Recensie

Recensie Boeken

Dankzij dwergkonijn Misjka komt Roya’s roerende vluchtverhaal op tafel

Kinderboek Als het dwergkonijn Misjka ontsnapt komt het stille verdriet van de uit Afghanistan gevluchte Roya met een tranenstroom naar buiten. Verraderlijk achteloze zinnetjes zijn de kracht van Misjka.

Misjka van Edward van de Vendel is een boek dat je makkelijk over het hoofd ziet: de sobere coverillustratie van Annet Schaap van een meisje met een konijntje oogt lief, maar weinig opvallend. En de openingszinnen klinken niet direct opwindend: ‘Het was de eerste avond in ons eigen huis. Mijn drie grote broers zaten door elkaar heen te praten, en ik bekeek het etensbord op de tafel voor me, ik bekeek het grote raam en de muren.’ Maar hoe alledaags deze observaties van Van de Vendels protagonist Roya (9) ook zijn, uit wat volgt blijkt dat er een onvermoede, nare werkelijkheid achter schuilgaat: ‘Nu pas drong het echt tot me door; we mochten blijven’, denkt het meisje veelzeggend. ‘We hoefden niet terug naar ons land.’

Precies dit soort verraderlijk achteloos opgeschreven zinnetjes zijn de kracht van Misjka: een oprecht vluchtelingenverhaal waarvoor Van de Vendel putte uit de levensgeschiedenis van de Afghaanse Anoush Elman, met wie hij in 2008 ook al de jongerenroman De gelukvinder schreef. Terwijl in dat boek Elman (onder de naam Hamayun) centraal staat en de vlucht van hemzelf en zijn familie, draait het nu om zijn zusje Roya. Zij was nog maar een kleuter toen ze in Nederland aankwam. Van de vlucht weet ze weinig. Ze herinnert zich vooral het eindeloos verhuizen van het ene naar het andere azc en het gaan naar nieuwe scholen met nieuwe juffen. ‘Ik vond het niet zo erg’, aldus Roya, ‘want ik was goed geworden in ergens weggaan en ergens anders weer beginnen.’

Lees ook de recensie van De gelukvinder uit 2008: Is Osama Bin Laden soms mijn broer?

Dat zwerven is nu voorbij. Eindelijk heeft het gezin een vaste woonplek. En ‘bij een huis’, vindt Roya, ‘hoort een huisdier’. Na kort familieberaad valt de keus op een dwergkonijn. Treffend schetst Van de Vendel – geholpen door de ingetogen illustraties van Schaap – hoe Misjka een onmisbare huisgenoot wordt. Als oudste broer Bashir van zijn taxiwerk thuiskomt ziet Roya hoe zijn handen zoeken naar ‘iets zachts’. Mooi gevoelvol is ook de tekening van Roya’s moeder die op de bank ligt met Misjka op haar buik (‘dat deed ze als ze last had van hoofdpijn of herinneringen’). Roya weet zeker: Misjka ‘gaat nooit meer weg – want wij gaan nooit meer weg.’

Een troostkonijn dat figureert als een emotionele schokbreker: het is een slim uitgangspunt voor een vluchtverhaal voor kinderen. Behalve dat de dartele Misjka de zware thematiek licht en behapbaar maakt, biedt het huisdier daarnaast een luisterend oor aan iedereen die iets kwijt wil. Zo krijgt Misjka gaandeweg – en daarmee indirect Roya en de lezer – het vluchtavontuur uit De gelukvinder te horen, beknopt en vanuit verschillende perspectieven. Dat levert een genuanceerd beeld op. Zo noemt Navid, Roya’s jongste broer, de vluchtreis ‘spannend en leuk’. Terwijl voor Hamayun de tocht juist zwaar was: nog maar elf jaar oud moest hij Roya op zijn rug dragen. Ondertussen vertelt Van de Vendel even terloops als subtiel over het leed dat de vlucht veroorzaakt heeft. Ook bij Roya, al probeert ze zich groot te houden: ‘Ik hoefde nooit te huilen’, zegt ze steeds als ze tegen Misjka aankletst, ‘want ik hield niet van huilen’.

Lees ook de recensie van Edward van de Vendels Rekenen voor je leven: een hokjesdoorbrekend kinderboek bij uitstek

Dat Misjka ontsnapt en Roya’s stille verdriet dan met een tranenstroom naar buiten komt, is weinig verrassend. Dit maakt de zoektocht naar het verdwenen konijn echter niet minder spannend. Hartroerend is het geruststellende einde waarin Roya Misjka’s ontsnappingspoging verklaart door onbewust haar eigen emoties op het konijn te projecteren: ‘Hij wilde begrijpen hoe het is om op de vlucht te zijn en niet meer te weten hoe het verder moet. En hij wilde begrijpen hoe het is om na lange tijd eindelijk, eindelijk ergens thuis te komen.’ Niet over het hoofd zien, dit kleine verhaal over een groot konijn.