Foto Annabel Oosteweeghel

Interview

Thomas Heerma van Voss: ‘Je moet jezelf vaak de illusie geven dat je ergens grip op hebt’

Wat maakt het leven de moeite waard? De personages in het werk van schrijver Thomas Heerma van Voss willen controle over hun leven. „En uiteindelijk kan dat helemaal niet.”

Leef je dromen na. Doe wat je wilt. Als je ergens echt voor gaat, zal het je lukken. Ja, mooi. Maar is het ook waar? Schrijver Thomas Heerma van Voss (32) werd grootgebracht met het idee dat hij zou kunnen worden wie hij maar zou willen zijn. „Ik weet niet zeker of mijn ouders dat zo letterlijk zeiden, maar de ondertoon was wel dat alles mogelijk was. Dat gaf me een weldadig gevoel van vrijheid, maar ook van beklemming. Want wat dan als het jou niet lukt, als je anderen ziet uitblinken terwijl je zelf sukkelt? Daar ontstaat druk, opgejaagdheid, een spanning waar ik graag over schrijf.”

Sukkelen, worstelen, ploeteren. De personages in zijn verhalenbundel Passagiers/achterblijvers, afgelopen zomer verschenen en onlangs genomineerd voor de BNG Bank Literatuurprijs 2022, zijn „niet de winnaars in het leven”, zegt de schrijver zelf. „Maar ik houd niet van dat woord – er gaat iets mis in een samenleving als mensen onderverdeeld worden in winnaars en verliezers. Mijn personages zijn niet degenen die op het podium staan of de schijnwerpers op zich gericht weten. Dat willen ze misschien ook niet per se, maar ze worstelen er wel mee. Omdat ze het idee hebben dat anderen het wél voor elkaar hebben.”

Zoals de dertiger in het verhaal ‘Bowlen in Philadelphia’, die een bevriend koppel bezoekt dat naar de VS geëmigreerd is en daar het leven van hun dromen leidt, denkt hij. Of de jonge man in ‘Ik kan alles uitleggen’, die een geestdodend fabrieksbaantje had (‘Ik was flink overgekwalificeerd voor dat werk’) maar ontslagen werd en toen afgleed, en uiteindelijk de Dodenherdenking op de Dam verstoort. Of de man die het vriendenboekje van een buurmeisje achteroverdrukt en gaat koesteren, fantaserend over de levens van 46 zeven- en achtjarigen.

„Door die kinderlevens uit zijn hoofd te leren heeft hij ergens grip op”, zegt Heerma van Voss. „En ik schrijf het niet met zoveel woorden op, maar dat verlangen komt voort uit het feit dat hij op heel veel dingen in de wereld helemaal geen controle heeft.” Hij vertelt dat schoorvoetend, want, zegt hij, hij houdt er eigenlijk niet van om zijn eigen verhaal te gaan zitten uitleggen, maar de vraag was nu eenmaal hoe de verhalenbundel ontstaan was. „Ik wilde niet een veredeld verzameld werk van een paar jaar bijeenvegen in een bundel, zonder dat de verhalen onderling verwant zijn. De meerwaarde van een verhalenbundel is voor mij ook om het als boek te benaderen, dus met een rode draad, met samenhangende thema’s.”

En dat thema is die drang tot grip en controle, bij mensen die niet inzien dat ze daar eigenlijk niet in slagen, niet in kúnnen slagen. „Ik hielp laatst een van m’n beste vrienden verhuizen, naar Weesp, en toen we in het verhuisbusje zaten, vertelde hij me dat hij op zijn laptop een Excel-sheet heeft waarin hij heeft berekend wat hij over tien jaar verdient, met loonsverhogingen en bonussen er al in opgenomen. Hij is econometrist, dus het zal niet helemaal uit de lucht gegrepen zijn, maar dat gaf me een enorm benauwd gevoel.”

Terwijl het hem juist een gevoel van controle gaf?

„Ja, rust en controle. Bij mij was het tegenovergesteld, ik denk dan: er gaat nu ook veel van je verloren. Ik ben in de dertig, en ik zie mensen om me heen moedwillig een leven in tuimelen waar ze tien jaar geleden nog op foeterden.”

Een burgerlijk bestaan, met een vaste baan en een koophuis in een rustige straat?

Foto Annabel Oosteweeghel

„Ja, een huis in Weesp en een gezin… Ik heb daar niet per se een oordeel over, maar ik denk wel: wacht even, als ik jullie dit leven acht jaar geleden had voorgelegd, zou je daar wel je wenkbrauwen bij hebben gefronst.”

Welk gevoel maakt zo’n observatie dan in je los?

„Heel veel gevoelens door elkaar. Lichte irritatie, en lichte jaloezie ook, om hoe makkelijk ze opeens lijken te weten wat ze willen. Maar vooral denk ik: waar zijn jullie nou gebleven? Ik denk dat lachend hoor, als je dit uittypt ziet het er verwijtender uit dan ik het bedoel. Maar wat ik er op de eerste plaats interessant aan vind, is dat veel mensen het idee hebben dat ze er iets van gaan maken, zich onderscheiden, ze maken grote plannen. En dan maken ze uiteindelijk allemaal dezelfde keuzes en gaan hetzelfde leven leiden. We kunnen alles kiezen, maar kiezen allemaal hetzelfde.”

Dan is dat idee dat je alles kunt worden dus ook een fabeltje?

„Het is op z’n minst naïef. Net als die Excelsheet van die vriend – dat is z’n goed recht en hij weet wat hij doet, maar je hébt toch helemaal geen controle? Er zit het idee achter dat je grip kunt hebben op je leven, maar je kunt bijna niets of helemaal niets controleren. Je moet jezelf in het leven vaak de illusie geven dat je ergens wel grip op hebt, anders is het ook geen doen. Maar ik heb dat zelden zo expliciet en groots gezien als in die Excel-sheet. En om dan zelf het bruggetje te maken: dat vind ik interessant en daar gaan veel van mijn verhalen over.”

Veel mensen hebben het idee dat ze zich gaan onderscheiden. En uiteindelijk leiden ze allemaal hetzelfde leven

In zijn eerdere essaybundel Plaatsvervangers (2017) schreef Thomas Heerma van Voss al over een goede vriend van zijn eigen leeftijd die plotseling overleed. In de roman Condities (2020) ging het over een hoofdpersoon wiens leven beïnvloed werd door een opgedoken chronische ziekte – dat kende Heerma van Voss uit eigen ervaring. In het tweeluik Onzichtbare boeken en Verdwenen boeken (2021) vertelde hij het verhaal van de kleine uitgeverij Babel & Voss, die met hart en ziel bestierd werd, maar toch onvermijdelijk zieltoogde.

Waarom heb je dat zo sterk, dat besef van chaos en gebrek aan houvast?

„Ja, waar komt dat vandaan? Het is geen uniek inzicht natuurlijk, het is universeel en eeuwig. Ik vind het moeilijk om mezelf te psychologiseren, maar ik kan wel een aantal momenten in mijn leven aanwijzen waarop ik sterk ervoer dat ik helemaal geen controle had. Op de middelbare school was ik jarenlang hopeloos verliefd op dezelfde klasgenote, wat niks werd. En die overleden vriend, die ziekte – en vorig jaar ging mijn vader dood… Dat soort momenten zijn steeds weer een bevestiging van een basaal gevoel: ik sta erbij en doe mijn best, maar heb er niets wezenlijks over te zeggen. Dat is verder niet heel zwaar, ja, soms is het ontwrichtend en vervelend, maar daaromheen heb ik vaak prettige en lichte dagen en weken. Het is niet een gevoel dat een allesoverheersende kleur afgeeft.”

Maar wel een leidende waarheid?

„Leidend, maar niet tekenend. Ik geloof wel in een zekere onveranderlijke kern van je karakter. Je hebt onderzoek naar mensen die de loterij winnen, bij wie dan het eerste jaar nadat ze twee miljoen hebben gewonnen een significante gelukstoename gemeten wordt, maar daarna keert alles weer terug naar het oude niveau. Ik heb het idee dat het met tegenslagen ook vaak zo werkt.”

Dus we hebben wel een onveranderlijke kern, maar los daarvan zijn de omstandigheden juist heel onvoorspelbaar?

„Ja, en dat laatste wordt vaak genegeerd. In de politiek zijn er veel te veel mensen die doen alsof we in grote mate invloed op ons leven kunnen uitoefenen en grip hebben. Terwijl het een basisaanname van het leven en ook van de politiek zou moeten zijn dat je misschien kunt bijsturen en accenten kunt verleggen, maar weinig écht kunt controleren. Dus iedereen kan afglijden, of bijna iedereen. Ik moet denken aan die uitspraak van Mark Rutte bij de rellen naar aanleiding van de avondklok, dat hij niet geïnteresseerd is in ‘sociologische verklaringen’ voor het gedrag van die jongeren. Het kon hem niets schelen wat de relschoppers bewoog en waar hun woede vandaan kwam. Daar zit zo veel in wat mis is. De basis lijkt me dat je wél moet willen weten waar iets vandaan komt, als politicus, als schrijver, als mens. Want wat die ander overkomt zou jou, als je in iets andere omstandigheden zou leven, ook kunnen gebeuren.”

Zoals die jongen die de Dodenherdenking verstoort in je bundel.

Lees ook de recensie van Passagiers/Achterblijvers: Thomas Heerma van Voss toont zich een meester van de suggestie

„Ja, die voelt zich miskend, ongehoord. Het gaat me in dat verhaal het minst om zijn uitbarsting, ik ben vooral geïnteresseerd wat er daarvoor in zijn hoofd gebeurt. De kunst zit er dan in om zo iemand geloofwaardig en tot op zekere hoogte innemend te maken – dat je meegaat in zijn verhaal en niet denkt: raar, zonderling type, punt.”

Je probeert de gemene deler tussen hem en ons te vinden?

„Ja, dat vind ik leuk aan schrijven: veel kan ik me goed voorstellen. Wij hebben vooralsnog het geluk dat we geen geestdodend werk in een fabriek hoeven te doen, maar dat is een gelukje. Vooral dat, niet een verdienste.”

Het past bij de empathische beweging die in het oeuvre van Thomas Heerma van Voss gaandeweg plaatsvindt. In zijn eerste werk – zijn debuut De allestafel (2009) en tweede roman Stern (2013) – bleven de hoofdpersonages nog buitenstaanders, opgesloten in hun eigen wereld, maar in Passagiers/achterblijvers worden ze uit hun schulp geduwd. Heerma van Voss dwingt ze in beweging te komen, het leven in, en daarmee in het oncomfortabele, ongewisse.

Het basale gevoel is: ik sta erbij en doe mijn best, maar heb er niets wezenlijks over te zeggen

In het verhaal ‘Verwachtingen’ is die empathische beweging het duidelijkst zichtbaar: daar reconstrueert de hoofdpersoon de levenskeuzes die zijn moeder heeft gemaakt. „Dat is inderdaad de meest expliciete poging tot empathie, doordat hij allemaal vragen stelt over haar leven. Maar er zit ook een zekere woede in, of onbegrip. Waarom ben je gebleven, in dat huwelijk waar de liefde uit verdwenen was? Dat is in wezen dezelfde vraag als: waarom schik je je zo gemakkelijk? Die kun je aan al mijn personages stellen, en die schiet ook door mijn hoofd als ik met die goede vriend naar Weesp rijd. Of nee, schikken is te veroordelend. Eerder: neem je hier genoegen mee?”

Jij hebt in elk geval iets uitzonderlijks gekozen: leven van het schrijverschap. Hoe was dat?

„Het voelde nooit echt als een keuze. En die zin wordt niet gevolgd door de zin: ‘het voelde als een roeping’. Want dat was ook niet zo, ik heb veel mazzel gehad. Na de middelbare school deed ik een poging om een boek te schrijven en dat probeersel werd dankzij een redacteur bij wie het op het bureau belandde ineens gepromoveerd tot boek. Voordat er echt een droom of verlangen was, was het boek er al.”

Heb je dan ook het gevoel ontsnapt te zijn aan dat burgerlijke leven?

Foto Annabel Oosteweeghel

„Niet helemaal ontsnapt, maar ik doe er ook nog niet volop aan mee. Ik heb, soms tot mijn eigen irritatie, de neiging om een stap achteruit te doen en langs de zijlijn te bekijken hoe mensen zich ergens in kunnen storten. Voor het schrijven is dat goed, maar het leven wordt beter als je een stap naar voren doet en deelneemt. Op feesten sta ik nog dralend bij de jassen terwijl mijn vrienden al midden op de dansvloer staan. Dan denk ik: kom op, in beweging.”

Dus daar wil je wel zijn, in het gewoel, waar het gebeurt?

„Ja, ik denk uiteindelijk dat de mooiste flarden en snippers in het leven ontstaan op momenten dat je in verbinding bent, samen, in gedeelde ervaringen. Dat klinkt zalvend, maar ik ervaar het echt zo… Ik hou ook erg van dat toekijken, maar de grootste schoonheid zit in de momenten die je deelt. Toen ik studeerde dacht ik altijd: een gewone, geijkte liefdesrelatie is meer iets voor anderen, en toen ik voor het eerst een relatie kreeg, moest ik veel opgeven van mijn isolement en mijn ritmes, maar ervoer ik ook: wat een schoonheid zit hierin. Dit allemaal samen doen. Dat het mogelijk is om dat gevoel van opgesloten zitten in een binnenwereld te doorbreken.”

Duidelijk: verbinding is wat het leven de moeite waard maakt. Heb je weleens klachten gekregen van mensen uit je omgeving die zich in personages herkenden?

„Ik heb nog weinig klachten ontvangen. Ik ‘gebruik’ hen in de overtuiging dat ik dat vanuit empathie doe. Ik zet ze bij mijn weten nooit voor schut, en brand ze niet af.”

Je kunt hen gebruiken, omdat je lief genoeg bent om de werkelijkheid geen geweld aan te doen?

Lachend: „Daar komt mijn redenering wel op neer, denk ik.”