Interview

Lana Bastašic: ‘Het voordeel van opgroeien in Bosnië is dat je niets als vanzelfsprekend beschouwt’

Lana Bastašic Haar eerste roman gaat over de verschillende verwerking van de Joegoslavië-oorlog door twee vriendinnen. „Wat doe je als je schuld erft?”

Lana Bastašic: ‘Schrijven is voor mij een manier om orde te scheppen in mijn hoofd.’
Lana Bastašic: ‘Schrijven is voor mij een manier om orde te scheppen in mijn hoofd.’ Foto Vladimir Niciforovic

‘Ik was vierentwintig toen ik uit Bosnië vertrok, ik kon geen baan vinden, ik wilde schrijven. Ik zag mezelf verbitteren, begon mijn land te haten, ik werd nihilistisch. Toen ben ik verhuisd, uiteindelijk naar Barcelona. Ik heb alles achtergelaten, inclusief mijn taal. Ik moest afrekenen met wat ik in Bosnië had achtergelaten.”

Nu is Lana Bastašic zesendertig en woont ze in Belgrado. Eerder deze zomer was ze een van de eregasten op het Bookstan festival in Sarajevo. Dit jaar wordt het beleg van die stad herdacht; van 1992 tot 1996 werd Sarajevo door Bosnische Serviërs onder vuur genomen, waarbij duizenden burgers de dood vonden. De oorlog en de nasleep ervan zijn alom zichtbaar, in de stad én in de literatuur.

Vanaf haar achtste was ze bezig met schrijven. Dagboeken, korte verhalen, poëzie. Haar eerste roman moest gaan over opgroeien in Banja Luka, een stad in het Servische deel van Bosnië en Herzegovina, over haar jeugd, over haar geprivilegieerde positie. Vang de haas, in de mooie vertaling van Pavle Trkulja, stond dit najaar op de shortlist van de Europese Literatuurprijs, de Nederlandse prijs voor vertaalde Europese boeken.

Het boek gaat over twee jeugdvriendinnen in de periode vlak voor en tijdens de oorlog. Ze hebben een verschillende afslag genomen. De een, Lejla, dochter van Bosniakken, bleef in Bosnië, trouwde en werkt in een toeristenrestaurant. De ander, Sara, de vertelster, dochter van een Bosnisch-Servische politiecommissaris, vertrok naar Dublin en woont er samen met een informaticus en een avocadoplant. Ze werd schrijver.

Het boek begint op het moment dat Sara na twaalf jaar radiostilte een telefoontje krijgt van Lejla; ze wil dat Sara terugkomt om haar van Mostar naar Wenen te rijden. Ze heeft een levensteken gekregen van haar tijdens de oorlog verdwenen broer. Tijdens de rit kruisen hun herinneringen én hun zwaarden elkaar. Wie zijn ze eigenlijk? En wie is die ander die ze vroeger zo goed dacht te kennen? En passant trekt de gewelddadige geschiedenis van de regio voorbij.

Uw hoofdpersonen waren in hun jeugd vriendinnen, maar wat zijn ze eigenlijk nu?

„Hun relatie is niet in één woord te vatten. Vriendschap, mentorschap, jaloezie, haat, schuld, seksuele aantrekkingskracht – het is er allemaal. Ze spiegelen elkaar, leren van elkaar. Schrijven is een onderzoek naar het geheugen. Wat behoud je, wat fabriceer je, wat vergeet je? Je vraagt je af wat echt is, maar het ware verhaal glijdt steeds weg. Soms zijn we hypocriet over wie we waren, willen we dat liever vergeten. Maar er zijn altijd mensen van vroeger die nog weten hoe je was. Dat is het geval bij Sara en Lejla.”

In zekere zin staat Sara, die wegging, voor Europa, en Lejla, die bleef, voor Bosnië.

„Ja, het is een metafoor. Ik wilde de verschillen laten zien. Bosnië stond op de derde plaats op de wereldranglijst van landen waaruit jongeren vertrekken. Die braindrain is een groot probleem. Sara kon weg, ze kan alles van een afstandje bekijken. Voor Lejla is het een kwestie van overleven.”

Uw boek gaat over machtsrelaties, ook over de macht van de verteller.

„In mijn vroegste dagboeken praat ik tegen een imaginaire lezer. Schrijven is voor mij een manier om orde te scheppen in mijn hoofd. Over de macht van de verteller leerde ik veel van Nabokovs Lolita. Die roman laat de hypocrisie van de verteller zien, hij esthetiseert een verschrikkelijk verhaal, laat de lezer deel uit maken van de schoonheid en de gruwel van die misdaad. Als Lolita het verhaal had verteld zouden er niet al die prachtige woorden hebben gestaan, het zou pure horror zijn geweest. Bij mij is Sara de verteller, maar hoe zou het eruit hebben gezien als Lejla dat was? Ik wilde dat de lezer daarover nadacht.”

Lejla zegt op een zeker moment: ‘we zullen altijd in Bosnië zijn’. Wat bedoelt u daarmee?

„Sara is de dagdromende schrijver, Lejla vertegenwoordigt de stem van de rede. Ik wilde laten zien wat het betekent om uit Bosnië te komen, hoe het definieert wie je bent, bepaalt wat je wel en niet kunt doen. Het zijn patronen die je meeneemt. Ze remmen je, blokkeren je.”

Waarom koos u voor een vrouwelijk perspectief op de oorlog?

„Boeken van mannen zitten vol doden, geweren, bommen. Dat zie ik als een goedkope catharsis voor westerse lezers die dat allemaal niet hebben meegemaakt. Ik was een kind tijdens de oorlog, ik wilde laten zien dat de oorlog ook bestaat uit houthakken omdat er geen elektriciteit is op school; dat vrouwen creatief moesten koken omdat de koelkast het niet deed en alles bedierf. Het begint vóór de eerste kogel, vóór het eerste slachtoffer. Het begint in de taal.

Zoals de naamsverandering van Lejla Begic in Lela Beric?

„Op school in Banja Luka vertelden kinderen op een dag dat ze een andere naam hadden. Als kind vind je dat idioot, wat het ook is. Pas jaren later besefte ik dat dit etnische zuivering was. Die naamsverandering verborg hun moslimidentiteit. Natuurlijk werd hun dat nooit vergeven. Dat moment waarop alles veranderde wilde ik in het boek hebben. Het begint met één letter. Eén letter kan een genocide aankondigen.”

Je verliest je identiteit.

„Het verandert alles. Dan komt de angst, het gevoel van schaamte, van schuld. Je moet veranderen om erbij te horen. Pas als je ouder wordt begrijp je dat er christelijke en moslimnamen zijn, daar denk je als kind niet over na. Sara wist misschien meer over waarom er mensen verdwenen, maar ze had er niets aan kunnen doen. Dat is voor mij, als Bosnisch-Servische, een obsessie: hoe ga je om met transgenerationeel schuldgevoel? Wat doe je als je schuld erft? In de Servische literatuur worden Serviërs als slachtoffers neergezet, in de Kroatische literatuur de Kroaten. In Belgrado noemen ze me een zelfhatende Servische. Omdat ik over deze dingen schrijf. Ik blijf het verhaal vertellen. Daarom moest mijn roman ook een cirkelvorm hebben. Het houdt nooit op. Laatst was ik in België voor een publieksoptreden met Bosnische kunstenaars. Ik was de enige Bosnische-Serviër. De anderen willen niet aan dit soort discussies deelnemen, ze ontkennen dat er een etnische zuivering heeft plaatsgevonden. Men vroeg me of ik geloofde in een verzoening. Ik antwoordde: kijk om je heen, ik ben hier de enige. En als ik terug ga, word ik voor verrader uitgemaakt.”

Hoe dan verder?

„We leven in tijden waarin feiten niets betekenen, waarin meningen heilig zijn. Een docent geschiedenis aan de universiteit van Belgrado vertelde me onlangs dat hij zijn studenten allerlei documenten geeft, feiten over de oorlog. Maar de mythe van de samenzwering tegen ons blijft bestaan.

„Het voordeel van opgroeien in een land als Bosnië is dat je nooit iets als vanzelfsprekend beschouwt. Mijn ouders dachten dat ze het voor elkaar hadden, ze hadden spaargeld, een huis. Niemand dacht dat er een oorlog zou komen. Daarom moet je op je hoede zijn – elke dag weer.”

Lees ook: De licht erotische fascinatie voor een beste vriendin