Vulkaaneruptie op Hawaï verstoort belangrijke meetreeks van kooldioxide

Stroomuitval Een meetstation dat al sinds 1958 belangrijke klimaatdata verzamelt is plots uit de lucht door een vulkaanuitbarsting.

Twee woorden: communication down. Dat meldde het twitterkanaal @Keeling_Curve op 4 december over de status quo van het Mauna Loa Observatory, een station dat de CO2-concentratie in de lucht meet. Het observatorium zit zonder stroom sinds de Hawaïaanse vulkaan Mauna Loa op 29 november uitbarstte. Daarmee is er een onderbreking gekomen in een lange en belangrijke meet-reeks.

Het was de Amerikaanse chemicus Charles Keeling die in 1957 als eerste startte met het routinematig meten van de CO2-concentratie in de atmosfeer. Hij had er zelf een instrument voor ontwikkeld. Voor het Scripps Institute of Oceanography begon Keeling zijn metingen in La Jolla (Californië) en op een Amerikaanse militaire basis bij de Zuidpool. In 1958 kwam er een meetstation bij, op Mauna Loa. Het station bevond (en bevindt) zich op een hoogte van bijna 3.400 meter, ver boven de luchtlagen waarin smog en andere menselijke vervuiling kan doordringen. Ook was er op die hoogte geen vegetatie. Die zou, bijvoorbeeld door CO2-opname, de metingen kunnen beïnvloeden. Zo wist Keeling dat zijn gegevens niet ‘vervuild’ zouden worden door lokale invloeden, maar een algemene weergave waren van de atmosfeer, in ieder geval voor het noordelijk halfrond.

Keeling ontdekte al snel sterke seizoenschommelingen in de CO2-concentratie. Die bereikten rond april-mei hun piek, en rond september-oktober hun dal – de verklaring, zo bleek later, is de groeicyclus van de vegetatie. In 1961 berichtte Keeling dat de CO2-concentratie in de atmosfeer langzaam aan het toenemen is. Hij onderbouwde daarmee de hypothese uit 1896 van de Zweedse chemicus Svante Arrhenius, dat de mens via de uitstoot van bepaalde gassen kon bijdragen aan het broeikaseffect en de opwarming van de aarde.

Enkele korte dipjes

De meetreeks, die later bekend zou worden als de Keelingcurve, is tot op heden blijven oplopen – enkele korte dipjes, zoals die door de coronapandemie, daargelaten. In 1958 mat Keeling een jaargemiddelde concentratie van 315 ppm (parts per million), in 2021 was het opgelopen tot 414 ppm.

Scripps heeft zijn CO2-meetnet gaandeweg uitgebreid. Point Barrow in Alaska is er bijvoorbeeld bijgekomen, in 1974. En Baring Head in Nieuw-Zeeland, in 1977. Inmiddels wordt op dertien locaties gemeten, van 82 graden noorderbreedte tot 90 graden zuiderbreedte. Charles Keeling overleed in 2005, maar één van z’n vijf kinderen, zoon Ralph, is in zijn voetsporen getreden en is nu directeur van het Scripps CO2-meetprogramma. Op 29 november, de dag van de uitbarsting, had hij het over „een grote eruptie, op een slechte plek”.

Helemaal ononderbroken is de meet-reeks op Mauna Loa trouwens niet. In een nieuwsbericht over de huidige stroomuitval meldt Scripps dat er in 1964 en 1984 ook korte onderbrekingen zijn geweest. De eerste keer, veroorzaakt door overheidsbezuinigingen, duurden ze enkele maanden. De tweede keer, door een lichte uitbarsting van de vulkaan, ging het om een paar dagen. Daarna is er een generator naar het observatorium gebracht, en konden de metingen hervat worden. Het probleem lijkt nu serieuzer.