Opinie

Helpt een voltijdbonus?

Column

Marike Stellinga

Help! Personeel gezocht! Van alles loopt vast. Er rijden minder treinen. Schiphol annuleert vluchten. Restaurants gaan op dinsdag dicht. En gezondheidsdienst GGD maakt zich zorgen over de kwaliteit van de kinderopvang nu er te weinig personeel is. We mogen in een milde recessie zitten, de arbeidsmarkt blijft ontzettend krap. Overal levert het tekort aan personeel kopzorgen op.

En dus praten politici in Den Haag weer over de voorliefde van Nederlanders voor deeltijdwerk. Als deeltijders, voornamelijk vrouwen, meer uren zouden werken was een deel van het probleem opgelost. Daarbij lijkt de gedachte dat het makkelijker is om deeltijders tot meer uren te verleiden dan mensen die nu aan de kant staan vanwege een arbeidshandicap aan werk te helpen, ook al valt daar ook een wereld te winnen. Deeltijders hebben immers al een baan. Maar hoe krijg je deeltijders zo ver?

Het kabinet denkt aan een speciale bonus voor mensen die meer gaan werken: de meerurenbonus en de voltijdbonus. Klinkt als een briljante oplossing, niet? Lekker makkelijk ook, hup geld erbij, daar heeft het kabinet toch genoeg van.

U voelt de bui al hangen: daar zijn twijfels over. Van economen, van vakbond FNV en van kenners uit sectoren waar veel deeltijders werken: het onderwijs en de zorg. Sowieso geldt dat de meerurenbonus op meer sympathie kan rekenen dan de voltijdbonus. Zo is het waarschijnlijk kansrijker om vrouwen te bewegen van drie naar vier dagen werk per week te gaan, dan van drie naar vijf. Bijna één op de tien deeltijdvrouwen zou wel een dag meer willen werken: van gemiddeld 20 uur in de week naar 28 uur, bleek deze week uit de Emancipatiemonitor (CBS).

Een meerurenbonus is daarom effectiever dan een voltijdbonus, concludeerde CPB-econoom Egbert Jongen onlangs. Maar is geld wel het probleem? De grootste kans op meer uren maak je bij de minstverdienende partner van een stel met jonge kinderen, onderzocht Jongen: vaak vrouwen die drie dagen werken. Maar voor die vrouwen is meer werken in de regel financieel aantrekkelijk, onderzocht Jongen. De belastingdruk op meer uren werk is relatief laag. Hij maakt wel een kanttekening: misschien weten deeltijders niet dat het voordelig is om meer te werken. Ze zijn misschien bang dat ze meer moeten afdragen terwijl dat niet zo is. Ons belastingstelsel is immers enorm ingewikkeld.

Dat dit gaat over veel meer dan geld, blijkt wel uit de praktijk. Ondanks het gillende tekort proberen niet alle werkgevers hun personeel meer uren te laten werken, zei Wieteke Graven van de stichting Het Potentieel Pakken bij BNR. De stichting probeert in de zorg en het onderwijs dat wèl voor elkaar te krijgen.

Sterker nog, in de zorg krijgt lang niet iedereen die meer wil werken daar ook een enthousiaste reactie op van zijn werkgever, bleek deze week uit een enquête van de FNV. En als de reactie wel enthousiast is, dan blijken ellendige roosters vaak een probleem: je mag wel meer uren werken, maar niet achter elkaar. Vier uur ‘s ochtends en vier uur ‘s avonds bijvoorbeeld. En dan is er ook nog de krapte die in de weg zit. Sommige onderwijzers werken noodgedwongen minder omdat de kinderopvang vol zit en ze voor hun eigen kinderen moeten zorgen, zeiden onderwijsbestuurders laatst tegen Nieuwsuur.

Dit wordt kortom een klus. Maar één ding is duidelijk: geld alleen is niet de oplossing, werk moet in alle opzichten aantrekkelijker worden om deeltijders tot meer uren te verleiden. Als er ooit een doorbraak mogelijk was, dan is het nu.

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke week op deze plek over politiek en economie.