Opinie

Hoe Biden de online privacy nog verder inperkt dan Trump

Madeleijn van den Nieuwenhuizen

Toen Biden Trump opvolgde, gooide hij niet alleen de zogenoemde moslim-ban de deur uit (die inreizen vanuit landen met een moslimmeerderheid verbood), ook kondigde hij aan kritisch te zullen kijken naar een ander element uit Trumps ‘extreme vetting’-beleid. Namelijk de bepaling dat bijna 15 miljoen inreizende buitenlanders hun sociale media handles moeten vermelden op hun visumaanvraag. Alles van de afgelopen vijf jaar, van twintig platformen – waaronder Facebook, Twitter en YouTube.

Deze lente werd duidelijk dat de regering-Biden zich, laten we zeggen, heeft bedacht. Het voorstel dat nu op tafel ligt breidt het sociale-mediasleepnet uit met nog eens 15 miljoen reizigers, dit keer voor mensen die op een ESTA vliegen. Dat is een versimpelde reisvergunning, gebruikt door vrijwel alle Europeanen die naar de VS reizen. Vooralsnog is het optioneel om de VS je Twitter- of Instagram-account mee te delen, maar dat wordt verplicht als het aan Biden ligt. Met liegen riskeer je „serieuze consequenties”.

Ik sprak twee advocaten aan het Knight First Amendment Institute te New York. Anna Diakun en Carrie DeCell vinden de gestage uitbreiding van de surveillance-staat onder Biden zeer zorgwekkend. Diakun vreest een negatief effect op vrijheid van meningsuiting: dat mensen (bijvoorbeeld activisten) online zelf-censuur toepassen uit angst niet toegelaten te worden tot het land. Waar ze misschien wel asiel willen aanvragen. En wat als landen als Iran of Rusland cyber-aanvallen op de VS uitvoeren om hen deze data te ontfutselen?

Het instituut waar Diakun en DeCell voor werken, gespecialiseerd in recht en vrijheid van meningsuiting, diende deze zomer een officieel verzoek in om inzage te krijgen in Bidens voorstel. Want waarom breidt hij de surveillance juist uit, in plaats van in te perken, zoals hij had gesuggereerd? Wat is de rechtvaardiging? Op welke effectiviteit beroept de regering zich bij deze uitbreiding van het schenden van de privacy van miljoenen mensen? Het voorkomen van aanslagen? De enige verantwoording die nu in het voorstel staat: het beleid ‘zal het doorlichtingsproces verbeteren en helpen de identiteit van reizigers te bevestigen’. Kennelijk is een paspoort daarvoor niet genoeg.

In augustus plofte het antwoord op het verzoek van de advocaten op de mat: aanvraag afgewezen. De wegen van het Amerikaanse veiligheidsbeleid – Democratisch of Republikeins – zijn ondoorgrondelijk. Met opzet, zo blijkt maar weer.

Via Zoom spreek ik Frederik Zuiderveen Borgesius, hoogleraar ICT & Recht (Radboud). Overweegt Nederland een dergelijk beleid? „Gelukkig niet.” Europa neemt privacy serieuzer dan de VS, hier ligt het in de verdragen verankerd. In de VS blijft het bij het Vierde Amendement bij de Grondwet, dat vooral gaat over onredelijke huiszoekingen. Is er iets dat Nederland of de EU kan ondernemen tegen privacyschendingen bij inreizende Europeanen? „Dat geef ik weinig kans van slagen, je hebt toch elkaars nationale recht en beleid te accepteren.”

Zuiderveen Borgesius sluit zich aan bij de Amerikaanse advocaten: als de VS dit doorvoeren is de kans groot dat andere landen volgen. „Het normaliseert griezelige surveillance.”

Madeleijn van den Nieuwenhuizen schrijft hier om de week.