NZa waarschuwt voor gevolgen sluiting centra voor kinderhartchirurgie

Ziekenhuizen Het kabinetsplan om de drie van de vijf centra voor gespecialiseerde kinderhartzorg te sluiten, kan „grote onomkeerbare gevolgen” hebben, waarschuwt de Nederlandse Zorgautoriteit.
De kinder intensive care in het Beatrix Kinderziekenhuis in het UMC Groningen.
De kinder intensive care in het Beatrix Kinderziekenhuis in het UMC Groningen. Foto Kees van de Veen

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) spreekt zich sterk uit tegen het kabinetsplan om vijf centra voor gespecialiseerde kinderhartzorg terug te brengen naar twee. Volgens een dinsdag gepubliceerde impactanalyse van de NZa heeft de concentratie van de kinderhartzorg „grote onomkeerbare gevolgen” voor ziekenhuizen en patiënten en kan het „een risico zijn voor de regionale beschikbaarheid van de acute zorg”.

Hugo de Jonge (CDA) besloot eind vorig jaar als toenmalig zorgminister dat kinderhartoperaties voortaan alleen in Rotterdam en Utrecht zouden worden uitgevoerd. Binnen twee jaar zouden de hartcentra in Groningen, Amsterdam en Leiden moeten stoppen met opereren. Hoewel medisch specialisten het erover eens zijn dat er te veel centra zijn voor het aantal patiënten, is er al dertig jaar discussie over de vraag hoeveel centra er dan wel nodig zijn en waar die moeten staan. Zij werden overvallen door het besluit van De Jonge.

Vooral in de noordelijke provincies kwam kritiek op het plan: Groningers vrezen dat ouders van kinderen met ernstige complicaties helemaal naar de Randstad moeten rijden.
Bovendien ontbrak de onderbouwing voor de keuze voor Rotterdam en Utrecht. De Nederlandse Zorgautoriteit had vooraf aangeboden onderzoek te doen, maar het ministerie van VWS was daar niet op ingegaan.

Na weken van kritiek in de media en Kamervragen zegde de opvolger van De Jonge, minister Ernst Kuipers (Volksgezondheid, D66) alsnog een impactanalyse toe. De NZa roept Kuipers nu op het plan niet uit te voeren.
„Patiënten met een aangeboren hartafwijking moeten altijd kunnen rekenen op goede en toegankelijke zorg”, zegt de NZa. De zorgtoezichthouder waarschuwt dat het weghalen van de gespecialiseerde hartzorg ook gevolgen heeft voor andere zorg voor kinderen. In Leiden zal de hele intensive care-afdeling voor kinderen verdwijnen, omdat er zonder de hartzorg te weinig patiënten zijn om de afdeling open te houden.

Lees ook: Strijd over sluiten hartcentra: zijn kinderen de dupe?

Unieke specialisaties verloren

De verschillende afdelingen hebben allen hun eigen specifieke expertises, die volgens de NZa niet zomaar kunnen overgenomen door andere (universitaire) medische centra. Uit de analyse blijkt ook dat unieke medische specialisaties waarbij hartspecialisten nodig zijn, verloren zullen gaan als sommige afdelingen sluiten. Daaruit volgt de aanbeveling van de zorgautoriteit voor universitaire medische centra om gezamenlijk op te trekken voor de verdeling van medische specialisaties in Nederland.

Minister Kuipers schrijft dinsdag in een brief aan de Tweede Kamer dat hij begin 2023 een besluit zal nemen over het wel of niet openblijven van de afdelingen. Hij merkt op dat zijn besluit „altijd effecten zal hebben voor patiënten, de betrokken centra en de betrokken zorgprofessionals” en dat er hoe dan ook maatregelen nodig zijn om de zorg op dit gebied goed te laten verlopen.

Het UMC Utrecht, dat volgens de kabinetsplannen de afdeling voor kinderhartchirurgie zou behouden, vindt dat er na de impactanalyse goed moet worden gekeken naar die maatregelen. „Als er uiteindelijk een besluit tot concentratie wordt genomen zal de impact voor ieder ziekenhuis groot zijn. Het is belangrijk dat we de gevolgen van concentratie voor alle partijen onderkennen en deze gezamenlijk oplossen”, aldus bestuursvoorzitter Margriet Schneider.

Lees ook: Ziekenhuizen met elkaar in de clinch: van elkaar zwartmaken tot onderling wantrouwen