Gezwoegd, geploeterd en opgeofferd wordt er zeker in de mantelzorg

ZAP Lang stelde onze tv-recensent het kijken naar het zesdelige Kanaal Sociaal (Human) uit, natuurlijk biggelden de tranen.

Elly zorgt dan en nacht voor haar echtgenoot René, hij lijdt aan een spierziekte.
Elly zorgt dan en nacht voor haar echtgenoot René, hij lijdt aan een spierziekte. Beeld Human

Je hebt van die woorden waar je direct een rotgevoel bij krijgt. Migraine is er één. Hulpverlener. Hulpvráág, nog erger. Maar het ergst van al vind ik: mantelzorger. Het kan komen omdat ik altijd martelzorger lees, wat in dit geval niet eens zo’n gekke verlezing is. En als je me nou vraagt waarom ik het zo’n stom woord vind, kan ik niet eens echt uitleggen waarom. Het zit ‘m denk ik in de associatie met een zwoegende, zuchtende, zich-opofferende vrouw. Eén die haar oude, niet al te aardige ouders in stilte dood wenst, en daarom extra hard haar best voor ze doet om haar slechte gedachten te compenseren. Ik weet het, dit zegt vast van alles over mij, maar ik heb even geen zin om dat nu uit te zoeken (mijn ouders zijn al overleden, mocht u zich dat afvragen).

Keer op keer stelde ik het kijken naar Kanaal sociaal uit, een zesdelige serie van Human waarin zes setjes worden gevolgd. Moeder en kind, dochter en vader, vrouw en vrouw, man en vrouw, vrouw en man, zus en broer. Los van hun familie- en/of liefdesrelatie is er nóg een relatie: die van zorger en verzorgde. Of, als ik mezelf wil kwellen: hulpvrager en mantelzorger. Ik heb me er toe gezet de eerste vier afleveringen terug te kijken, deel vijf was dinsdagavond. En vergeet alles wat ik hiervoor zo stoer zat te beweren, want natuurlijk biggelden de tranen over m’n wangen. Melinda van 18 die zorgt voor haar moeder met niet-aangeboren hersenletsel én voor haar kleine zusje. Mariska met vier kinderen en een parttime baan zorgt voor haar halfzijdig verlamde man. En René constateert dat zijn vrouw de zorg voor hem niet meer aankan en besluit zelf dat ze hem maar naar het verpleeghuis moet brengen.

Gezwoegd, geploeterd en opgeofferd wordt er zeker, niet alleen door vrouwen, er zit ook een zorgzame echtgenoot tussen. Liefgehad wordt er ook, daar leggen de (drie) regisseurs de nadruk op. Echtelieden die elkaars hand vasthouden, een knuffel, een kus, de camera registreert het. Is het louter liefde die de zorgenden drijft? Er zit vast ook plichtsbesef bij, medelijden, berusting, gewenning. En noodzaak. Want als naasten de verzorging niet doen, wie dan wel? De overheid, lijkt een (anonieme) vrouw in Kanaal sociaal te vinden. Ze heeft „ontslag genomen” als mantelzorger, omdat ze niet meer „gratis en voor niets in dienst wil staan van BV Nederland”. Haar wanhoop is begrijpelijk, maar dat haar ouders hulp nodig hebben, kan de overheid niet helpen. Er zijn vijf miljoen mantelzorgers, dat is 1 op de 3 à 4 Nederlanders. Dan blijven er niet bar veel mensen over om zorgenden te helpen zorgen.

Luc brult aan zee

Luc van 15 krijgt de mantel van regisseur Tim Bary om zijn schouders. Hij is, zonder jas, weggelopen uit een gesloten jeugdinstelling. We zien hem in de 2DOC-film Luc (Human) als hij hijgend instapt in de auto van de regisseur. Was dit zo afgesproken? Of kneep Luc ertussen uit en belde hij toen Bary? Uit de titels begrijp ik dat hij Luc al een paar maanden volgt. Maar wat we daarvan zien, beslaat alleen de ontsnapping van ruim 24 uur. Luc schrokt een broodje döner naar binnen. Rookt een joint of twee, drie. Brult aan zee tegen de wind in „kankerrechters” en „fok iedereen die kankerhaat geeft”, ,maar hij heeft het ook over een „kankerlief meisje”.

Wat wordt hier verteld? Dat Luc het moeilijk heeft? Ja, dat zie ik. Dat het vreselijk is, een kind in een gesloten instelling? Me dunkt. Als de avond vordert, zit de regisseur toch met het joch in zijn maag. Waar moet-ie slapen? Bij hem thuis? Beter van niet, vindt hij zelf ook. Samen in zijn auto? Vooruit dan maar. Net op tijd appt Lucs vader dat hij bij hem kan komen slapen. De dag erop, na een flitsbezoek aan zijn moeder, zet Bary Luc af bij de instelling achter hoge hekken. „Was gezellig,” roept Luc achterom. „We appen en bellen. Alles komt goed.” Ik help het hem hopen.