Opinie

De toekomst van Nederland

Inrichting van het land

Commentaar

Nederland moet in volle omvang blijven bestaan, ook over honderd jaar. Helemaal doorgedacht is het nog niet, maar het kabinet lijkt deze keuze wel te hebben gemaakt. En het ziet de Randstad als het blijvende economische en demografische hart. Ook na de verwachte stijging van de zeespiegel door klimaatverandering.

Deze rode draad kan met wat goede wil tevoorschijn getrokken worden uit de brokstukjes visie en beleid die het kabinet-Rutte IV de laatste weken naar buiten aan het brengen is. Ze blijft vaak impliciet, zit in tussenzinnetjes over onderwerpen als het waterbeleid, de plannen voor woningbouw en infrastructuur en de toekomst van de landbouw. Maar die wijzen wel één kant op.

Expliciet voorbij 2100 keek minister Mark Harbers van Infrastructuur en Waterstaat (VVD) toen hij de Tweede Kamer voorhield dat nog dit decennium de beslissingen moeten worden genomen over vragen als wel of geen tweede kustlijn aanleggen, een kunstbuffer tegen de hogere zee. Dergelijke grote projecten duren immers „een jaar of tachtig”, wist hij nog van eerdere projecten. De denkrichting is weer helder: behoud het westen.

Apocalyptisch scenario

Het is een goede richting – en het spreekt niet vanzelf, tegen de achtergrond van de klimaatveranderingsscenario’s. Te meer daar van de overheid verwacht mag worden dat ze ook met de ergste varianten daarvan rekening houdt. Volgens de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid gebeurt dat in het algemeen te weinig. En het maakt nogal een verschil. Volgens het Kennisprogramma Zeestijging stijgt de zee tot 2100 met 30 centimeter, in een apocalyptisch scenario gaat het om 10 meter in het jaar 2300.

Wat is gewenst en tegen welke prijs? Veel kabinetsplannen voor ruimtelijke ontwikkeling of de herinrichting van Nederland gaan nog niet verder dan de middellange termijn.

Zo moet er in die periode flink worden gebouwd in de U-vorm van Hoorn tot Nijmegen, rond de ‘nationale regenton’ van het IJsselmeer en het Markermeer. Om te beginnen in de komende tien jaar met 400.000 nieuwe woningen in die regio, plus 3,4 miljard euro uit een fonds voor economische groei. En investeringen in infrastructuur, waarvan een groot deel rond Amsterdam.

Lees ook: Hoe het Rijk de regie over de inrichting van Nederland losliet

Dit zou – hopelijk – anders uitpakken als het kabinet ervan uitging dat Nederland het westen moet beginnen prijs te geven aan de zee. Dan zou het nu tijd zijn om te beginnen met het verschuiven van het infrastructurele zwaartepunt naar het oosten – zoals Indonesië zijn hoofdstad ook al elders heeft gepland (omdat Jakarta de zee in zinkt). Dit kabinet begint niet aan zulke grand designs. In Zeeland, Limburg en ten noordoosten van de lijn Deventer-Zwolle zijn vrij weinig infrastructurele investeringen voorzien.

Meer doortastendheid schuilt in het denken over het westen. Zo wil het kabinet dat er niet langer gebouwd wordt in de laagst gelegen polders in West-Nederland, waar de oprukkende zee nu al zorgt voor meer verzilting van het oppervlakte- en grondwater. Een keuze die deze week lof kreeg.

Het is in elk geval een voorbeeld van de noodzakelijke landelijke regie op de ruimtelijke inrichting, die soms lokale plannen doorbreekt. Bijvoorbeeld in de Zuidplaspolder, waar nu nog duizenden nieuwe woningen in de planning staan in het laagstgelegen gebied van Nederland.

Ook denkt het kabinet in zijn plannen aan de ruimte die na 2050 nodig is om dijken, duinen en dammen te versterken (liefhebbers opgelet: er is ook sprake van ‘waterkerende kunstwerken’ als sluizen en bruggen). Hier doen het zuiden en oosten gelukkig wel mee: in de uiterwaarden langs de grote rivieren mag (nog) minder gebouwd worden.

Postfossiele wereld

Dergelijke perspectieven zijn nodig om de kaders te bepalen voor de dilemma’s op de korte termijn. Neem de landbouw, woningbouw en verkeersprojecten die nu vastlopen door het gebrekkige stikstofbeleid. Als daarvoor eenmaal een oplossing is – en als nieuwe blokkades door de achterblijvende waterkwaliteit vóór 2027 worden vermeden – is het van groot belang dat de juiste projecten voorrang krijgen: de toekomstgerichte. Dat kost minder en beperkt risico’s voor inwoners, ondernemers en de natuur. Helaas is de net opgestelde kabinetsvisie op de toekomst van de landbouw nog steeds te vaag.

Ook de langere termijn verdient een explicieter en opener debat. De klimaattop in Egypte liet nog eens zien dat het streven naar een postfossiele wereld danig versneld moet worden – en tegelijk dat dit zelfs bij onverwacht succes niet genoeg zal zijn. De toekomst van (ook) Nederland zal worden bepaald door die andere poot van het klimaatbeleid: de aanpassing aan nieuwe leefomstandigheden. Met meer extreem weer, heviger rivieroverstromingen, hogere temperaturen en minder drinkwater.

De omgang met het water is het hart van de Nederlandse democratie – de nationale overlevingsstrategie

Onder experts wordt het debat daarover intenser. Zie het recente pleidooi van Deltares-onderzoeker Marjolijn Haasnoot om nu al in te spelen op de grote zeespiegelstijging van later: hoe langer je wacht, hoe kleiner het aantal opties, zegt zij. Een ‘zeespiegelstijgingtoets’ voor alle projecten van nu vond ze een „mooi idee”. Er zijn ook onderzoekers die zeggen: laat de zee maar komen.

En intussen krijgen banken en andere verstrekkers van hypotheken en bedrijfsleningen het advies om klimaatrisico’s meer ‘in te prijzen’. En intussen wegen mensen klimaatrisico’s mee in levensbeslissingen.

Ook zulke ontwikkelingen moeten deel uitmaken van de overwegingen van het kabinet. Het kan een overweging zijn om juist wel meer spoorlijnen aan te leggen in het noordoosten – boven NAP. Dat is verstandig. Er moet meer worden gedaan aan de economische ontwikkeling van deze gebieden.

Dit debat over de lange termijn moet explicieter gevoerd worden. Het kan voor politieke verschuivingen zorgen. Zo is een alliantie denkbaar tussen partijen die wortelen in het oosten (CDA, ChristenUnie, misschien na de provinciale verkiezingen ook BBB) en de mensen in het westen die klimaatverandering liever op zijn voorzichtigst benaderen en hoger willen wonen en werken.

Ook de visies van ambtenaren op de vele ministeries die hierbij betrokken zijn moeten in openbaarheid worden gevoerd; daar zitten te veel experts om hun meerstemmigheid te onttrekken aan het publieke domein.

Er moet vertrouwen zijn dat de beslissingen uiteindelijk in de politieke arena genomen worden, door een meerderheid in de Tweede en Eerste Kamer. Want de omgang met het water is het hart van de Nederlandse democratie – de nationale overlevingsstrategie. Al eeuwen.