond, ging Flaherty’s jongste dochter Monica terug naar het eiland uit haar jeugd: ze was drie toen ze er aankwam en vijf toen ze vertrok. Het was de droom van Monica Flaherty om de documentaire van haar vader alsnog van geluid te voorzien. Monica rondde dat project af in 1980, maar het duurde tot 2014 voordat een prachtig gerestaureerde versie uitkwam. Bij die restauratie was de Finse filmmaker Sami van Ingen betrokken als geluidsmixer. Van Ingen is de achterneef van Flaherty: zijn oma Barbara was de oudste zus van Monica. In Monica in the South Seas horen we Barbara en Monica tweestemmig een prachtig traditioneel lied zingen uit hun jeugd.

Monica Flaherty maakte een nieuwe versie van de film die haar vader in 1926 schoot.

Voor Monica in the South Seas putten Van Ingen en coregisseur Mika Taanila uit honderden uren filmmateriaal, foto’s, persoonlijke correspondentie en geluidsopnames van Monica; Van Ingen beheert haar archief. Hierin zien we Monica opnames maken van geluiden die in Moana with Sound te horen zijn: omgevingsruis, Samoaanse liederen, geluiden die bij specifieke scènes passen. Ondertussen wordt ze gefêteerd door de eilandbewoners, waarbij ze geacht wordt hun geld toe te stoppen. Net als haar vader is zij nostalgisch naar een ver vervlogen verleden, dat ze idealiseert. Moana en Monica in the South Seas hebben wat dat betreft veel gemeen. En dat is precies wat Van Ingen beoogt, vertelt hij: „Met Monica in the South Seas willen we het verhaal vertellen van Monica’s poging om vijftig jaar na dato een soundtrack te maken bij de film van haar vader en moeder. Tegen alle verwachtingen in krijgt ze het voor elkaar, op haar eigen manier. Maar tegelijkertijd projecteert Monica haar fantasieën van een verloren paradijs op hoe ze de zaken aanpakt, net zoals haar ouders een halve eeuw eerder deden met hun paradijselijke visie op Samoa.

„Vragen over authenticiteit, exotisme en toe-eigening zijn de kern van onze film. Ons doel is dat deze kritiek impliciet vorm krijgt, maar niet onderstreept of expliciet aangestipt wordt. We vertrouwen erop dat de hedendaagse kijker voldoende verfijnd tussen de regels leest om dit in te zien. Ik heb geen behoefte of de bedoeling om Moana of de Flaherty’s op enigerlei wijze te verdedigen of aan te vallen. Moana is in zoveel opzichten een buitengewone film, ook omdat hij al tientallen jaren in het middelpunt staat van debatten en discussies over wat een documentairefilm is, moet zijn en kan zijn. In mijn ogen is dat een grote prestatie voor een honderd jaar oude film.”