Pride wordt ‘diverser en inclusiever’ en krijgt een nieuwe naam: Queer & Pride Amsterdam

Pride Amsterdam De woensdag ondertekende overeenkomst betekent dat groepen die de grootste kritiek hadden geuit op de commerciële, ‘witte’ en feestelijke kant van Pride Amsterdam nu een structurele plek krijgen in de organisatie.

Deelnemers aan het einde van de protestmars in het Vondelpark tijdens Pride Amsterdam afgelopen zomer.
Deelnemers aan het einde van de protestmars in het Vondelpark tijdens Pride Amsterdam afgelopen zomer. Foto Mona van den Berg

‘Pride Amsterdam’ wordt ‘Queer & Pride Amsterdam’. Niet één, maar twee partijen nemen de organisatie op zich. Queer Amsterdam zeven dagen, Stichting Pride Amsterdam zes dagen, met daartussen het Milkshake Festival. De eerste zal meer de nadruk leggen op gemarginaliseerde groepen, sociale domeinen als sport en zorg, en de protestmars Pride Walk organiseren. De tweede zal vooral blijven doen wat het al deed: kunst en cultuur, straatfeesten en de bekende botenparade.

Het zijn de uitkomsten van gesprekken tussen de partijen die interesse hadden getoond om de Pride te organiseren, en die wethouder Touria Meliani (Evenementen, GroenLinks) woensdagmiddag naar de raad stuurde. De overeenkomst die de partijen tekenden, betekent dat groepen die de grootste kritiek uitten op de commerciële, ‘witte’ en feestelijke kant van Pride Amsterdam nu een structurele plek krijgen in de organisatie.

„Voor de gemeente was het belangrijk dat de partijen naast elkaar zouden bouwen aan het evenement, en dat de ruimte voor de één niet ten koste zou gaan van de ander”, schrijft Meliani in de raadsbrief. „Dat is met dit akkoord gelukt.” Het college hoopt dat het evenement nu „nog diverser en inclusiever” wordt. De gemeente verleent twee vergunningen voor 2023, de organisaties zullen „onafhankelijk maar complementair” werken aan hetzelfde evenement, en vragen komende tijd onafhankelijk subsidie aan.

Nieuw beleid

De vergunning voor Stichting Pride Amsterdam liep dit jaar af. Tegelijk met de nieuwe vergunning kwam de gemeente met een nieuw Pride-beleid, met meer aandacht voor gemarginaliseerde groepen, een kortere botenparade en een straatfeest minder. Dat beleid wordt een jaar opgeschort.

Meliani stelde voor de twee partijen samen te laten optrekken. Even later kwam daar het Andreas Cultuur Fonds van Pride-oprichter Siep de Haan bij. Hij wilde het „format bewaken”, zegt hij. „Wij waren bang dat de Pride een mini-evenementje zou worden, er waren geluiden dat het bedrijfsleven niet meer mocht meedoen of heterobezoekers niet meer welkom zouden zijn.” Hij is blij: „Pride wordt dubbel zo lang. Dat is het grootste succes.”

De voorzitter van Stichting Pride Amsterdam, Frans van der Avert, schrijft in een reactie: „Stichting Pride Amsterdam gelooft dat je ook moet kunnen delen. Daarom zijn wij blij dat we nu samen de ruimte kunnen geven aan Queer Amsterdam voor hun visie en programmering en tegelijkertijd al het goede van Pride Amsterdam behouden met het deel dat wij blijven organiseren.”

De nieuwe opzet geldt vooralsnog alleen voor 2023. Daarna wordt er geëvalueerd. De meerjarige vergunning laat nog op zich wachten. Zo is het nog onzeker wie de World Pride in 2026 mag hosten, die de huidige organisatie naar Amsterdam haalde.

Te bloot, te commercieel, te mannelijk, te wit. Waar staat de Pride na 25 jaar?

Kritiek al ouder

Queer Amsterdam bestaat uit acht organisaties, zoals Stichting Homomonument, Pride and Sports en Black Queer & Trans Resistance. Zij, en nog vijftien andere organisaties, verenigden zich in Queer Network Amsterdam, dat strijdt voor een diverser en inclusiever Amsterdam.

De kritiek die zij hadden op Pride was al ouder. In 2018 liet een kwart van de Pride-bezoekers in een ‘burgerdialoog’ van de gemeente weten de botenparade te commercieel te vinden, hoewel die met gemiddeld 8,7 gewaardeerd werd. Er kwamen de groepen ‘Reclaim Our Pride’ en ‘Black Pride’. In 2021 ging een onderzoeksbureau in gesprek met een ‘klankbordgroep’ van vertegenwoordigers van lhbtiq+-organisaties.

De organisatie, Stichting Pride Amsterdam, benadrukte steeds dat meevarende bedrijven zich wel aantoonbaar moeten inzetten voor lhbtiq-emancipatie. Zij brachten ook geld in het laatje voor onder meer de beveiligingskosten. Met commissies als de Trans Pride en Pride of Colour zouden de gemarginaliseerde groepen al een structurele plek innemen.

Niet genoeg, vond ook wethouder Meliani, die na een ander publieksonderzoek schreef aan de gemeenteraad dat de Pride toegankelijker moest worden voor met name transgenders en biculturele groepen. Directeur Lucien Spee hield weinig heel van die voorstellen in een interview in NRC. Daarin liet hij zich kritisch uit over het activistische deel van de regenbooggemeenschap.

Dat zette weer kwaad bloed bij die groepen. Maar tijdens de gesprekken werd het vertrouwen langzaam hersteld. Daarna was er volgens de gemeente „bereidheid in gesprek te gaan” en uiteindelijk overeenstemming te „werken naar een Pride voor de hele gemeenschap”. Afgesproken werd ook dat Stichting Pride Amsterdam afstand zou doen van uitspraken in de media dat zij de WorldPride zouden gaan organiseren.

Voorbij wij-tegen-zij-frame

Intussen wil Queer Amsterdam voorbij het wij-tegen-zij-frame. „We staan naast elkaar”, zegt Roustayar (oprichter FiteQlub), in een gezamenlijk gesprek met voorzitter Aynouk Tan (Queer is not a Manifesto). „Verschil is juist goed”, zegt Tan. „Als je op een boot wil staan, ga lekker op een boot. Identiteit beleef je heel persoonlijk, dat kun je niet in een mal stoppen.”

Tan wil „de community stemmen geven. Er is nu veel meer bewustzijn over dat gender en seksualiteit een spectrum is. Queer zijn gaat veel verder dan man, vrouw, hetero of homo.”

Lees over de vorige Canal Parade: Voor sommigen is de Canal Parade inmiddels te veel feest en te weinig protest

„Het gaat ook om zeggenschap”, zegt Roustayar. „Dat je mee mag doen en meetelt. Jong, oud, kleur én wit.” De groepen mogen zelf weten hoe zij vieren en protesteren. „Als dat in kleine setting is, komen er kleine evenementen.”

Queer Amsterdam is niet tegen bedrijven, benadrukt Roustayar, maar tegen pinkwashing. „Kleine ondernemers, lhbtqia-zaakjes zijn ook bedrijven. Ze zijn welkom als ze dingen doen voor de gemeenschap vanuit intersectioneel perspectief. Voor lhbtqia, maar ook vluchtelingen, ongedocumenteerden en sekswerkers.” Die groepen zijn met elkaar verbonden omdat het emancipatievraagstukken zijn, zegt hij. „Een persoon bestaat niet uit één identiteit. Ik ben een trans persoon van kleur, met een migratie- en vluchtelingenachtergrond.”

Ook de klimaat- en dekolonisatie- beweging vallen eronder, zegt Aynouk Tan. „Het globale zuiden wordt harder getroffen door klimaat dan wij.” Terwijl het de westerse landen zijn die het meest vervuilen, neo-kolonisatie noemt Roustayar dat. Pride gaat voor hen, kortom, om solidariteit met al die bewegingen. Dat Stichting Pride Amsterdam dit anders ziet is „heel goed”, zegt Tan. „De lhbtqia+-beweging is lang op één hoop gegooid, we gaan ons nu individualiseren.”