Vrouwen meer werken? Oké, maar wat doet de man?

Emancipatie Vrouwen werken per week gemiddeld tien uur minder dan mannen, meldt de net verschenen Emancipatiemonitor. Achter dat ‘hardnekkige’ verschil schuilt bij heterostellen vaak iets anders: de verdeling van zorgtaken blijft scheef.

Foto Getty Images

„Mooie stap gezet, nog een laatste sprong te maken!” Tweede Kamerlid Jan Paternotte (D66) stuurde het bericht deze week via Twitter de wereld in, maar het had net zo goed een andere politicus kunnen zijn, van linkse of rechtse signatuur. Gaat het in Nederland over de emancipatie van vrouwen, dan gaat het al snel over werk. En dan vooral over die vermaledijde deeltijdbaan van de Nederlandse vrouw.

Paternotte reageerde op het verschijnen van de Emancipatiemonitor, eerder deze week. In die gezaghebbende publicatie meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) elke twee jaar hoe het ervoor staat met de emancipatie van vrouwen. Op uiteenlopende onderwerpen bekijkt het statistiekbureau hoe vrouwen (en mannen) het doen: hoe gezond ze zijn (mannen voelen zich gezonder dan vrouwen), of ze last hebben van ongewenst gedrag (op straat, werk en thuis krijgen nog veel vrouwen ermee te maken), of ze veel voor de kinderen zorgen (vrouwen over het algemeen meer dan mannen) en – uiteraard – óf en hoeveel ze werken.

Een greep uit de cijfers: ruim 77 procent van de vrouwen heeft betaald werk, tegenover bijna 87 procent van de mannen. Van die mannen werkt nog geen twee op de tien deeltijd. Bij vrouwen is dat bijna zeven op de tien.

Vrouwen werken gemiddeld 29,2 uur per week, betaald. Een gemiddelde dat het afgelopen decennium steeg: in 2013 werkten vrouwen nog gemiddeld 27 uur. De werkweek van mannen ziet er met gemiddeld 39 uur al jaren nagenoeg hetzelfde uit.

Bijna de helft van de heterostellen zou betaald werk en eventuele zorg voor kinderen graag gelijk willen verdelen, constateert de Emancipatiemonitor. Slechts één op de tien stellen lukt dat daadwerkelijk.

Voltijdbonus

Dit zijn geen nieuwe constateringen. Al jaren komen uit de publicatie soortgelijke resultaten naar voren. Já, vrouwen gaan iets meer betaald werken, mannen doen iets meer thuis. Maar nog altijd betekent ‘moeder worden’ voor veel vrouwen in heteroseksuele relaties dat zij ‘vanzelfsprekend’ meer gaan zorgen en minder gaan werken.

Door beleids- en opiniemakers wordt dat doorgaans gezien als iets dat moet worden opgelost, vooral met het oog op de financiële situatie van vrouwen. Nu nog is een op de drie vrouwen niet financieel zelfstandig, tegenover een op de vijf mannen. Scheiden betekent voor veel vrouwen nog altijd dat ze te weinig geld hebben om rond te komen.

Nu de vraag naar personeel overal groot is, wordt een stap van vrouwen naar meer uren per week ook gezien als een oplossing voor de krappe arbeidsmarkt. Als elke in deeltijdwerkende vrouw in het onderwijs of de zorg één uur per week extra zou werken, zou het tekort daar in theorie opgelost zijn, stelden consultants van McKinsey weleens vast.

Een op de drie vrouwen is niet financieel zelfstandig, tegenover een op de vijf mannen

Ook Kamerlid Paternotte leek in zijn tweet te refereren aan de personeelstekorten, want hij pleitte tegelijkertijd vóór een bonus voor het werken van meer uren, vóór gratis kinderopvang, en tégen het standaard aanbieden van deeltijdcontracten. Het kabinet onderzoekt sinds dit najaar een ‘voltijdbonus’ die deeltijders (niet alleen moeders) moet stimuleren om meer te gaan werken.

Deeltijdgroef

Maar de vraag is of dat vrouwen wel uit de deeltijd haalt. Volgens onderzoeker Wil Portegijs, die voor het Sociaal en Cultureel Planbureau al jaren vrouwenemancipatie bestudeert en in eerdere jaren betrokken was bij de Emancipatiemonitor, is het Nederlandse deeltijdwerken een diep ingesleten patroon dat je met geld alleen niet wegneemt. Ook (bijna) gratis kinderopvang haalt vrouwen niet uit die „deeltijdgroef”, denkt ze. Het is een misverstand dat vooral moeders met jonge kinderen in deeltijd werken, zegt Portegijs. Want vrouwen in alle leeftijden, met of zonder kinderen, jong of oud, werken in deeltijd.

Dit najaar publiceerde ze haar onderzoek Eens deeltijd, altijd deeltijd. Dat kijkt specifiek naar moeders die ‘uit’ de kleine kinderen zijn. Een groep die in potentie meer uren zou kunnen werken – hun kinderen zijn immers zelfredzamer. In hun overweging om meer uren te gaan werken, speelt geld een rol, maar ook andere factoren zijn belangrijk. Of het werk inhoudelijk interessant is bijvoorbeeld, en of het maken van meer uren makkelijk met de werkgever te regelen is. Ook het hebben van oude ouders telt mee: wie mantelzorg verleent of dat verwacht te moeten doen, blijft liever in deeltijd werken.

Niet te onderschatten is bovendien hoe sterk opvattingen over de rol van vrouwen en mannen meespelen, zegt Portegijs. „Mannen hebben toch nog sterk het gevoel dat ze kostwinner moeten zijn, vrouwen voelen zich op zijn hoogst mede-kostwinner.” Je breekt, kortom, niet zomaar uit rolpatronen.

Ook Tanja Traag, hoofdsocioloog bij het CBS en betrokken bij de Emancipatiemonitor, ziet dat. „Stellen zeggen: idealiter verdelen we werk en zorg gelijk. Maar als je de gemiddelde Nederlander vraagt hoeveel dagen vrouwen zouden moeten werken als er kinderen zijn, dan zeggen ze twee of drie dagen. Terwijl dat antwoord vier zou moeten zijn.”

Zorgen voor kinderen wordt veelal beschouwd als een obstakel dat vrouwen belemmert om meer te werken. Kijk naar het kabinetsplan om kinderopvang bijna gratis te maken: dat heeft er deels mee te maken dat werken voor ouders zo makkelijker wordt. Niet vaak wordt zorg voor kinderen gezien als iets waardevols in zichzelf. Als iets waar vrouwen én mannen best tijd aan mogen besteden.

Tijdens de tweede feministische golf, die in Nederland eind jaren zestig begon, gingen er nog wel stemmen op voor kortere werkdagen voor vrouwen en mannen. Zo konden beide groepen werken én zorgen. Maar de roep om emancipatie vernauwde later vooral tot het idee dat vrouwen carrière moesten kunnen maken. Inmiddels lijkt emancipatie bijna synoniem aan voltijdwerk voor vrouwen.

Al zijn in dat denkbeeld de laatste tijd wel barstjes geslagen. Zo publiceerde Anja Meulenbelt, boegbeeld van de tweede feministische golf, recent een pleidooi voor het herwaarderen van zorg. Zo vraagt ze zich af waarom het zorgen voor andermans kinderen wél werk is, en het zorgen voor je eigen kinderen niet. En journalist Lynn Berger schrijft in haar recente boek Zorg – een betere kijk op de mens : „Als zorgen zo belangrijk is, waarom zorgen we er dan zo slecht voor?”.

Hun pleidooien zijn niet bedoeld om vrouwen weer achter het aanrecht te krijgen. Wel om mensen de ruimte te geven om te zorgen.

Lees ook dit interview met feminist Anja Meulenbelt: „De zorg voor kinderen is niet verschoven van vrouwen naar mannen, maar van vrouwen naar vrouwen”

De vrijheid van mannen

Vooral voor mannen is er wat te winnen. De arbeidsmogelijkheden voor vrouwen zijn de afgelopen decennia enorm toegenomen, constateert Portegijs: wel werken, niet werken, deeltijd werken. Maar voor mannen is voltijd nog altijd de norm, en het is niet gemakkelijk daar tegenin te gaan. „Het pad voor mannen is behoorlijk smal gebleven. Ik snap niet dat mannen daar niet meer tegen protesteren.”

Die voltijdnorm onder mannen, het deeltijdwerken van vrouwen: het hangt dus allemaal samen. En om die diep ingesleten patronen te doorbreken helpen maatregelen als een voltijdbonus en betere kinderopvang vast „allemaal een beetje”, denkt onderzoeker Portegijs. Maar belangrijker nog: „We moeten opnieuw de vraag stellen: wat willen we eigenlijk? Een samenleving waarin iedereen voltijd werkt? Of een samenleving waarin werk en arbeidsduur kunnen meeveren met de levensfase?”