Opinie

Zonder insecten valt niet te leven

Biodiversiteitstop Die panda komt er wel. Zonder insecten storten hele ecosystemen in, betogen en .
Een bidsprinkhaan in Costa Rica
Een bidsprinkhaan in Costa Rica Foto Jeffrey Arguedas/EPA

Weer een top. Weer iets met natuur. Is dat wel nodig? Zo erg is het toch niet als er hier en daar wat soorten uitsterven? Dan zijn ze gewoon niet sterk genoeg. En trouwens, met de panda gaat het nu toch goed?

Met de reuzenpanda, Ailuropoda melanoleuca, gaat het inmiddels iets minder dramatisch, net als dichter bij huis bijvoorbeeld met de bever, Castor fiber, die succesvol is geherintroduceerd. Maar het redden van een bamboe knagende beer of welk ander zoogdier dan ook zet eigenlijk geen zoden aan de dijk – niet als je je bezighoudt met biodiversiteit.

Donderdag begon de VN-top COP15 in Montreal. Daar maken vertegenwoordigers van landen afspraken over biodiversiteit. Biodiversiteit is al het leven op aarde en de variatie daarbinnen. Kijk je naar biomassa van dat leven, dan vormen planten veruit de grootste groep, op afstand gevolgd door bacteriën. Het dierenrijk beslaat niet meer dan een bescheiden 0,4 procent van alle op aarde aanwezige biomassa (mensen vormen een schamele 0,01 procent), maar kent wel de ruimste verscheidenheid in soorten, diversiteit dus. En dat is het grootste deel van het samengestelde woord biodiversiteit.

Er zijn relatief maar weinig zoogdiersoorten. Wereldwijd zijn daar ruim 6.500 van beschreven. Vogels kennen een grotere variatie; zo’n 11.000 soorten zijn bekend. Maar dan insecten. Tot nu toe zijn er ruim een miljoen verschillende soorten insecten beschreven; bijna het honderdvoudige van vogels. Anders gezegd: zowat de helft van alle tot nu toe beschreven soorten op aarde is een insect. En waarschijnlijk zijn het er nog veel meer. Volgens betrouwbare schattingen komen er minstens vier keer zoveel insectensoorten voor op aarde. Van 75 procent weten we dus nog niet eens dat ze bestaan. Maar dat zijn saaie getallen. En insecten zijn allesbehalve saai, of onbeduidend.

Heel antropocentrisch gesteld kunnen wij niet leven zonder insecten. Biodiversiteit ís insecten. Die zespotige wezentjes leveren belangrijke ecosysteemdiensten, zoals Homo economicus het graag noemt. Ze zijn om te beginnen onmisbaar voor de voedselvoorziening. Niet alleen staan insecten in de hele wereld – behalve de westerse – op het menu, ze zorgen ook nog op een andere manier voor voedsel. Veruit het grootste deel van door mensen gegeten gewassen wordt bestoven door insecten. Het wordt een karige, eentonige maaltijd als dat wegvalt. Zou dit probleem ondervangen kunnen worden door alleen honingbijen, Apis mellifera, te behoeden voor uitsterven, en de rest maar als verloren te beschouwen? Honingbijen produceren nog smakelijke honing ook.

Lees ook dit vragenstuk over de COP15: De snelheid waarmee dieren en planten uitsterven, was in tien miljoen jaar niet zo hoog

Dat doen ze, en dat is ook precies waarom ze wereldwijd gehouden worden, maar als bestuivers zijn ze minder efficiënt dan een scala aan wilde bijen. Je alleen richten op honingbijen is om nóg een reden onverstandig: je hebt geen back-up. Stel dat een dodelijke honingbijziekte de soort van de wereld vaagt, dan hebben we ineens nul bestuivers over. Want al die andere bijensoorten, die niet gevoelig waren geweest voor die ziekte, hadden we laten uitsterven. Je beperken tot bijen is sowieso geen goed idee. Wie graag een chocolaatje eet, heeft niets aan die beestjes. De cacaoboom, Theobroma cacao, wordt niet bestoven door bijen, maar uitsluitend door enkele heel specifieke soorten muggen. Zalige donkerbruine zoetheid zou niet bestaan zonder chocoladeknutjes, Forcipomyia sp.

Andere belangrijke bestuivers vind je onder zweefvliegen, wespen, vlinders en kevers. Ze leveren hun diensten gratis. Er zijn bovendien geen productiekosten: ze komen spontaan aanvliegen als je ze een geschikte leefomgeving biedt en regenereren zichzelf.

Veruit het grootste deel van door mensen gegeten gewassen wordt bestoven door insecten

Dit geldt allemaal evengoed voor de dieren die ons te hulp schieten als we last hebben van plaaginsecten, al zijn er mensen die biologische gewasbeschermers in de vorm van bijvoorbeeld gaasvliegeitjes of lieveheersbeestjeslarven kopen. Geduldig afwachten tot een bladluisoverschot vanzelf wordt ontdekt door natuurlijke bestrijders is voordeliger. Dit voorbeeld toont meteen weer een andere cruciale rol aan die insecten spelen: ze zijn in staat vliegensvlug in aantal toe te nemen. Dat kunnen die bladluizen, maar hun vijanden ook. Een lieveheersbeestje dat een flinke bladluiskolonie vindt, peuzelt die niet alleen zelf graag op, maar kan ook tientallen eieren leggen die snel uitkomen, waarna de pasgeboren larven onmiddellijk zelfstandig op jacht gaan. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld vogels, die maar met moeite een paar nakomelingen produceren en daar nog lang over doen ook.

Rommeltjes

Naast al deze belangrijke, kosteloze diensten, leveren insecten een wezenlijke bijdrage aan het afbreken van organisch afval. Kadavers zouden gevaarlijk lang blijven liggen als ze niet snel werden gekoloniseerd door onder andere vleesvliegenmaden (Calliphoridae). Rommeltjes worden netjes opgeruimd door stofluizen (Psocoptera) en de aan insecten verwante springstaarten (Collembola). En zonder mestkevers zouden we overal uitglijden over uitwerpselen.

Zoals gezegd bestaat het grootste deel van de biomassa op het land uit planten. Deze worden vooral gereguleerd door insecten. Veel daarvan lusten maar één of enkele specifieke plantensoorten en worden op hun beurt weer gereguleerd door andere insecten. Daarmee vormen deze beestjes een onmisbare schakel in het voedselweb. Want insecten zijn weer voer voor een scala aan vogels, reptielen en zoogdieren. Kortom: zonder insecten zouden hele ecosystemen instorten.

Afgezien van al deze gratis ecosysteemdiensten hebben insecten natuurlijk ook gewoon een eigen recht om te bestaan. Ze zijn bovendien kleurrijker, grappiger, mooier en bizarder dan alle zoogdieren en vogels bij elkaar, alleen heb je een vergrootglas nodig om dat te zien, in plaats van een verrekijker.

Voor al die verschillende insectensoorten een apart beschermingsprogramma maken, is ondoenlijk. Het is ook onnodig. Als we zorgen voor een natuur met veel variatie in vegetatie en overgangen daartussen, die niet doordrenkt is van gif en waar het juiste voedsel te vinden is, komt die diversiteit vanzelf. Insecten zijn niet veeleisend. Het beschermen van de echte biodiversiteit doe je dus niet door de panda te beschermen of de bever te herintroduceren. Al red je met die laatste actie wel meteen de illustere beverkever, Platypsyllus castoris.