Opinie

Postume glansrol voor een oud-SS’er met een geheime SM-kamer

Michel Krielaars

Van Sinterklaas kreeg ik het boek Deaths of Despair and the Future of Capitalism van de economen Anne Case en Angus Deaton. Aangezien Deaton een Nobelprijslaureaat is die op zaterdag 17 december in Rotterdam de Nexus-lezing komt geven, was het boek een welkom geschenk, hoe weinig hoopgevend de inhoud ervan ook is voor de toekomst van de wereld.

Deaths of Despair leest als een thriller over het drastisch toenemende sterftecijfer als gevolg van zelfmoord, overdoses drugs en door alcohol veroorzaakte leverziektes onder witte, laagopgeleide inwoners van de Verenigde Staten. Case en Deaton laten zien dat die ontwikkeling nauw samenhangt met de vrije markteconomie en de manier waarop in de Verenigde Staten de gezondheidszorg is georganiseerd. En aangezien dat toegenomen sterftecijfer volgens de beide auteurs veroorzaakt wordt doordat die witte Amerikanen ongelukkig zijn en Nederland Amerika in veel opzichten nadoet, ligt het voor de hand dat je hier in de nabije toekomst een vergelijkbare ontwikkeling krijgt. Zeker nu eerder deze maand bleek dat een kwart van de Nederlandse bevolking depressief is.

En eigenlijk is het al zover, ook onder hoogopgeleide, witte, rijke Europeanen. Dat besefte ik toen ik de vorig jaar verschenen, sprankelende roman Eurotrash van de Duitstalige Zwitserse schrijver Chris-tian Kracht (1966) las.

Kracht is het enfant terrible van de Duitse literatuur. Hij debuteerde in 1995 met de roman Faserland, waarin hij de westerse consumptiemaatschappij geselde en de hogere Duitse middenklasse ervan langs gaf, waar hij als zoon van een topman van het Springerconcern zelf uit voortkomt. Het nazi-verleden van zijn grootvader van moederszijde en het door geldzucht en huwelijksleed ontwrichte ouderlijk gezin spelen in dat boek een grote rol.

In de romans van Kracht, die door weekblad Der Spiegel de Céline van zijn generatie is genoemd, lijdt iedereen aan zowel een nationale als een individuele identiteitscrisis. Kortom, het is de wereld van nu, dezelfde die door Case en Deaton in hun boek wordt geanalyseerd.

Is Faserland een roadmovie waarin de verteller, een aan drugs, drank en seks verslaafd rijkeluiszoontje, van het Noord-Duitse Sylt naar Zwitserland reist, in het tragikomische Eurotrash is diezelfde verteller uitgeraasd. In Zürich bezoekt hij zijn schatrijke, dementerende, alcohol- en pillenverslaafde moeder, die net ontslagen is uit een psychiatrische kliniek.

Tijdens een taxirit door heel Zwitserland confronteert hij haar met haar mislukte huwelijk en haar falen als ouder, terwijl zij zichzelf voortdurend in haar glorieuze verleden als echtgenote waant. Een postume glansrol is daarbij weggelegd voor zijn grootvader, een oud-SS’er met een geheime SM-kamer.

Ook geeft de verteller zijn tien jaar eerder overleden vader ervan langs, die ondanks zijn succes als Springer-topman, die zijn ondergeschikten schoffeerde, vooral bezig is geweest om door de echte elite te worden geaccepteerd. En dan regent het nog vermakelijke kritiek op de politiek correcte, snobistische Duitse intelligentsia, van wie alleen schrijver Ralph Giordano, ‘de enige die zijn fatsoen bewaard had’, er goed vanaf komt.

Op die speelse manier voert Kracht je de duistere Duitse krochten binnen. Je begrijpt meteen waarom extreem-rechtse complotdenkers een staatsgreep in dat land wilden plegen.