Opinie

De terugkeer van het nieuwe jaar

Eva Meijer

Toen ik voor het eerst volkomen veranderde, was ik twintig jaar oud. Ik werd opgenomen in een kliniek in Leidschendam voor anorexia en na zeven maanden vervolgde ik mijn leven zonder anorexia. Anorexia neemt het grootste deel van je gedachten in beslag en haalt vrijwel al je gevoel weg, dus het leven was totaal anders. Het werd niet makkelijker, maar wel echter.

Ik moest hieraan denken omdat ik vorige week iemand sprak die twijfelde of ze voor zo’n behandeling moest kiezen, en terwijl ik vertelde hoe de opname voor mij was, dacht ik aan die verandering. Het leerde me dat dingen echt anders kunnen worden. De dood laat dat ook zien, en de liefde natuurlijk. Maar dit was een verandering in mij. Het is geen binair systeem, gek of niet-gek, en met depressies moet ik leven, maar die specifieke vervorming is totaal verdwenen.

Vroeger vond ik december moeilijk – ik hou van kou en van donkere avonden, van winterbomen en grijze luchten, maar ik associeer feestdagen niet met feestelijkheid (en feestelijkheid trouwens ook niet met feestelijkheid) en het einde van het jaar bracht altijd een gevoel van mislukking mee. Dat is allang niet meer zo, nu zijn het vooral stille dagen. Ze staan dit jaar bovendien in het teken van mijn oude hond Olli, die ziek is. Olli heeft ook een spectaculaire metamorfose achter de rug, namelijk die van straathond in Roemenië naar huishond in Nederland. Maar over hem schrijf ik jullie later nog. Hij heeft me veel geleerd, over vriendschap en hoe je anderen tegemoet moet treden. Over opnieuw beginnen, opnieuw je hart openstellen.

Niet alle metamorfosen zijn zo allesomvattend, soms zijn ze dagelijks en geleidelijk. De afgelopen drie maanden had ik corona. Ik was nooit eerder zo lang ziek, lichamelijk dan, en dingen als ademhalen, eten en voor de dieren zorgen kostten me het leeuwendeel van mijn energie (ondanks alle vaccinaties en een goede conditie). Schrijven gaat wel, douchen is nog steeds niet fijn. Het is al veel beter dan het was, alleen activiteiten met meerdere mensen zijn nog te veel. Dus de muizen, de cavia’s, de honden en ik vieren Kerst dit jaar samen. Ik denk dat we Corsage nog een keer gaan kijken. We luisteren naar Bachs Tweede Partita voor viool door Diamanda La Berge Dramm. Ik lees Wilde dood van Marwin Vos. Met Oud en Nieuw gaan we vroeg naar bed, hopelijk valt het vuurwerk mee.

In Sjibbolet voor Paul Celan (zorgvuldig vertaald door Ger Groot) schrijft Jacques Derrida over de eenmaligheid en de wederkeer van de datum. In het unieke en herhaalbare lijkt de tijd op de taal. Je ontmoet ook jezelf (opnieuw) op een bepaalde datum. Zo’n ontmoeting is geen samensmelting, er wordt juist duidelijk wat anders is, of vreemd. Aan het einde van het jaar is dat net als op de terugkerende verjaardag van een dode of een collectieve herdenking van een historische gebeurtenis extra betekenisvol.

Het oude jaar vraagt: wat wil je meenemen, wat wil je achterlaten, hoe wil je veranderen? En dan komt het nieuwe jaar, met eigen plannen, en dat is hoopvol. Niemand weet precies wat er zal veranderen, je weet niet hoe je zelf zal veranderen. Tegen de onverschilligheid van de tijd kunnen we liefdesbrieven schrijven, bevriend raken met dode filosofen, beter naar de dieren luisteren, bij iemand gaan zitten om diegene te troosten, wandelen om het land te leren kennen met je voeten, bomen planten of tenminste laten staan, grappen maken.

Kom deze wende goed door, wil ik maar zeggen tegen wie het moet horen.

Het nieuwe jaar vraagt speciaal naar jou.

Eva Meijer is schrijver en filosoof. Ze schrijft om de week een column.