Necrologie

Rock klonk nooit meer hetzelfde dankzij gitaarvirtuoos Jeff Beck

Jeff Beck (1944-2023) Muzikanten-muzikant, gitaristen-gitarist: het grote publiek bereikte hij de laatste decennia niet meer zo, maar critici en collega’s zijn Jeff Beck nooit vergeten.

Jeff Beck tijdens een optreden op het 25ste Bluesfest in Byron Bay, Australië in 2014.
Jeff Beck tijdens een optreden op het 25ste Bluesfest in Byron Bay, Australië in 2014. Foto KABIR DHANJI/ EPA

De term muzikanten-muzikant lijkt voor Jeff Beck te zijn uitgevonden: Jimmy Page liep met hem weg, hij volgde Eric Clapton op in The Yardbirds, waarna Pink Floyd én de Rolling Stones hem wilden hebben. Hij speelde met artiesten als Bon Jovi, Kate Bush, Stevie Wonder en David Bowie. Vorig jaar nog stond de Brit op het nieuwste album van Ozzy Osbourne, en maakte hij een plaat met Johnny Depp – wat we snel kunnen vergeten. Jeff Beck zal sowieso niet om zijn hits worden herinnerd, maar om zijn avontuurlijke, dynamische gitaarspel, zijn experimenten met hoe gitaren kunnen klinken en de manier waarop hij de muzikanten om hem heen daarin meenam. Hij overleed dinsdag op 78-jarige leeftijd plotseling aan een hersenvliesontsteking.

Jeff Beck is geboren in 1944 in Wallington, tegen Londen aan. Als jongen van tien zong hij in een kerkkoor, maar in zijn achterhoofd speelden al gitaren. Een paar jaar eerder had hij gitaarpionier Les Paul’s ‘How High the Moon’ gehoord, en toen zijn moeder dat afdeed als ‘trucjes’ wist Beck: dat is iets voor mij.

Beck speelde in verschillende bandjes – The Nightshift, Screaming Lord Sutch, The Rumbles, The Tridents – toen hij in 1965 door The Yardbirds werd gevraagd om de ontevreden vertrokken gitarist Eric Clapton te vervangen. Ze hadden de latere Led Zeppelin-gitarist Jimmy Page eerst gevraagd, maar die wilde niet en raadde zijn eveneens onbekende, jonge vriend Beck aan. Twee dagen na het vertrek van Clapton stonden ze al met Jeff Beck op het podium.

Zingen als gregorianen

Lang duurde zijn aanstelling niet en ze brachten slechts één album met hem uit (Roger the Engineer), maar in de twintig maanden dat Beck bij de groep zat, vormde hij ze om tot een uiterst avontuurlijke band waarin allerlei genres en invloeden werden gemengd. Zo imiteerde Beck met effectpedalen een sitar (‘Heart Full of Soul’), en in ‘Still I’m Sad’ hoor je ze zingen als gregorianen. Toen Beck tijdens een tour ziek werd, verving Jimmy Page hem. Bij terugkeer van Beck bleven ze beiden en maakten ze songs als het progressieve ‘Happenings Ten Years Time Ago’ (met toekomstig Led Zeppelin-bassist John Paul Jones) en punky ‘Psycho Daisies’. Het commerciële succes was minder groot dan de immense invloed op de rockmuziek: zonder The Yardbirds geen Led Zeppelin.

Tijdens een Amerikaanse tour liepen ruzies in de groep hoog op. Geholpen door de stress van het touren, drank, en zijn gewoonte niet op te komen dagen, werd Beck uit The Yardbirds gezet. „They kicked me out, fuck them”, zei hij daar twintig jaar later over bij de inauguratie van de groep in de Rock & Roll Hall of Fame. Lang zat hij niet stil.

Hij richtte de Jeff Beck Group op, met ene Rod Stewart als zanger en de al even onbekende Ron Wood, de latere gitarist van de Rolling Stones. Ze speelden zware, intense blues en r&b, van grote invloed op wat heavy metal werd. De groep tourde in 1968 voor het eerst door de VS en speelden met The Grateful Dead en Jimi Hendrix, maar misten de laatste show van die tour, en daar zouden ze spijt van krijgen. „De avond voor onze laatste show zaten we in een hotel op vliegveld JFK”, herinnert Rod Stewart zich in zijn autobiografie uit 2012, „om naar dat evenement te vliegen en daarna dezelfde nacht nog terug naar Londen. Maar toen werden we gebeld dat het niet doorging, want Jeff bleek die middag al een vlucht naar Londen te hebben gepakt. Hij had blijkbaar een gerucht gehoord, dat niet bleek te kloppen, dat zijn vrouw een affaire had met de tuinman. De naam van dat festival? Woodstock.”

Onvrede

In 1970 hervormde Beck zijn groep – na nog bijna Elton John als nieuwe zanger te hebben aangetrokken – maar uit onvrede over het gebrek aan muzikale progressie trok hij er na twee jaar de stekker uit. In 1975 vond hij alsnog muzikaal én commercieel succes, met de jazzrock van zijn soloplaat Blow By Blow waar ruim een miljoen exemplaren van werden verkocht, onder meer dankzij het emotievolle, door Stevie Wonder geschreven ‘Cause We’ve Ended as Lovers’. Wonder schreef het voor zijn vrouw Syreeta, maar gaf het eerst aan Beck als goedmakertje – Beck had namelijk op Wonders Talking Book gespeeld en zou in ruil daarvoor een nummer krijgen. Wonder schreef ‘Superstition’ voor Beck, maar bracht dat onder druk van zijn label toch maar eerst zelf uit.

In de decennia die volgden, bleef Beck onvoorspelbaar en onnavolgbaar: pure pop, bluesrock, covers, elektronische muziek, samenwerkingen met Kate Bush, Hans Zimmer, Bon Jovi, Roger Waters en vele anderen die iets van zijn virtuoze gitaarspel wilden meepikken. Groot succes bleef uit, alleen zijn versie van ‘I Put a Spell on You’ met Joss Stone uit 2010 bereikte het grote publiek. Toch ontving hij zeventien Grammy-nominaties, en won er acht. De Rock and Roll Hall of Fame inaugureerde hem twee keer (met The Yardbirds én solo) – critici en collega’s zijn hem nooit vergeten. In de lijst 100 Grootste Gitaristen van Rolling Stone uit 2015, gekozen door bekende muzikanten, stond Beck op plaats 5. Onder Page en Clapton, maar bóven B.B. King, Eddie Van Halen, Brian May, Santana en Les Paul. Iets van glans verloor hij vorig jaar, toen hij een matig album uitbracht met de toen net van zijn voetstuk gerolde acteur (en muzikant) Johnny Depp – die naar verluidt aan zijn zijde was de laatste uren.