Als je een kat hebt, kun je je carrière wel vergeten

Japke-d. denkt mee Katten zijn niet slim, ze zijn niet schoon en als je ze een paar maanden hebt, kun je niet meer zonder ze. Begin dus nooit aan een kat, adviseert .

Illlustratie Tomas Schats
Illlustratie Tomas Schats

Het is momenteel nogal een puinhoop bij me thuis. Dat komt omdat een van m’n katten afgelopen week in de lappenmand zat en ik nog steeds aan het puinruimen ben.

Hij had buiten gevochten – er zat geen briefje bij met wie – en daarbij een wond aan z’n poot opgelopen die op bijbelse wijze was gaan ontsteken met zweren en pus. En toen ik zondagochtend om 7 uur de zoveelste plas kots van m’n kleed aan het schrobben was, dacht ik ineens: eigenlijk zijn er best veel redenen om nooit een kat te nemen.

Niet alleen omdat het genadeloze sadisten zijn die miljoenen vogeltjes per jaar opeten, je meubels kapotkrabben of van april tot diep in september honderden vuilniszakken vol plukken verharen – dat weten we al. Maar ook omdat, of wacht… ik zet alle argumenten even op een rijtje.

1Als je een kat hebt, kom je het huis niet meer uit.

Niets is zo heerlijk als met de deur op slot met een kat op de bank zitten. Als je een kat hebt, ga je dus nooit meer naar feestjes of op vakantie en raak je langzaam in een sociaal isolement. En het ergste: het voelt als het mooiste dat je ooit is overkomen.

2 Als je een kat hebt, kun je je carrière wel vergeten.

Want met een kat wil je alleen nog maar thuiswerken. Het is een taboe om hardop te zeggen, maar katten zijn zoveel leuker dan je collega’s. Als je naar een slapende kat kijkt, voel je langzaam alle ambitie uit je wegsijpelen – een heerlijk gevoel. Je kan sowieso niet werken als er een kat bij je op schoot zit. Mensen zonder katten snappen dat niet.

3 Katten zijn niet erg schoon.

Iedereen denkt van wel, maar dat is een fabeltje. De bekjes van katten zijn een brandhaard van bacteriën en daarmee likken ze hun hele vacht. Als je je kat knuffelt, geef je daarmee dus triljoenen vijandige micro-organismen toegang tot je eigen biosfeer.

4 Wát je ook voor ze koopt, ze vinden de doos altijd interessanter.

Ik bedoel: katten zijn niet heel slim. Ze hebben wel vaak slimme baasjes – Albert Einstein, Remco Campert, Japke-d. Bouma – maar dat is niet hetzelfde.

Tuurlijk. Op Instagram, Netflix en Twitter zie je katten door hoepels springen, high-fiven en hele gesprekken voeren. Maar dat is de zeer kleine minderheid die het verpest voor de rest.

De doorsneekat weet nog steeds niet hoe het kattenluikje werkt, raakt totaal overstuur van een stofzuiger, schrikt zich de tering van een komkommer, vergeet z’n tongetje in te trekken als hij even pauzeert met wassen, begraaft z’n keutels half onder het zand alsof we dan niet doorhebben dat hij ergens illegaal gepoept heeft, en bedenkt iedere keer als het regent en hij naar buiten gaat, dát het regent en hij weer naar binnen wil.

5 Dat de Egyptenaren katten vereerden is ook al geen reden.

Die geloofden ook dat we na de dood een enorme reis gaan maken waar we gouden bekers, bestek, sieraden, trompetten, schoenen, beelden, waaiers en enorme, door dwangarbeiders gebouwde, piramides voor nodig hebben – niet echt een aanbeveling, lijkt mij.

6Als er iets met je kat is, ben je van slag.

Je krijgt maagpijn als ze zich beroerd voelen. „Ik zou m’n eigen bruiloft afzeggen als m’n kat ziek was”, schreef een lezer. Nou, ik zou m’n eigen begrafenis afzeggen als ze een dag niet eten. Ik bedoel: als je kat ziek is, zou je zorgverlof moeten krijgen.

7 Het aaien van katten is een enorme klus.

Net als het bekijken van grappige kattenfilmpjes, het maken van kattenfoto’s en over hen vertellen. Helaas leven we in de krankzinnige tijd dat het niet wordt geaccepteerd dat je daardoor soms een paar dagen per week niet kan werken. Ik vind dat heel jammer

8 Kattenbaasjes zijn nare mensen.

Solitaire, arrogante types. Hoe langer je een kat hebt, hoe erger het wordt. Ik denk dat we er eerlijk over moeten zijn dat mensen die langer dan vijf jaar een kat hebben – ik heb ze nu zeven jaar – eigenlijk niet meer terug kunnen keren in de samenleving.

9Een kat houdt niet van je.

Ze houden je uit je slaap, negeren je, zelfs als je drie uur total loss op de bank ligt te huilen. Als ze je kopjes geven, doen ze dat om hun geurspoor over je heen te wrijven, en als ze dat schattige mauwtje laat horen willen ze eten.

Die van mij bijten ’s nachts weleens zacht in m’n vinger. Dat vond ik altijd het toppunt van lief, tot een expert me uitlegde dat ze daarmee testen of ik al dood ben. Een kat zou je vermoorden als hij de kans kreeg.

10Maar de belangrijkste reden om nooit een kat te nemen is natuurlijk dat je al na een paar maanden niet meer zonder ze kunt.

Dat je na een lange dag buitenshuis niet kan wachten om hun koppies weer te zien – die snoetjes, die oortjes, die snorharen, die pootjes! – kattenhaters hebben geen idee.

Hoe je smelt als ze in een veel te klein doosje gaan zitten en daar vervolgens niet meer uitkomen. Hoe gracieus ze door het huis schrijden. Hun waanzin. Dat je je rechterhand zou geven voor hun eeuwige leven.

Als je ooit een kat hebt gehad, kan je nooit meer terug naar een leven zonder.

Hoe was jouw week? Tips voor Japke-d. Bouma via Twitter op @Japked

Dit waren de Parels deze week op Twitter

Twitter avatar CasparDullaart Caspar Dullaart Waarom zit ik in de trein nou altijd naast een yoghurt-eter? Alles kan ik verdragen behalve vreemden die yoghurt lepelen.
Twitter avatar stanvanpelt Stan van Pelt Hopelijk weet een architect wél raad met dit soort gebouweisen, @Japked. “Door binnen de facultaire zone te werken met kleinere clusters van ruimtes, gebaseerd op de functionele en inhoudelijke verwantschap van activiteiten, kan kleinschaligheid en vindbaarheid worden geborgd.” https://t.co/8a4j7movzs

Twitter avatar LeonScheppink Leon Scheppink @Japked ‘Hoe was je weekend?’ ‘Mwah, ging wel, jij?’ ‘Shit, de melk is weer op en die klote residubak zit weer vol’. Da’s op hoofdlijnen wel het niveau van het inspirerende gesprek bij de koffieautomaat.