Iedereen kan het zijn

Woord De bullebakken van nu zijn minder duivels dan die van vroeger, schrijft . Maar ze blijven gespeend van empathie.

Duivel, boze geest, boeman. Oftewel ‘bullebak’. Opeens domineert dit historisch kleurrijke woord het gesprek, uitgerekend in het beschaafde Nederland. ‘Bullebak’ is immers iemand als de Russische president Poetin of de vijftiende-eeuwse Vlad de Spietser of zo’n maniakale drilsergeant in een oorlogsfilm. Dat ons land opeens vergeven is van zulke bullebakken, tenminste te oordelen naar de mediastorm rondom het woord, is moeilijk te geloven.

De aanwezigheid van al dan niet de authentieke bullebak in een maatschappij lijkt vooral een reflectie van de heersende ideologie. Bij ons doen Thierry Baudet en de zijnen erg hun best, maar de dominante cultuur laat hun bullebakkerij niet toe, vandaar pogingen van de voorman van Forum voor Democratie om barse leden een halt toe te roepen.

Om recht te doen aan het woord hebben we veel meer nodig dan een FVD-Kamerlid dat een journalist lastigvalt met zijn piepstemmetje of pak ’m beet die schreeuwlelijk schuimbekkend op de werkvloer. In de zeventiende eeuw was bulleback niets minder dan de duivel. In Bredero’s klucht Symen sonder soeticheydt (1619) zegt Teuntje: ‘Gy leelijcke duyvel, wel wat sal iou ghebreecken?/ Fy gy bulle-back, flucks, segh ick, laet me gaan.’

Pas later bleek die bullebak toch ook Jan en alleman te kunnen zijn, met het eerste woorddeel samenhangend met ‘bulderen’ en het achtervoegsel verwijzend naar ‘bakkes’ of gezicht.

Comeback

Nog interessanter wordt het als we kijken naar het Engelse woord voor bullebak: bully. De vroege betekenis hiervan was ‘schatje’, nota bene afgeleid van het Oudnederlandse boel dat ‘liefje’ of ‘overspelige’ kan betekenen. Heeft ‘bullebak’ dan iets grappigs? Zie ‘bak’, tevens gebruikt in ‘luibak’ of ‘etterbak’. Ook het klankbeeld suggereert frivoliteit: de assonantie in ‘u’ en ‘e’ en de allitererende ‘l’. Al met al zien we zien we geen ‘duivel’ meer als we ‘bullebak’ zeggen.

Maar wie recent de kranten las, mag concluderen dat de serieuze bullebak van weleer, de diabolische figuur, een comeback maakt. We dulden immers steeds minder; wie zich schuldig maakt aan zelfs de schijn van grensoverschrijdend gedrag wacht de bullebakschandpaal.

Lees ook: Deze Vlad, ook wel bekend als ‘Dracula’, spietste duizenden mensen

Nu alle pijlen op hém gericht zijn vraagt de bullebak om nuancering. Want je hebt bullebakken en bullebakken. In 1462 spietste Vlad Tepes, duivel, boeman, bullebak extraordinaire, 23.000 Turken in de omgeving van Târgoviste, Roemenië. Minder bloedig, maar niet veel, is Poetin, wiens grootheidswaan uitmondt in oorlogsmisdaden op Europese bodem. En dan de tirannie van senior drill instructor Hartman (Lee Ermey) in Stanley Kubricks oorlogsfilm Full Metal Jacket (1987). Luister naar zijn verschrikkelijke eloquentie: „You goddamn communist heathen, you had best sound off that you love the Virgin Mary, or I’m gonna stomp your guts out!”

Toch hebben historisch en moderne bullebakken een ding gemeen: ze zijn mensen gespeend van empathie, opgevuld met stro zoals de mannen in T.S. Eliots gedicht ‘The Hollow Men’ (1925), over nihilisme na de Eerste Wereldoorlog: „Onze dorre stemmen […]/ Zijn stil en betekenisloos/ Als wind in droog gras.”