Recensie

Hypermoderne ‘Turandot’ is spectaculair, maar mist warmte en suspense

Recensie De Nationale Opera brengt deze maand een nieuwe productie van Puccini’s ‘Turandot’. De wow-factor is enorm, maar passie en suspense blijven op afstand.

Scène uit de spectaculaire nieuwe productie van Puccini’s Turandot bij De Nationale Opera.
Scène uit de spectaculaire nieuwe productie van Puccini’s Turandot bij De Nationale Opera. Foto Monika Rittershaus

Waar gaan sprookjes over? Prinsessen en raadsels? Of over lust, verlangen, doodsangst? De vraag welde vrijdag op na de première van een meteen legendarische productie van
Turandot bij De Nationale Opera. ‘Bravo’s’ overheersten, maar boe-roepers waren er ook. Ze gingen zelfs verhit en verbijsterd met elkaar in discussie. „Maar meneer… riep u nou serieus boe?!”

Het is maar wat je verwacht. Turandot is Puccini’s laatste opera, een breuk met wat hij voordien componeerde én onvoltooid. Je voelt de worsteling in de hypermoderne regie van Barrie Kosky. De exotische couleur locale – nog wel aanwezig in de vorige Amsterdamse Turandot uit 2002 – is er helemaal af. Het smelten van prinses Turandots hart door prins Calafs volhardende liefde: daarvan komt het nu eens helemaal niet. „Prinses Turandot bestaat niet”, waarschuwt het geestenkoor van haar reeds onthoofde minnaars. Die zin (afkomstig uit het libretto) vormt hier de sleutel tot het concept. Van Tamara Wilson (Turandot) krijgen we alleen haar krachtige sopraan te horen; ze blijft onzichtbaar: Turandot is geen echte vrouw, maar een projectie van mannelijk verlangen. Zo ontwijkt Kosky in één sprong drie ontbrandbare hoepels: Puccini’s oriëntalisme (‘cultuurkaping’), de misogynie die je in Turandot kunt lezen en het dilemma wat te doen met het onvoltooide einde, dat hier net zo open en onaf blijft als Puccini het naliet.

Hallucinatoir spiegelpaleis

Je zou deze Turandot aan je kinderen en vrienden willen laten zien om te tonen hoe spectaculair en modern opera kan zijn. Een overdaad aan krachtige en prachtige beelden verdooft je besef van tijd. Het decor – een hallucinatoir spiegelpaleis van decorontwerper Michael Levine – bespeelt de waarneming als een illusionistisch madhouse. Spiegelwanden kantelen, krimpen, groeien. Als een kruis fel oplicht, heb je geen idee waar het licht vandaan komt.

Chef-dirigent Lorenzo Viotti – al tevoren door zijn fans met opgewonden gilletjes verwelkomd – staat met het uitstekende Nederlands Philharmonisch Orkest voor een grootse, monumentale benadering; je mist soms de ritmische sprankel en de kwikzilverige speelsheid van voorgangers als Riccardo Chailly (2002) en Yannick Nézet-Séguin (2010). Maar wat je hoort, sluit naadloos aan bij wat je ziet.

Kosky heeft de Hollywoodachtige kwaliteiten van de muziek uitgerold naar de bühne en gunt daarbij een hoofdrol aan het geweldig zingende koor, in veel overdonderende (soms wel heel erg harde) massascènes: grillig is dit volk, meeheulend met de waan van de dag, onbetrouwbaar.

Van menselijke warmte is sowieso weinig sprake. Een uitzondering is de trouw van de lieve, zachte Liu, een ideale rol van Kristina Mkhitaryan als opvallendste schakel in een verder weinig uitzonderlijke, prima cast.

Glibberende maden

De raadseldialoog tussen Calaf en onzichtbare Turandot vormt het meest problematische onderdeel van de voorstelling. Hoe kan spanning ontstaan, als één partij ontbreekt? Kosky vult die leemte op met een metershoge schedel, waar menselijke gestalten uitglibberen als enorme maden. Het effect is griezelig, al ontbreekt suspense. Maar als gezegd: consequent is alles wel. Ook de keizer, Turandots vader, is onzichtbaar en verschijnt als afgod: een schitterend glitterskelet in Jeff Koons-stijl.

Tijdens Calafs beroemde aria ‘Nessun dorma’ (solide tenor Najmiddin Mavlyanov) trekt de dood nog één keer een circuspak aan. Als bij een Mexicaanse viering van Allerzielen vormen dansers kleurrijke cirkels. Hun reflecties sorteren op de spiegelwanden een wondermooi, caleidoscopisch effect.

De wow-factor van deze voorstelling is om nooit te vergeten. Maar als het doek valt en de spookstemmen opnieuw „Turandot bestaat niet” lispelen, is het ook alsof al het vuurwerk uitdooft als een nachtkaars.

Klassiek Bekijk een overzicht van onze recensies over klassiek