Necrologie

Wim Cornelis was zijn tijd als sportbestuurder ver vooruit, maar bleef bescheiden

Wim Cornelis (1938-2022) Hij was olympisch chef de mission en bestuurslid bij sportkoepel NOC-NSF. Maar het hart van de oud-chirurg lag bij hockey en bij omnisportvereniging Kampong in het bijzonder. „Mensen als Willem sterven nooit.”

Wim Cornelis in 1998 als voorzitter van de hockeybond KNHB.
Wim Cornelis in 1998 als voorzitter van de hockeybond KNHB. Foto ANP

Toen oud-schaatsster Yvonne van Gennip haar derde gouden medaille op de Olympische Winterpelen van 1988 in Calgary had gewonnen, kwam zij terug in haar appartement. Daar trof ze een grote taart en een gouden jurk aan. Chef de mission Wim Cornelis had dat geregeld, zegt ze. Hij zorgde niet alleen voor goede faciliteiten in Calgary, maar ook voor een vertrouwde sfeer. „Ik was 24. Mijn ouders waren niet mee. Wim was een vaderfiguur. Mede daardoor kon ik excelleren.”

De zondag op 84-jarige leeftijd overleden Wim Cornelis – geboren als Willem F. Cornelis – liet anderen stralen, waar hij zelf op de achtergrond bleef. Uitzonderlijk voor iemand die zo veel bestuursfuncties heeft bekleed. Cornelis was niet alleen chef de mission – bij de Winterspelen én de Zomerspelen van 1988 – maar ook lang voorzitter van hockeybond KNHB, voorzitter van de Utrechtse omnisportvereniging SV Kampong, bestuurslid van sportkoepel NOC-NSF en mede-oprichter van golfbaan Amelisweerd.

Dat alles deed de soms wat verlegen vrijgezel Cornelis naast zijn baan als chirurg in het Utrechtse Oudenrijn-ziekenhuis. „Wim was zeer integer en betrouwbaar”, zegt Erica Terpstra, oud-zwemster en voormalig NOC-NSF-voorzitter. „Waar anderen vaak te koop lopen met hun bestuursfuncties, maakte hij er grappen over. Hij voelde zich geen bobo, kon dingen heel goed relativeren. Er zat geen vernis bij.”

Voor de bestuursfuncties die hij bekleedde wilde hij niet betaald worden, zegt André Bolhuis, oud-hockeyer en voormalig voorzitter van NOC-NSF. Bolhuis herinnert zich hoe Cornelis een keer een paar hockeyers in de auto naar Groningen meenam. De jongens boden hem aan de kosten van de dure rit te delen, maar daar wilde hij niets van weten. ‘Volg mijn voorbeeld als jullie daar later toe in staat zijn’, zei hij.

Cornelis heeft ook veel geblesseerde hockeyers van Kampong naar het ziekenhuis in Utrecht gebracht. Dan zette hij ze na de ingreep weer af bij de club, met een ledemaat in het gips. De blessure zou snel genezen, verzekerde hij. Binnen no time konden ze weer het veld in.

Minder elitair

Cornelis had door zijn functie bij NOC-NSF een brede kijk op sport, maar zijn hart lag bij hockey, in het bijzonder zijn club Kampong, waar hij al op zijn zestiende lid van de jeugdraad werd. Voormalig directeur van de hockeybond Johan Wakkie kan zich nog goed de tijd herinneren rond het WK hockey van 1998 in Utrecht, dat in voetbalstadion Galgenwaard werd gehouden. „Wim bezocht in die periode een paar honderd clubs. Wat willen jullie bereiken als het WK voorbij is, vroeg hij. Vervolgens bedacht hij manieren om het hockey minder elitair te maken. En hij trok grote sponsoren aan. Ik ken niemand met een groter sporthart dan hij.”

Visionair. Durfal. Pionier. Zo typeren vrienden, mede-bestuursleden en oud-collega’s hem. Iemand die zijn tijd ver vooruit was. „Wim legde in een heel vroeg stadium de verbinding tussen topsport en breedtesport”, zegt Anneke van Zanen, de huidige voorzitter van NOC-NSF. „Topsport was voor hem van groot belang, maar hij vond ook dat die topsport niets was zonder breedtesport. Mensen moeten zich veilig en plezierig voelen bij een sportclub, zei hij.”

Afgelopen maandag organiseerde NOC-NSF een diner voor haar ereleden – een terugkerend ritueel, ooit geïnitieerd door Cornelis. ’s Ochtends vroeg kreeg Van Zanen een telefoontje dat Cornelis overleden was. „We hebben die avond gezamenlijk het glas op hem geheven. Alsof het zo moest zijn.”

Cornelis had zich vast ongemakkelijk gevoeld bij al die aandacht. Ook een necrologie over zijn persoon had hij overdreven gevonden, denkt Els van Breda, die veertig jaar met hem bevriend was. „Hij was erg gesteld op zijn privacy. De mensen die belangrijk voor hem waren, wisten wat hij had gedaan, dat was meer dan genoeg. Ook als goede vriendin moest ik niet te dicht bij hem binnenkomen. Hij hield een heel stuk leven voor zichzelf.”

Onfortuinlijke val

De Nederlandse sportwereld zonder Wim Cornelis – veel mensen kunnen het zich moeilijk voorstellen. „Ik vind het erg dat ik niet bij zijn begrafenis aanwezig kan zijn”, zegt Van Gennip, die dan als teammanager in Calgary zit voor twee wereldbekers, de plek waar zij als schaatsster haar grootste triomfen vierde. „Ik denk dat ik daar even op de tribune van de ijsbaan ga zitten om stil te staan wat hij voor mij heeft betekend”, zegt zij. „Dan kijk ik naar boven en zeg ik: bedankt, lieve Wim.”

Enkele weken geleden speelde Cornelis nog golf met Dick van Boven, met wie hij bijna een kwart eeuw geleden golfbaan Amelisweerd oprichtte. Aanvankelijk was het de bedoeling om de golfbaan toe te voegen aan de nabijgelegen omnisportvereniging Kampong, vertelt Van Boven, maar financieel zaten daar te veel haken en ogen aan.

Niet lang na hun laatste golfpartij kwam Cornelis onfortuinlijk ten val op het terrein van Kampong. Hij werd naar het ziekenhuis gebracht en even zag het ernaar uit dat hij zou herstellen, maar niet lang daarna overleed hij alsnog. „Mensen als Willem sterven nooit, die blijven bestaan om de volgende wereld beter te maken”, stond er eerder deze week in een rouwadvertentie in NRC.

Cornelis ontving meerdere onderscheidingen. Bij zijn aftreden in 2004 werd hij benoemd tot erelid van NOC-NSF. Van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) ontving hij de Olympic Order in zilver. De hockeybond benoemde hem al in 1984 tot erelid en hij werd ook benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau. „Hij was een van de grootste vrijwilligers die ik ken”, zegt vriendin Els van Breda. „Elke job pakte hij aan en altijd met het idee: de sport moet er beter van worden.”

Wim Cornelis met premier Ruud Lubbers (links) in 1992 bij de Olympische Zomerspelen van Barcelona. Foto ANP