Opinie

Heb de moed om met jezelf in gesprek te gaan

Eva Meijer

Twee weken geleden was ik in de Tweede Kamer voor een rondetafelgesprek over de jacht. Samen met twee collega-filosofen en een jager zat ik in het blokje ethiek. Van tevoren hadden alle experts en belanghebbenden een stuk met hun positie opgestuurd, en na een korte introductie daarvan volgden vragen van de commissieleden. Tijdens die vragen gebeurde er iets vreemds. De commissieleden die voor de jacht waren (de meeste) stelden al hun vragen aan de jagers en de grondbezitters, waardoor die onevenredig veel spreektijd kregen en de toon konden zetten.

Filosofen zijn het zelden met elkaar eens. Ook niet over heel basale zaken, zoals wat filosofie eigenlijk is. Als je elkaar treft op conferenties ga je juist in gesprek over de twistpunten, om te zoeken naar hoe het eigenlijk zit. Dat kan er hard aan toe gaan, maar je went eraan. Zoiets had ik ook van een rondetafelgesprek verwacht: nieuwsgierigheid en kritische vragen van commissieleden, die daardoor beter hun positie kunnen bepalen. Het ging echter niet over het vormen van een beter standpunt, maar over het vormen van een bepaald beeld van de jacht, en in het verlengde daarvan de natuur en Nederland.

Over de benarde positie van de waarheid in de politiek en het publieke debat wordt veel geschreven. Maar de oordeelsvorming staat daarmee ook onder druk en hoe dat werkt krijgt minder aandacht. Hannah Arendt laat in het artikel ‘Truth and Politics’ de verwevenheid zien van waarheden (zoals feitenwaarheid en filosofenwaarheid) en meningen. We hebben waarheid nodig om te kunnen oordelen en ons te oriënteren. Meningen drukken echter geen universele waarheid uit, maar de pluraliteit en veranderlijkheid van het samenleven van mensen. Volgens Arendt is het politieke denken representatief: je vormt een mening door met standpunten van anderen in je gedachten naar een kwestie te kijken. Dat gaat niet om empathie of optellen van posities, het is een denkoefening. Hoe meer posities je in kunt nemen, hoe beter en legitiemer je oordeel.

Media herhalen sommige beelden net zo lang tot die zich voordoen als de waarheid

Om een goed politiek gesprek te kunnen voeren met anderen moet je ook een goed gesprek kunnen voeren met jezelf. Arendt toont dat feitenwaarheid onze gemeenschappelijke wereld stut, maar ook dat we er daarmee niet zijn, want de publieke sfeer is mede afhankelijk van betekenisvorming. In onze tijd heeft het oordelen er naast de leugen een vijand bijgekregen: het cliché. De wolf is een cliché, de boer is een cliché, de vrouw is een cliché, de natuur is een cliché, de activist is een cliché. We leven in een herhaalmaatschappij: apps en (internet)media herhalen sommige beelden net zo lang tot die zich voordoen als de waarheid. Veel politici volgen dat patroon.

Zelf denken is ook moeilijk en eng. Ik lees momenteel Ludwig Wittgensteins brieven en net als in de rest van zijn werk heeft hij daarin de moed om steeds opnieuw te onderzoeken wat het denken vermag. Ergens naartoe denken en dan lekker gaan zitten kan niet – er zijn wel inzichten, die kun je bespreken met anderen. Er zijn ook zekerheden. Maar het denken is nooit af en je kunt niet los van de wereld vanuit een vooropgestelde positie je oordeel uitrekenen. Niet in de filosofie en, zo voeg ik aan Wittgenstein toe, ook niet in de politiek. Democratie is nooit af, maar dat is het werk van het samenleven, en dat is ook hoopvol want ‘af’ voor de een is onderdrukking voor de ander.

Voor de rondetafelgesprekken is een tijdelijke oplossing dat kinderen de experts ondervragen, of desnoods toevallig gekozen burgers. En verder is onze opdracht het oordelen te oefenen, in gesprek met anderen en onszelf.

Eva Meijer is schrijver en filosoof. Ze schrijft om de week een column.