Koning laat onderzoek doen naar rol van familie in koloniale verleden

Koningshuis Koning Willem-Alexander laat onderzoek doen naar de rol van de familie Oranje-Nassau in de Nederlandse koloniale geschiedenis.

Op één van de zijkanten van de Gouden Koets staat de schildering de Hulde der Koloniën. Volgens sommigen is een dergelijke viering van het kolonialisme niet gepast op juist een van de meest zichtbare attributen van de monarchie. Foto ANP/ BART MAAT
Op één van de zijkanten van de Gouden Koets staat de schildering de Hulde der Koloniën. Volgens sommigen is een dergelijke viering van het kolonialisme niet gepast op juist een van de meest zichtbare attributen van de monarchie. Foto ANP/ BART MAAT

De koning heeft opdracht gegeven tot een onafhankelijk onderzoek naar de rol van zijn familie in de Nederlandse koloniale geschiedenis. Hij vindt dat „diepgaande kennis van het verleden essentieel is om historische feiten en ontwikkelingen te begrijpen, en de impact daarvan op mensen en gemeenschappen zo scherp en eerlijk mogelijk onder ogen te zien.”

Eerder lieten andere instituten, zoals verschillende steden, de Nederlandsche Bank en de provincie Noord-Holland al onderzoek doen naar hun eigen rol bij dat koloniale verleden en slavenhandel. Daarop volgden excuses, recent nog door de stad Den Haag. De regering is van plan ook excuses aan te bieden, daarover spreekt het kabinet donderdag met betrokkenen uit Suriname en het Caribisch deel van het koninkrijk.

Lees ook: Grote verwarring over wat het kabinet op 19 december gaat zeggen over het slavernijverleden

De roep om excuses door en van de koning klonk de afgelopen tijd eveneens. Niet de premier of kabinetsleden zouden namens de regering moeten spreken, maar het staatshoofd. Volgens sommigen ook omdat zijn familie een rol speelde bij het koloniale verleden.

Stadhouders

Bij de presentatie van het onderzoek van Den Haag naar haar koloniale rol werd twee weken geleden gerefereerd aan de familie Oranje-Nassau. Bekend is dat stadhouders Willem IV (1711-1751) en Willem V (1748-1806) bewindvoerders waren bij de Verenigde Oostindische Compagnie en de West-Indische Compagnie. De WIC handelde in tot slaaf gemaakten.

Prins Johan Maurits van Nassau-Siegen, de naamgever van het Mauritshuis en een neef van Willem van Oranje, was gouverneur-generaal van de kolonie Nederlands-Brazilië, en zo betrokken bij de slavenhandel. Onder koning Willem I werd in 1814 bij koninklijk besluit de slavenhandel met Nederlandse schepen afgeschaft, maar het zou nog tot 1853 duren voordat de handel zelf werd verboden op Nederlands grondgebied.

Koning Willem-Alexander laat nu onderzoek doen naar zijn voorouders. Een maand geleden maakte de koninklijke stichting die de objecten beheert die door het huis Oranje-Nassau zijn verzameld, al bekend opdracht te hebben gegeven tot een onderzoek naar de koloniale herkomst ervan. Daaruit moet blijken of naar schatting 10.000 schilderijen en andere voorwerpen rechtmatig eigendom zijn van de familie.

Eerder gaf de koning zich rekenschap van de geschiedenis van zijn familie toen hij op 4 mei 2020 refereerde aan hoe zijn overgrootmoeder Wilhelmina Joodse Nederlanders in de steek liet. Over het koloniale verleden sprak Willem-Alexander onder meer in relatie tot de Gouden Koets, toen hij zei dat er in de Nederlandse geschiedenis „veel” is om trots op te zijn: „Tegelijkertijd biedt ze ook leerstof om fouten te erkennen en in de toekomst te vermijden.”

Lees ook een column van Sjoerd de Jong

Huisarchief

Dit onderzoek naar de rol van de familie bij het koloniale verleden van Nederland, dat drie jaar zal duren, zal de periode van de late zestiende eeuw tot het ,,postkoloniale heden” beslaan. Omdat Willem-Alexander een ,,grondig, kritisch en onafhankelijk” onderzoek wil, zal het worden uitgevoerd onder leiding van een commissie bestaande uit Gert Oostindie, emeritus hoogleraar koloniale en postkoloniale geschiedenis, Esther Captain, senior onderzoeker bij het Koninklijk Nederlands Instituut voor Zuidoost-Aziatische en Caribische Studies, oud-Tweede Kamerlid Kathleen Ferrier, en hoogleraar Nederlandse geschiedenis Henk te Velde.

Oostindie en Captain waren eerder betrokken bij onderzoeken van steden naar hun rol bij de slavenhandel, Ferrier is deskundige op het gebied van mensenrechten, diversiteit en inclusie, en Ter Velde is voorzitter van het Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap. Zij zullen de onderzoeksvraag opstellen en de onderzoekers aannemen. Die krijgen toegang tot het Koninklijk Huisarchief, het familiearchief van de Oranje-Nassaus dat beperkt openbaar is. Hun rapport zal worden gepubliceerd.