Recensie

Recensie Beeldende kunst

Betovering blijft regelmatig uit op Stedelijk-expo over ‘bezielde objecten’

Tentoonstelling De expositie ‘When Things Are Beings’, met 24 voorstellen voor de collectie van het Stedelijk Museum Amsterdam, gaat over de innerlijke kracht van objecten. De meeste bezieling vind je bij de (menselijke) performances.

Iris Kensmils installatie ‘In Mijn Vaders Huis’ uit 2022 op de tentoonstelling When Things Are Beings.
Iris Kensmils installatie ‘In Mijn Vaders Huis’ uit 2022 op de tentoonstelling When Things Are Beings. Foto Gert-Jan van Rooij

Er staat een houten huisje in het Stedelijk Museum Amsterdam. De deur staat open, dat nodigt uit om binnen te kijken. Daar plaatste kunstenaar Iris Kensmil tal van schilderijen, prints en voorwerpen die verwijzen naar haar kindertijd in Suriname, waar diverse geloven en winti-rituelen onderdeel waren van de familietraditie. Er is ook een portret van Anton de Kom te zien, een schilderij van handen in (christelijk?) gebed, er staan boeken op een plankje, een geschilderd zwart vierkant in de linkerbovenhoek (Malevich?). De titel van de installatie, In Mijn Vaders Huis, verwijst naar een tv-serie en boek van Anil Ramdas.

Je blijft in Kensmils huisje op de drempel staan. Misschien blijf je een buitenstaander, maar het knappe is hoe Kensmil zo je blik regisseert en je uitnodigt om tóch deelgenoot te worden van haar verhaal. Ook als je niet alle verbanden en verwijzingen gelijk kunt thuisbrengen – je vóélt dat wat er in dit huisje staat, een doorleefde, intieme betekenis heeft. En je ziet dat het bovendien erg fijn geschilderd is.

Gemeentelijke aankopen

Bezielde objecten, dat is het thema van de tentoonstelling When Things Are Beings in het Stedelijk. De tentoonstelling is onderdeel van de ‘Gemeentelijke aankopen’, een tweejaarlijkse expositie met voorstellen voor de museumcollectie, waarvoor het museum (sinds 1929) een geoormerkt budget heeft. Dit jaar bestaat de expositie uit 24 werken, door een jury geselecteerd uit ruim 750 inzendingen van kunstenaars die werken in Amsterdam. Een deel van die werken – dit jaar wordt geen onderscheid gemaakt tussen kunst en design – wordt daadwerkelijk aangekocht.

Erg goed is het brede internationale perspectief van de expositie (vaak, maar niet altijd, van landen waarmee Nederland een koloniale relatie had): het gaat via de werken over traditionele weeftechnieken uit Borneo, over talismannen uit Curaçao, Surinaamse reinigingsrituelen, Molukse symbolische schilden, Ierse volksmagie en Franse wolfsverhalen.

Dat maakt dat je af en toe flink moet schakelen, en de totaal ontoegankelijk geschreven wandteksten van het Stedelijk bieden weinig houvast (de audiotour bewijst dat het wél kan: toegankelijke teksten over complexe kunst).

Daar komt bij dat lang niet alle werken zo natuurlijk tot je spreken als het huisje van Kensmil. Moults van Eric Giraudet de Boudemange, bijvoorbeeld, bestaat uit drie nogal rommelige, platgeslagen (of leeggelopen) vloersculpturen. Een plat op de grond liggende combinatie van schapenvacht, wollen dekens, houten figuren en een siliconen ‘mensenhuid’, moet een soort hybride wolf-mens-schaap uitbeelden. De vlakke beelden verwijzen naar een Frans volksverhaal over drie weerwolven die ’s nachts hun mensenhuid zouden achterlaten. Die achtergelaten huiden zouden ooit gevonden en verbrand zijn, waardoor de weerwolven nog altijd rondspoken. Uit de sculptuur kun je dit verhaal moeilijk halen, wél uit de moeizame wandtekst, maar aan dat verhaal voegt de sculptuur daarna niet heel veel lading toe.

Eric Giraudet de Boudemange, Moults, 2019-2022.

Foto Gert-Jan van Rooij

Radicaliteit ontbreekt

Dat geld voor meer werken: ze behandelen het gebruik of de traditie respectvol, maar als kunstwerk voegen ze er niet heel veel aan toe. In de zaal van The Strange Familiar van Sebastian Koudijzer zijn de wanden behangen met fotoprints en gedrukte teksten over de symbolische en spirituele betekenis van de kris, een veelvoorkomend type dolk in Zuid-Aziatische landen. De koppeling aan zijn familiegeschiedenis is boeiend, maar door de wat droge presentatie blijft de esthetische betovering uit.

Sowieso ontbreekt op deze editie een echt radicaal werk. Zoals op de vorige editie Bakunin’s Barricade van Ahmet Ögüt dat was: een straatversperring met daarin topkunst uit de Stedelijk-collectie. In het contract dat het museum bij aankoop ondertekende: demonstranten mogen deze barricade écht gebruiken (het werk is inmiddels aangekocht, maar nog niet op straat gesignaleerd).

Opvallend genoeg bevat When Things… opnieuw zo’n Paard van Troje-achtig kunstwerk: Seán Hannan bracht een door een Ierse sjamaan vervloekt ei naar het museum. Als het breekt, dan worden geluk en welvaart van het Stedelijk overgedragen aan ‘diegenen in de kunst die het harder nodig hebben’. Nobel, maar ook wat braaf.

Wél snijdend zijn de draagbare kunstwerken uit de serie AGBARA. Door Yinka Buutfeld gemaakte sieraden van gebleekt scheepstouw. Die zijn intimiderend mooi en zullen de drager zeker kracht geven, tegelijkertijd verwijzen ze naar het fenomeen van huid bleken, waarbij mensen zware chemicaliën gebruiken om melanine uit de huid te halen en zo ‘witter’ te worden. Het geeft de verleidelijke objecten een loodzware lading.

De draagbare kunstwerken uit de serie AGBARA vanYinka Buutfeld.

Foto Yinka Buutfeld

Muzikaal uitdrijvingsritueel

Opvallend voor een expositie over ‘bezielde objecten’ is dat juist de performances, met échte mensen, de meeste bezieling oproepen. Jae Pil Eun voerde tijdens het openingsweekend eenmalig een indringend Koreaans drumritueel op, waarbij het ritme van de drums vertelt over de schoonheid van de reflectie van de maan in het water: wanneer je die probeert vast te pakken, gaat het water rimpelen en verdwijnt de reflectie.

Spectaculair is Messengers of the Sun, een muzikaal uitdrijvingsritueel van Antonio José Guzman en Iva Jankovic, dat op verschillende momenten tijdens de looptijd van de expositie wordt uitgevoerd. Zij beginnen op de monumentale trap van het museum en drijven het publiek in een Afrofuturistische processie met dansers en muzikanten naar de entreehal van het museum voor een optreden waarin het mythische verhaal over de verloren kinderen van de profeet Sun Ra centraal staat, als ‘boodschappers van de zon’. Hoopvol en bezwerend.

Kleinschalig, maar des te doeltreffender, is de performance Digital Esoterism van Ginevra Petrozzi. Zij houdt op gezette tijden aan een tafel in een van de museumzalen een tarotlezing op basis van de algoritmische aanbevelingen in je smartphone. Een reclame voor een verre reis wordt een aanwijzing om wat avontuurlijker te worden, een satirische video over een chef-kok die het ‘recept’ geeft voor ijsblokjes, wordt een aanmaning om jezelf wat minder serieus te nemen. Met een simpele ingreep, humor en ernst, maakt Petrozzi de smartphone weer even tot het magische doosje dat het eigenlijk is.

Lees ook de recensie over de voorstellen uit 2020: Wat kan kunst voor de wereld betekenen? Beeldende kunst Bekijk een overzicht van onze recensies over beeldende kunst