Interview

Kunstenaar Hrair Sarkissian: ‘Ik voelde de boosheid van mijn vader’

Hrair Sarkissian Ruim een eeuw aan geschiedenis en familieleed komt samen in de indrukwekkende expositie van kunstenaar Hrair Sarkissian in Bonnefanten.

Een tachtigplusser verbijt zijn woede. In een van zijn ogen welt een traan op, die daar vervolgens blijft zitten. Ondertussen is de zware ademhaling van de man hoorbaar.

Sweet and Sour heet deze video-installatie die Hrair Sarkissian (49) maakte in opdracht van het Maastrichtse Bonnefantenmuseum. Het is het meest beklemmende en persoonlijke werk in een toch al indrukwekkende overzichtsexpositie. Ruim een eeuw aan geschiedenis en familieleed komt erin samen. De kunstenaar toog voor Sweet and Sour naar Oost-Anatolië, ooit Armenië, om uitvoerig de plek te filmen waar hij met zijn grootvader woonde. Die opa was voor zaken in het Syrische Aleppo ten tijde van de genocide van 1915. Zijn toenmalige gezin werd omgebracht.

Lees ook: Hoe zat het ook alweer? De Armeense genocide nog eens uitgelegd

Met de in Anatolië gefilmde beelden ging de in Londen woonachtige Sarkissian naar zijn ouders in Damascus, waar hij zelf vanwege de oorlog zo’n tien jaar niet was geweest. „Ik heb mijn vader vooraf niets verteld: alleen maar gezegd dat hij naar de door mij gemaakte opnames moest kijken en dat hij ondertussen gefilmd zou worden. Na afloop zouden we met elkaar praten.”

Tijdens dat gesprek achteraf kwam er overigens niet veel uit zijn vaders mond. „Ik voelde wel zijn boosheid. En zijn trots op het feit dat ik naar Armenië was gegaan.”

Hrair Sarkissian vond de tocht zelf in veel opzichten een ontluisterende ervaring. „Onderweg verwachtten mensen op grond van mijn uiterlijk dat ik ook Turks ben. Als ik dat ontkende, wilden ze weten hoe het dan wel zit. Maar je hebt het hart niet om te zeggen dat je Armeniër bent.”

In en rond het huis van zijn voorouders interesseerde het lot van zijn familie niemand iets, vertelt hij. „Daar kregen ze natuurlijk wel in de gaten dat ik Armeens ben. Maar ze dachten dat ik meer dan honderd jaar geleden verborgen goud kwam opgraven. Vlakbij lag een klooster uit de zevende eeuw waar ze eveneens gezocht hadden naar goud. Alles was er recent vernield. De graven van de geestelijken lagen nog open.”

Eerste kleurenstudio

Opa Sarkissian bleef ruim een eeuw geleden in Syrië en stichtte daar een nieuw gezin. Zijn zoon Vartan was aanvankelijk automonteur, maar koos uiteindelijk voor een schoner ambacht, dat van fotograaf. Kleinzoon Hrair hing na schooltijd en in vakanties rond in Vartans zaak, de eerste kleurenstudio van Syrië. „Ik begon met koffie halen en wc’s schoonmaken. Rond mijn elfde leerde ik ook de printer bedienen.”

Zo rolde de jonge Sarkissian op een natuurlijke manier in het vak. Maar terwijl vader in zijn zoon de opvolger zag, begon bij Hrair langzaam maar zeker iets anders te kriebelen. „Ik wilde als kunstenaar aan de slag met fotografie. Mijn vader vond het maar niks. Er zou geen droog brood mee te verdienen zijn.” De zoon zette door en ging studeren in het buitenland, onder meer aan de Amsterdamse Rietveld Academie.

‘Execution Squares’ (2008), Hrair Sarkissian.

Met Execution Squares (2008) had Sarkissian voor het eerst het idee dat hij „iets te pakken had”. Als elfjarige passeerde hij met de bus een plein waar kort daarvoor drie mannen waren opgehangen. „Hun ogen stonden open. Naar aanleiding van dat beeld, dat nooit meer van mijn netvlies is gegaan, ben ik voor een fotoserie pleinen waar doodstraffen worden voltrokken, gaan vastleggen. Zonder geëxecuteerden en galgen maar wel rond het tijdstip dat ze worden opgehangen, bij zonsopgang.”

In Sarkissians oeuvre wemelt het van dit soort stille getuigen: hij laat – om met kunstenaar Armando te spreken – vooral schuldige landschapen en plekken zien, waar de geest van eerdere verschrikkingen nog rondwaart. Achter die ogenschijnlijke kalmte, klinken de schreeuwen van pijn en verontwaardiging, schreeuwen om aandacht.

Instortende maquette

Eén werk detoneert bij de meer verstilde rest: Homesick uit 2014. Twee naast elkaar vertoonde video’s laten een met moker slaande Sarkissian zien en een langzaam maar zeker steeds verder instortende maquette van het appartementengebouw in Damascus waar hij opgroeide en waar zijn ouders nog steeds wonen. Een vreemde eend binnen zijn oeuvre? Sarkissian knikt. „Maar het was de beste manier om mijn gevoelens van dat moment tot uitdrukking te brengen.”

Ook op andere momenten grijpen projecten hem bij de keel. In het Bonnefantenmuseum is Last seen (2018-2021) te zien. De serie foto’s toont de ruimtes waar families voor het laatst hun tijdens oorlogen vermist geraakte verwanten zagen. Sarkissian reisde er onder meer voor naar Bosnië, Argentinië en Libanon. „Achter de tientallen foto’s gaan even zo veel verhalen schuil van gezinnen die sindsdien wachten op familieleden. Dat greep me zo aan, dat ik voortijdig ben gestopt met het project. Ik zou nog naar Chili en Zuid-Afrika gaan. Maar meer kon ik niet meer aan. Het zou ook oneerlijk zijn tegenover die mensen daar met hun relaas.”

De geschiedenis en zijn eigen ervaringen stemmen de kunstenaar pessimistisch: „Ik zie geen enkele hoop voor de toekomst van deze wereld. Kijk naar de klimaatverandering. Als we de natuur al niet kunnen redden, wat valt er dan nog voor goeds te verwachten voor mensen en hun onderlinge omgang?”

Hrair Sarkissian: The Other Side of Silence. T/m 14/5 in Bonnefantenmuseum, Maastricht. Info: bonnefanten.nl