Analyse

CPB: ook in 2023 blijft de impact van inflatie en hoge energieprijzen voelbaar

CPB-cijfers Het prijsplafond moet na 2023 echt voorbij zijn, zegt het CPB, ook al blijven de prijzen hoog. Wat dan wel werkt? Gerichte compensatie en hogere lonen.

Eind 2023 heeft de Nederlandse bevolking evenveel te besteden als in 2018
Eind 2023 heeft de Nederlandse bevolking evenveel te besteden als in 2018 Foto Pepijn Kouwenberg

Bekijk het zo: ondanks de tientallen miljarden waarmee het kabinet de economische klappen opvangt, gaat de koopkracht dit jaar en komend jaar toch achteruit. Of bekijk het zo: aan het eind van 2023 heeft de Nederlandse bevolking ondanks een dip nog evenveel te besteden als in 2018 – helemaal niet gek na een pandemie, een oorlog in Europa en een energiecrisis.

Duidelijk is wel dit: die energiecrisis wordt gevoeld. Volgens het Centraal Planbureau (CPB) daalt de koopkracht in 2022 en 2023 met in totaal 4 procent. Dinsdag presenteerde het CPB nieuwe scenario’s over de gevolgen van de inflatie en de hoge energieprijzen voor de burgers en de staatskas. Die laten zien dat de overheidshulp de schade beperkt en dat de lonen de afgelopen tijd wel stijgen, maar niet genoeg om de inflatie bij te benen.

De lonen kunnen verder omhoog

Op Prinsjesdag al bracht het CPB traditiegetrouw zijn voorspellingen uit, maar die waren meteen achterhaald door het haastig in elkaar geflanste prijsplafond dat het kabinet diezelfde dag presenteerde. Met dat prijsplafond garandeert de overheid het komende jaar dat de energiekosten niet te hoog oplopen voor huishoudens met een gemiddeld verbruik.

Dat heeft effect: zonder prijsplafond zou de inflatie in 2023 op 6 procent uitkomen, mét prijsplafond is dat 3,5 procent.

En er veranderde meer, wat aanleiding gaf voor de nieuwe CPB-rekensom. Zo werd in het oude inflatiecijfer uitgegaan van de omhooggeschoten prijs van een nieuw energiecontract, terwijl veel mensen met een lopend energiecontract minder betalen – of pas in 2023 met hogere prijzen te maken krijgen. Tegelijkertijd stijgen de prijzen van andere zaken juist harder dan eerst verwacht.

De uitkomst van al die verschuivingen en nieuwe berekeningen is dat het CPB verwacht dat de inflatie weliswaar iets minder hoog piekt, maar wel langer wordt uitgesmeerd. De nieuwe publicatie leest als een waarschuwing: reken er niet op dat alles in 2023 terugveert en het daarna kalm en rustig wordt.

Sterker nog: het CPB voorspelt dat de gasprijzen die de inflatie zo hebben aangejaagd niet snel meer zo hoog worden als dit jaar, maar dat ze ook in 2030 nog twee keer zo hoog zullen zijn als het niveau vóór de energiecrisis. „Zowel de geopolitieke situatie als het doormaken van de energietransitie maken het aannemelijk dat de energieprijzen hoog zullen blijven”, schrijft het CPB.

De tijd dat de overheid in een grillige economie alle klappen opvangt, loopt ten einde

Die lange adem vraagt volgens de rekenmeesters van het Planbureau om een totaal andere aanpak dan de haast waarmee het kabinet de afgelopen maanden te werk ging, tot ergernis van het CPB en Raad van State. In plaats van de energieprijzen voor iedereen te stutten – door een prijsplafond of een lagere energiebelasting – kan het kabinet beter aandringen op verduurzaming en energiebesparing bij burgers.

Intussen kan de overheid gerichte programma’s bedenken voor de groep die alsnog in de problemen komt: „Met het beleid voor 2023 is tijd gekocht, die benut moet worden voor de overgang naar een meer structurele situatie.”

De belangrijkste rol in het koopkrachtherstel moet uiteindelijk helemaal niet komen van de overheid, vindt het CPB. Die taak is weggelegd voor bedrijven, die doorgaans ruimte zouden hebben om de lonen te laten stijgen zonder dat ze dat direct aan hun klanten hoeven door te berekenen. Zo’n stijging ligt voor de hand. Lonen stijgen sneller als de arbeidsmarkt krap is zoals nu. Bovendien gaat het minimumloon omhoog, wat ook doorwerkt op de lonen daarboven.

Tussen de regels door geeft het CPB een diepere boodschap af, één waar het kabinet ook op zinspeelt. De tijd dat de overheid in een grillige economie alle klappen opvangt, loopt ten einde.

Lees ook: Ondanks inflatie geven mensen evenveel aan goede doelen als voor de coronapandemie