Verslechterde economie dwingt China om Covid-beleid te laten vieren

Covid-19 De vertraging van China’s economie brengt nu zelfs Beijings geopolitieke ambities in gevaar. China zoekt naar uitwegen om het groeimodel te stimuleren.

Een fruitverkoper in Shanghai. Ook in China's grootste stad worden de coronamaatregelen versoepeld.
Een fruitverkoper in Shanghai. Ook in China's grootste stad worden de coronamaatregelen versoepeld. Foto Hector Retamal/AFP

Thuisquarantaine voor milde gevallen, geen negatieve testbewijzen meer voor toegang tot de publieke ruimte: China versoepelt de draconische maatregelen tegen de verspreiding van Covid-19. Het kan zijn dat Beijing daarmee toegeeft aan de groeiende maatschappelijke onrust rond het Covid-beleid. Maar ook economisch groeit de noodzaak om de aanpak van de pandemie drastisch om te gooien. Want het gaat niet bijster goed met de Chinese economie zelf.

Lees ook: China riskeert een miljoen doden door plots paniekerig van coronastrategie te wisselen

De talloze lockdowns, soms van hele stadsdelen, beginnen hun tol te eisen: de Chinese economische groei van iets meer dan 3 procent dit jaar is de laagste sinds 1977 – op het noodlottige Covid-jaar 2020 na. De vooruitzichten zijn, voor Chinese begrippen, niet goed. De Caixin-index van inkoopmanagers dook bij de industrie sinds februari al structureel onder een waarde van 50, hetgeen duidt op krimp. De dienstensector hield het langer vol, maar ook daar is de index nu al drie maanden lang onder de 50.

China’s streven

De officiële publicatie van de Covid-versoepelingen viel woensdag samen met die van de jongste data over de buitenlandse handel van China. De uitvoer kromp met 8,7 procent op jaarbasis, de invoer met 10,6 procent. Dat wijst op een afname van de bedrijvigheid én van de binnenlandse consumptie.

De grote multilaterale instituten zijn het vrijwel eens over China’s economische vooruitzichten: de denktank van de 38 industrielanden van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, dat China tegenwoordig meeneemt in zijn analyses, gaat uit van een economische groei van 3,3 procent dit jaar, 4,6 procent volgend jaar en 4,1 procent in 2024. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) denkt aan 3,2 procent dit jaar en 4,4 procent in 2023. Dat geeft, voor de eerstvolgende jaren een gemiddelde van een procent of 4 – ver onder het officiële streven naar gemiddeld 5,5 procent economische groei per jaar.

De enorme, constante economische groei die het land de tweede economie van de wereld maakte na de Verenigde Staten, is nu echt voorbij. Tussen 1997 en 2007, een jaar vóór de wereldwijde financiële crisis, was de gemiddelde groei 10 procent. Daarna kalfde, tot Covid, de groei langzaam af tot tussen de 6 en 7 procent. Projecties voor de langere termijn gaan nu dus in de richting van een gemiddelde groei van zo’n 4 procent.

Dat werpt een ander licht op China’s streven de grootste economie van de wereld te worden. Nog niet zo lang geleden werd gedacht dat dit Beijing rond 2030 zou lukken. Maar met een structurele groei van 4 procent, tegenover een groei van 2,5 procent voor de Verenigde Staten, zou dat nu tot 2045 kunnen duren. Vooropgesteld dat China die groeivoet van 4 procent weet vol te houden.

Hogere versnelling

Zo ontstaat, zowel voor de korte als voor de lange termijn, de noodzaak om de Chinese economie weer in de hogere versnelling te brengen waar Beijing aan gewend was. Maar lukt dat ook? Naast structurele beperkingen als de vergrijzing, waar ook het Westen last van heeft, kampt China met een schuldenberg die toekomstige bedrijvigheid dwars kan gaan zitten.

Volgens berekeningen van het International Institute of Finance, de internationale denktank van de banken, heeft China een totale schuld van 352 procent van het bruto binnenlands product. Dat is veel, maar vergelijkbaar met de eurozone of de Verenigde Staten. Vooral de schulden van het bedrijfsleven zijn enorm. Met 155 procent van het bbp kent de schuld van het bedrijfsleven, teruggerekend naar dollars, internationaal zijn gelijke niet.

Die kredietberg weerspiegelt vooral de uit de hand gelopen Chinese vastgoedsector, die sinds anderhalf jaar in problemen verkeert. Het bekendste voorbeeld daarvan is de vastgoedreus Evergrande, die inmiddels zo goed als bezweken is onder zijn schuldenlast.

De hele gang van zaken wijst op een crisis in het Chinese groeimodel. Voor 2010 werd de Chinese economische groei vooral veroorzaakt door de trek van Chinese arbeiders van het platteland naar de steden, en door investeringen en hoge productiviteitsgroei. Na 2010 kwam de groei veel meer van overheidsuitgaven, van hoge kredieten en stijgende huizenprijzen. Maar dat groeimodel is nu ook ten einde. De resulterende binnenlandse schuldenlast zit China nu in de weg en de huizenprijzen dalen.

Binnenlandse consument

Het heropenen van de samenleving is nu de enige uitweg, want zowel binnenlands als buitenlands hapert intussen de vraag naar China’s producten. Binnenlands: door de Hongkongse krant South China Morning Post gepolste economen wijzen erop dat het Covidbeleid tot dusverre alleen al dit jaar omgerekend honderden miljarden dollars aan misgelopen welvaartsgroei heeft geleid. En buitenlands: het Westen is nog steeds China’s grootste exportmarkt – Chinese export naar de rest van Azië vindt vaak plaats binnen productieketens waarvan de eindproducten uiteindelijk óók in de VS en Europa belanden. Datzelfde Westen kampt nu met een forse groeivertraging, als dat inmiddels al geen recessie is. ING wees er woensdag op dat de Chinese export van smartphones met 9,6 procent inzakte.

China zal het dus voorlopig vooral moeten hebben van een opleving van zijn binnenlandse vraag. Maar het beleid dat daartoe moet leiden, het heropenen van de samenleving en de economie, vergt een precair evenwicht tussen volksgezondheid en welvaart. Een te onstuimige opening zet een pandemische dynamiek in werking die inmiddels misschien nog wel schadelijker uitpakt dan het Covid-beleid tot dusverre. De burger is voor de zekerheid al meer gaan sparen, constateert de OESO. Niet alleen door de huizencrisis, maar ook door de onzekerheden rond Covid. Het zal nog veel moeite, en vooral vertrouwen vergen om de gemiddelde Chinees weer uit zijn schulp te krijgen. En van die binnenlandse consument zal China het voorlopig toch echt moeten hebben.