Er is hier wél armoede, zegt de noodhulpdirecteur: ‘We hebben het bestaansminimum veel te laag vastgesteld’

Stichting Urgente Noden Nederland Door het lage niveau van het bestaansminimum moeten mensen keuzes maken. „Als ze warme kleding kopen, kunnen ze hun huur niet betalen.”

Woningen in Moerwijk, een van de armere wijken van Den Haag.
Woningen in Moerwijk, een van de armere wijken van Den Haag. Foto Pepijn Kouwenberg

Hoeft niemand in Nederland in armoede te leven? Toch wel. „We hebben in Nederland het bestaansminimum veel te laag vastgesteld. Wat ontbreekt is de notie dat iedereen voldoende geld moet hebben een menswaardig bestaan te leiden”, zegt Nathalie Boerebach. Ze is directeur van de Stichting Urgente Noden Nederland (SUN Nederland), de ‘ondersteuningsorganisatie’ van 26 bureaus voor noodhulp die in bijna honderd gemeenten actief zijn.

Verschillende bureaus voor noodhulp worden gesteund door het NRC Lezersfonds, dat jaarlijks onder lezers geld inzamelt tijdens de kerstactie. Vorig jaar bedroeg de opbrengst, die de afgelopen jaren fors is gestegen, ruim drie ton.

Hulp- en dienstverleners signaleren regelmatig urgente nood bij kwetsbare groepen die niet onmiddellijk gelenigd kan worden, ook niet door allerlei steunregelingen zoals de gemeentelijke bijzondere bijstand. Voor hen kunnen deze hulpverleners aankloppen bij de diverse noodhulpbureaus. Jaarlijks geven de bureaus gezamenlijk ongeveer 5 miljoen euro uit, per gift gemiddeld 500 euro.

Trends

SUN Nederland heeft nu voor het eerst inzicht in de cijfers van 14 van de 26 bureaus. Hoewel deze cijfers lang niet het hele verhaal vertellen – al was het maar omdat de data van een aantal bureaus in enkele grote steden ontbreken – vallen wel trends te ontwaren. Een beroep op de noodhulpbureaus wordt het vaakst gedaan door gemeenten, Vluchtelingenwerk en bewindvoerders. De meeste giften gaan naar mensen met een inkomen tot 2.000 euro per maand, een kleiner gedeelte naar hogere inkomens.

Nathalie Boerebach van SUN Nederland: „Waar wij naar kijken is naar het besteedbaar inkomen; hoeveel geld heb je aan het einde van de maand over om van te leven? Dus als je een goed betaalde baan hebt maar je hebt pech omdat je restaurant failliet gaat en je moet ineens ook alimentatie betalen, dan kun je in de praktijk toch gewoon honger lijden.”

De meeste begunstigden zijn tussen de dertig en zestig jaar oud. Ongeveer twee derde van hen is alleenstaand, met of zonder kinderen. Voor kinderen zijn vaak andere potjes beschikbaar, voor studenten niet. „Die weten ons lang niet altijd te vinden”, zegt Boerebach.

Volgens haar verhinderen de „complexiteit” van de samenleving en ook „schaamte” en „wantrouwen jegens de overheid” nogal eens dat mensen krijgen waar ze recht op hebben. De meeste begunstigden leven van een uitkering, bij de werkenden vallen geen specifieke beroepen op, behalve in coronatijd. Boerebach: „Veel aanvragen gingen in die tijd over levensonderhoud, omdat mensen hun inkomens ineens zagen wegvallen. Schoonmakers bijvoorbeeld, maar ook prostituees, omdat die ineens geen klanten meer hadden.”

Lees ook dit interview: ‘Fondsen, durf je vermogen uit te geven

Kinderbed of wasmachine

Het lage niveau van het bestaansminimum leidt ertoe, zegt Boerebach, dat mensen keuzes moeten maken. „Als ze sinterklaascadeautjes kopen voor hun kinderen, kunnen ze geen menstruatieproducten kopen. Als ze warme kleding kopen, kunnen ze hun huur niet betalen.”

Gevolg is dat de noodhulpbureaus een „waaier” aan aanvragen krijgen: een kinderbed of een wasmachine, een tegoedbon voor de supermarkt of geld voor een dna-test om te bewijzen dat je recht hebt op een erfenis. Boerebach: „Het kan van alles zijn.”

Wat de nieuwe cijfers over de aanvragen ook aan het licht brengen, is dat in Nederland sociale mobiliteit niet vanzelf gaat. Boerebach: „Het zou niet uit moeten maken in welk postcodegebied je wordt geboren, maar in de praktijk is dat vaak wel zo. Het ontbreekt aan kansengelijkheid. Scholen vertellen ons dat kinderen de basisschool verlaten met een vwo-advies, maar binnen een jaar op het vmbo terechtkomen. Omdat het kind te klein behuisd is om huiswerk te maken, wifi ontbreekt, of de ouders aan het werk zijn en niet kunnen helpen. Nederland zou moeten proberen dat afglijden te voorkomen.”

Incidentele noden

De noodhulpbureaus kunnen dat niet veranderen. „Wij zijn er voor incidentele noden, we geven mensen die pech hebben een steuntje in de rug. Maar uit de data kunnen overheden wel lering trekken om aan structurele noden een einde te maken.”

De meeste aanvragen zijn voor woninginrichting, huishoudelijke apparaten, fietsen, studie, sport en recreatie, schulden, medische kosten zoals acute kiespijn, identiteitspapieren en gezinshereniging. Boerebach: „Het is bij deze laatste categorie opvallend dat als mensen asiel hebben gekregen, vervolgens de gezinshereniging niet wordt geregeld, iets waar ze op grond van internationale verdragen wel recht op hebben.”

Twee derde van de ingediende aanvragen wordt gehonoreerd. Een categorie waarvan de aanvragen zelden worden geweigerd zijn de Wajong’ers, jongeren met een ziekte of een handicap met een uitkering die in veel gevallen niet toereikend is. Boerebach: „We zien schrijnende gevallen. Vaak wordt gezegd dat je mensen geen vis moet geven maar een hengel. Maar veel mensen hebben niks aan een hengel. Ze kunnen niet omgaan met een hengel of zitten niet aan water.”

Er wordt ook gesteld dat noodhulp „alleen maar pleisters plakken” is. Maar dat zijn wel helende en helpende pleisters, zegt Boerebach. „Als een kind valt over een losse stoeptegel, is een pleister het eerste wat nodig is, dan ga je ook niet gelijk naar de chirurg. Het is vervolgens wel zaak dat de overheid die stoeptegel weer goed legt.”

Lees ook: Een ‘frisse start’ met een ijskast, wasmachine en bed van het armoedefonds