Recensie

Recensie Muziek

Bij Raphaël Pichon lijkt alle muziek aangeraakt door het genie van Bach

Barokmuziek Raphaël Pichon en zijn Ensemble Pygmalion gingen in Amsterdam op zoek naar de wortels van Bach. Ze lieten horen hoe ook vergeten muziek een hele wereld aan schoonheid in zich kan dragen.

Ensemble Pygmalion met dirigent Raphaël Pichon, zaterdag in het Muziekgebouw aan 't IJ.
Ensemble Pygmalion met dirigent Raphaël Pichon, zaterdag in het Muziekgebouw aan 't IJ. Foto Foppe Schut

„Bach is mijn God,” zei dirigent Raphaël Pichon onlangs. En inderdaad, als je zijn Matthäus-Passion beluistert, zou je bijna geloven dat Bach een heilsprofeet van boven is.

Maar dat ligt niet alleen aan Bach, bewezen Pichon en Pygmalion zaterdag. In de driedelige reeks ‘De Wegen van Bach’ die Pichon in de komende maanden in het Amsterdamse Muziekgebouw neerzet, zet hij de schijnwerper op Bachs muzikale genealogie. Daarvoor dook hij in de muzikale archieven die Bach erfde van zijn vader, en die hij zelf verder uitbreidde. Het centrale idee: Bach kwam niet uit de lucht vallen, maar was het resultaat van verschillende muzikale invloeden. De muzikale stamboom begon nu bij de wortels; Bachs geestelijke én letterlijke voorouders.

Toewijding

Het is verleidelijk om al die componisten neer te zetten als slechts opmaten naar Bachs grootheid. Zoveel musici hebben zich over Bachs muziek gebogen, dat er ook ontelbare briljante interpretaties van zijn muziek voor het grijpen liggen. Dat privilege hebben Bachs minder beroemde familieleden niet; geconfronteerd met een Johann Ludwig Bach moet je als musicus bijna helemaal opnieuw beginnen. Het leidt soms tot wat bloedeloze uitvoeringen.

Dat kon je Pichon niet verwijten. In zijn handen lijkt alle muziek wel aangeraakt door het genie van J.S. Bach. Toewijding kenmerkte opnieuw zowel zijn dramaturgische programmering — een soort vesperdienst met vlug opvolgende koordelen, aria’s en recitatieven — als de excellentie van het Ensemble Pygmalion.

Poederlak

De koorklank van Pygmalion alleen al is uniek: meng de spierkracht van John Eliot Gardiners Monteverdi Choir met de kristaltoon van The Sixteen, voeg daar een scheutje Graindelavoix aan toe en je krijgt een substantie die grof en glad tegelijk is – als poederlak. In Pichons rustige tempi was het alsof je elke noot even mocht aanraken.

Consequent sterk was de muziek van Johann Christoph Bach (1642-1703), achteroom van Johann Sebastian. Een vroeg hoogtepunt was zijn Herr, wende dich und sei mir gnädig. „Mijn God, neem me niet weg op de helft van mijn leven”, hijgde het ensemble, alsof het zijn allerlaatste hoop was. „Verhoor me.”

Ook de solistische bijdrages waren uitzonderlijk. Countertenor William Shelton trok met zijn ronde, emotionele voordracht tranen, met name in Johann Christoph Bachs aria Ach, dass ich Wassers gnug hätte. „Had ik maar genoeg water in mijn hoofd om dag en nacht te kunnen wenen”, luidt de barokke tekst. Wat overdreven en grof kan klinken, boog Shelton om tot een vervreemdende, heldere droefenis.

Himmel, du weißt meine Plagen van Philipp Heinrich Erlebach was door Pichon bedoeld voor tenor Zachary Wilder, die door ziekte niet aanwezig was. Maar vervanger Laurence Kilsby, begeleid op barokharp, bleek een onverwachtse showstopper. Erlebachs partituur zit vol met versieringen en melodische excursies, maar bij Kilsby kwamen die steeds als een verrassing, alsof hij een gedicht moest voordragen, maar steeds te ontroerd raakte om verder te lezen.

Klassiek Bekijk een overzicht van onze recensies over klassiek