Opinie

Welkom in onze tijd

Frits Abrahams

De Vlaamse bioloog Dirk Draulans hield zondag op tv in Buitenhof een vlammend betoog tegen de manier waarop de mens omgaat met de natuur. In een soort verbaal snelvuur – Draulans spreekt sneller dan God kan luisteren – maakte hij korte metten met de mens als vernieler van de aarde.

„Je kunt zwaar investeren in natuurbehoud,” zei hij onder meer, „maar het haalt niets uit als je de stikstofuitstoot niet onder controle krijgt.” En: „Sinds een jaar of vijftig, sinds ‘de grote vooruitgang’ na de Tweede Wereldoorlog en al die grote landbouwplannen, heeft men de landbouw zo omgeturnd naar iets dat compleet natuuronvriendelijk is.”

Tot besluit vestigde hij de aandacht op het lied ‘Aarde’ van Boudewijn de Groot van diens nieuwe album Windveren: „Een prachtig nummer.” Het krijgt in België meer lovende reacties dan in Nederland; zelf had ik het niet eerder gehoord.

De aarde is te goed”, zingt De Groot. „Toch als het haar te veel wordt/ Bestraft ze onze gekte/ Met hagel en insecten/ Wordt onze oogst verpest/ Met meer dan zeven plagen/ Zal zij de mens belagen/ Want zonder mededogen/ Zal zij haar oordeel vellen/ En onze doden tellen/ Is alles wat ons rest.”

De aarde als wraakgodin die de mens te grazen neemt – het is een mooi, literair beeld, ook al klopt het niet helemaal met de realiteit omdat de aarde helaas niets te willen heeft. Het nummer deed me denken aan het werk van Neil Young, die al vanaf de jaren zestig in zijn songs waarschuwt voor de verpestende invloed van de mens op de natuur. Ook zijn nieuwste album, World Record, bevat daarvan weer tal van voorbeelden, zoals ‘Love Earth’ en ‘The World (Is in Trouble Now)’.

Al op zijn eerste album, Neil Young, uit 1968, zong hij een milieubewust nummer: ‘Here We Are In the Years’. Sjoerd de Jong, NRC-redacteur en een groot Neil Young-kenner, wees me daar op. Samen met René Zwaap maakte De Jong Nederlandse vertalingen – vaak aangenaam vrij – van een groot aantal van Youngs songs. Een hels karwei, lijkt mij, want Young is een grillige tekstdichter die fraaie vondsten afwisselt met knullige regels, alsof hij niet het geduld heeft om er nog eens goed over na te denken.

‘Here We Are In The Years’ heet bij De Jong en Zwaap ‘In onze tijd’. Het gaat over jonge stadsmensen die onbezorgd op vakantie gaan naar zee. Young schreef sarcastisch: „Now that the holidays have come/ They can relax and watch the sun/ Rise above all the beautiful things they’ve done.” De Jong en Zwaap vertaalden: „Nu de vakantie weer begint/ Kunnen we leunen in de wind/ Kijken hoe/ We onszelf/ Hebben verblind.” Young eindigt met: „So the subtle face is a loser this time around/ Here we are in the years/ Where the showman shifts the gears/ Lives become careers/ Children cry in fear/ ‘Let us out of here’.”

De Jong en Zwaap eindigen in hun vertaling heftiger: „Dus de aarde zacht/ Gaat verloren/ Vuil en verkracht/ Welkom in onze tijd/ Vol met bluf, bedrog en spijt/ Zwendelaars in krijt/ Jeugd zingt wijd en zijd/ Raak ons nu niet kwijt.”

Als ik ook even mag mee dichten: in die slotregels zou ik liever dichterbij Young blijven. „Kinderen huilen ontdaan/ haal ons hier vandaan.”

Boudewijn de Groot (78), Neil Young (77), Sjoerd de Jong (62), René Zwaap (61) – nooit te oud om te (be)leren.