Begrijp me niet verkeerd!

Taal In columns en boeken duikt steeds vaker een preventieve judogreep op, constateert .

Foto Getty Images

Het is de strenge aanmaning van een boze leraar of ouder, aan het adres van een stout of onwillig kind. „Heb je dat góed begrepen?” Geen vraag, eerder een bevel. Er zit maar één ding op: gehoorzamen.

Inmiddels is een ogenschijnlijk vriendelijker variant in opmars. In boeken, betogen en columns struikel je over de aanmaning „begrijp me niet verkeerd”. Ook een soort bevelsverzoek, waarin een auteur alvast een voorschotje neemt op misverstanden bij de lezer. Recente voorbeelden (ook in NRC): „Begrijp me niet verkeerd, ik geloof niet dat…” [..] „Begrijp me niet verkeerd, ik zeg niet dat,” [..] en deze, positiever: „Begrijp me goed, deze column is een...” Je vindt het bij jonge, aanstormende auteurs (maar net zo goed bij gearriveerde die zichzelf nog heel jong en bij de tijd kunnen vinden).

Begrijp me niet verkeerd, er is niets op tegen om in een betoog tegen jezelf in te denken, de lezer op weg te helpen of te anticiperen op tegenwerpingen. Maar zijn we echt zo stom dat we zo’n paternalistische vingerwijzing („ik begrijp het al goed, nu ú nog, lezer”) nodig hebben? Als ik het goed begrijp, is zo’n waarschuwing toch vooral een preventieve judogreep om de lezer bij voorbaat klem te zetten. Een first strike capability om tegenspraak in de kiem te smoren, met de nucleaire optie („sorry, u hebt er niets van begrepen”) altijd nog achter de hand.

Betuttelend

Waar komt dit vandaan? Uiteraard heeft ook deze taalmode een Amerikaanse bijsmaak („Don’t get me wrong!”). Een verband met de Neder-rap Begrijp me niet verkeerd (2007) of het paranormale zelfhulpboek Begrijp me niet verkeerd (2011) lijkt ver gezocht. Is het soms weer de schuld van Rutger Bregman, de bestsellerauteur die behalve bewondering ook afgunst en imitatie oproept? In een recensie van Bregmans boek Gratis geld noteerde een recensent in 2014 al geamuseerd dat de auteur zijn lezers voortdurend op het gewenste pad hield met een amicaal „begrijp me niet verkeerd”. In elk hoofdstuk!

Begrijp me goed, ik wil het niemand persoonlijk aanrekenen. Bregman zal vast niet de eerste zijn geweest. Werd het begrijp-me-goedje misschien al opgezegd door Vondel of Vadertje Cats? Of in het oud-Nederlands? Ook bij het cryptische hebban alla vogala past wel een slag om de arm: begrijp me niet verkeerd, vogel.

Betuttelend blijft het. Mogen we misschien ook zelf nog uitmaken of we de schrijver ‘goed’ begrijpen? En wie zegt dat die zichzelf begrijpt? Je hebt niet meer het alleenrecht op de uitleg van je woorden als die bij je lezers zijn beland. Of begrijp ik dat verkeerd?