Nederland is op koers om doelen voor wind- en zonne-energie te halen, maar stagnatie dreigt

Groene energie De groei in het aantal windmolens en zonnepanelen „stagneert”, door „knelpunten op korte en lange termijn”.

Windmolens in de Wieringermeer in Noord-Holland.
Windmolens in de Wieringermeer in Noord-Holland. Foto ANP

Nederland ligt nog altijd op koers om de doelen voor windenergie en zonne-energie op land uit het klimaatakkoord te halen, maar de snelheid waarmee het aantal windmolens en zonnepanelen wordt uitgebreid „stagneert” wel. Dat concludeert het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) donderdag in een voortgangsonderzoek.

Belangrijke knelpunten die de snelheid waarmee het productievermogen groeit naar beneden halen, zijn onder meer het overvolle stroomnet, trage vergunningsprocedures en een „onzeker” bestuurlijk draagvlak. Daardoor is het lastiger om bestaande projecten te realiseren en nieuwe op te tuigen. PBL-onderzoeker Jan Matthijsen sprak in een persconferentie van „grote uitdagingen”.

Het PBL brengt jaarlijks, op verzoek van het ministerie van Energie en Klimaat, de voortgang van de zogeheten Regionale Energiestrategieën (RES) in kaart. Geclusterd in zogeheten RES-regio’s moeten gemeenten samen het in 2019 vastgelegde doel realiseren om in 2035 minimaal 35 terawattuur (TWh) aan windenergie en zonne-energie op land op te kunnen wekken.

De tussenstand eind vorig jaar stemde ook al optimistisch – gezamenlijk zouden alle bestaande en geplande projecten ruim voldoende zijn om het doel te halen. Maar de snelheid neemt nu af, door „knelpunten op korte en lange termijn”.

Het optimisme van vorig jaar was wel al onder voorbehoud, vanwege dezelfde knelpunten als nu. Het PBL waarschuwde toen dat er genoeg ambitie was, maar dat de uitvoering nog werk vergde. Het PBL wees destijds ook op groeiende weerstand van omwonenden, óók bij vergevorderde plannen.

Vol stroomnet

Het PBL verwacht nu dat de RES-regio’s in 2030 tussen de 35 en 46 twh productievermogen aan zonnepanelen en windmolens op land hebben geïnstalleerd. Op dit moment is al 22,8 TWh vermogen gebouwd, 4 TWh meer dan vorig jaar. De problemen die het PBL vorig jaar opsomde, houden echter aan. Aanvragen voor SDE++-subsidies, bedoeld om onder andere groene energieprojecten te ondersteunen, worden vaker afgekeurd omdat er geen aansluiting op het elektriciteitsnet mogelijk is. Bovendien verwacht het PBL dat projecten die al subsidie hebben gekregen minder vaak doorgaan.

De afgelopen jaren is deze zogeheten ‘netcongestie’ volgens het PBL een „structureel” in plaats van „incidenteel” probleem geworden. Om dat te verminderen is het „alle hens aan dek”, aldus het PBL. De netbeheerders willen tussen 2020 en 2030 dubbel zoveel investeren om het net uit te breiden. Sinds vorige week kunnen ze geld lenen bij de Rijksoverheid en afgelopen zomer kwam er een landelijke ‘taskforce netcongestie’. Maar door aanhoudende tekorten aan materiaal en personeel blijft de uitvoering moeilijk.