Wat gebeurde er precies op 22 maart 2016? Vijf vragen over ‘het proces van de eeuw’ in België

Terreurproces in Brussel Deze week begint het proces tegen de tien verdachten die terechtstaan voor de aanslagen op luchthaven Zaventem en metrostation Maalbeek.

Een slachtoffer van de aanslag op metrostation Maalbeek in Brussel (2016) krijgt medische hulp.
Een slachtoffer van de aanslag op metrostation Maalbeek in Brussel (2016) krijgt medische hulp. Foto Emmanuel Dunland/AFP

Ruim 6,5 jaar na de terroristische aanslagen op luchthaven Zaventem en het Brusselse metrostation Maalbeek, waarbij 32 slachtoffers vielen en drie terroristen zichzelf opbliezen, begint deze maandagochtend even buiten Brussel het proces tegen tien verdachten.

Naar verwachting zal het negen maanden tot een jaar duren voor een twaalfkoppige volksjury klaar is met het juridische onderzoek en – in overleg met drie professionele rechters – een strafmaat kan bepalen.

Het proces, in een voormalig NAVO-gebouw, had eigenlijk in september al moeten beginnen, maar liep vertraging op omdat de verdachten weigerden plaats te nemen in afzonderlijke glazen boxen. De boxen werden voor tienduizenden euro’s aangepast, waardoor de verdachten nu samen met elkaar in een box zitten in plaats van apart. Nu lijkt alles in gereedheid. Vijf vragen over wat in België wordt aangekondigd als ‘het proces van de eeuw’.

1 Wat gebeurde er ook alweer precies op 22 maart 2016?

Op dinsdagochtend even voor acht uur ’s ochtends bliezen Najim Laachraoui en Ibrahim El Bakroui zichzelf op in de vertrekhal van Brussels Airport, ook bekend als luchthaven Zaventem. Naast de twee zelfmoordterroristen kwamen twaalf mensen om en raakten meer dan honderd mensen gewond.

Een derde bom, de zwaarste, kwam pas tot ontploffing nadat de luchthaven al ontruimd was en maakte daardoor geen slachtoffers. Mohamed Abrini, die de explosieven achterliet en vluchtte, zei bij zijn arrestatie drie weken na de aanslagen dat hij zich op het laatste moment had bedacht, maar uit camerabeelden zou zijn gebleken dat hij door de eerste explosie niet meer in staat was zijn eigen bom tot ontploffing te brengen. Het proces moet daar duidelijkheid in brengen.

Een uur later vond elders in Brussel een tweede aanslag plaats. Khalid El Bakroui, de jongere broer van Ibrahim El Bakroui, blies zichzelf op in een metro die net wegreed uit station Maalbeek. Hier vielen twintig doden en meer dan honderd gewonden. Osama Krayem, een Zweedse jihadi, kreeg naar eigen zeggen bedenkingen en zou zijn explosieven door de wc hebben gespoeld. Hij werd drie weken later gearresteerd.

2 Wie staan er terecht en waarvan worden ze beschuldigd?

Tien leden van een Brusselse terreurcel staan de komende maanden terecht voor het Brusselse hof van assisen, bestaande uit twaalf juryleden en drie rechters. Negen verdachten worden vervolgd voor moord of een poging daartoe, en deelname aan een terroristische groepering. Hen hangt een levenslange gevangenisstraf boven het hoofd. Alleen Ibrahim Farisi maakt kans op een lagere straf. Hij zou hebben meegeholpen bij het schoonmaken van het appartement waar de twee mannen die de aanslagen in Maalbeek uitstippelden zich schuilhielden.

Zes van de tien werden deze zomer al tot hoge celstraffen veroordeeld voor hun rol bij de aanslagen in Parijs van november 2015. De bekendste is Salah Abdeslam, de in Brussel geboren Fransman die in Frankrijk een levenslange celstraf kreeg zonder mogelijkheid eerder vrij te komen. Hij was de enige die de aanslagen in Parijs overleefde omdat zijn bomgordel defect was en werd maanden later, vier dagen voor de aanslagen in Brussel, opgepakt in een appartement in Molenbeek. Abdeslam mag na het proces in België kiezen waar hij zijn straf zal uitzitten; in Frankrijk of in België. Zijn familie woont in België.

Lees ook: Abdeslam krijgt levenslang voor aanslagen Parijs

3 Waar wordt dit proces gehouden?

Normaliter vinden Brusselse assisenzaken plaats in het Justitiepaleis in het centrum van de stad, maar vanwege de enorme omvang van dit proces, en om de veiligheid van alle betrokkenen te kunnen garanderen, is er in het voormalige NAVO-gebouw in Evere, net buiten Brussel, voor 20 miljoen euro een nieuwe rechtszaal gebouwd. Het is niet de bedoeling dat het NAVO-gebouw na dit proces ook nog voor andere assisenzaken wordt gebruikt.

Lees ook: Het Belgische volk houdt van zijn volksjury. Juristen niet

4 Hoe gaat het met de nabestaanden en slachtoffers?

In totaal hebben 900 mensen zich als ‘burgerlijke partij’ voor dit proces aangemeld. Een burgerlijke partij is in het Belgische strafrecht iemand die beweert schade te hebben opgelopen door een misdrijf. Zij zullen de komende maanden allemaal mogen spreken voor de volksjury. Na de aanslagen hebben diverse slachtoffers en nabestaanden zich verenigd in twee collectieven met ieder een aantal advocaten die hun belangen tijdens het proces zullen behartigen; V-Europe vertegenwoordigt zo’n 250 slachtoffers en Life4Brussels ruim 500.

Die laatste vereniging organiseerde op donderdag 1 december een persconferentie waar ook een aantal slachtoffers het woord nam. Hun boodschap: de Belgische staat heeft de voorbije jaren niet genoeg gedaan om hen te helpen. Zo is de Zweedse Jaana Mettala, wier handen verminkt zijn door de brandwonden die ze opliep bij de ontploffing in de metro, nog altijd bezig haar dochter als indirect slachtoffer te laten erkennen. Mettala was tijdens de aanslagen zes maanden zwanger. En ook Frederic, die niet met zijn achternaam in de krant wil, had graag gezien dat de Belgische staat slachtoffers pro-actief te hulp was gekomen. Hij liep juridische bijstand en verzekeringsgeld mis omdat hij niet wist dat die rechten na drie jaar vervallen.

In mei van dit jaar eiste de aanslagen nog een leven toen de 23-jarige Shanti De Corte euthanasie kreeg vanwege ondraaglijk psychisch lijden. Ze zou naar Rome vliegen met haar klasgenoten toen in Zaventem de bommen ontploften. Nooit kwam ze af van haar angst- en paniekaanvallen.

Lees ook dit interview met nabestaanden: Vijf jaar na Zaventem: ‘Ik kon, ik kán me gewoon niet voorstellen dat ze er niet meer zijn’

5 Hoe staat het nu met de terreurdreiging in België?

Die is kleiner dan ten tijde van de aanslagen, zei directeur Gert Vercauteren van de antiterreurdienst Ocad in De Standaard. Sinds 2018 staat het dreigingsniveau op 2 (4 is het hoogste). Toch waakt Vercauteren voor „zelfgenoegzaamheid”. De aanval op twee politieagenten van 10 november in Brussel, waarbij een van hen werd doodgestoken, onderstreept dat. Vercauteren waarschuwt ook voor lone actors. Op een lijst die het Ocad bijhoudt staan nog altijd 702 namen van mensen die aan terrorisme en extremisme worden gelinkt. Vorig jaar werd er in België 218 keer melding gemaakt van een terroristische dreiging.