Niets is meer zoals het was (slotaflevering)

Boeken in de stad | Amsterdam Guus Luijters schreef op gezette tijden over boeken en boekhandels in Amsterdam. Dit is zijn laatste bijdrage.

Boeken in de stad

Georges Perec is inmiddels veertig jaar dood, maar aan zijn boekenproductie zou je dat niet aflezen. Dit jaar was het de beurt aan Lieux, een in 1969 begonnen project dat hij vlak voor zijn dood had zullen voltooien, ware het niet dat hij er zeven jaar eerder de brui aan had gegeven. Omdat ik niet in Parijs was en ook niet van zins er op korte termijn naartoe te gaan, bestelde ik het boek, bij de Athenaeum Boekhandel uiteraard, sinds het verscheiden van Allert de Lange de enige plaats waar voor je voor iets buitenzinnigs als een Frans boek nog fatsoenlijk terechtkunt.

Het duurde even, maar een paar weken geleden bereikte me het bericht dat Lieux gearriveerd was. Bij Athenaeum, waar ik al een tijd niet geweest was, herkende ik werkelijk niets en niemand. Eenmaal binnen prijsde ik mezelf gelukkig dat ik de ingang had gevonden, want achter de ingang kon ik me in een doolhof wanen. Overal trappetjes die naar zaaltjes leidden die er eerder niet waren geweest, leek me, en personeel dat welhaast politieagent of huisdokter moest zijn, want dat zijn ook altijd kinderen tegenwoordig.

Waar waren de dames en heren met wie ik hier vaak lange gesprekken over boeken voerde? Waar was de tijd dat ik hier, als het nodig was even honderd gulden kwam lenen? Een meisje in een glazen hokje als dat waar in de tram de conductrice te dromen zit, verwees me naar de servicebalie waar een ander meisje in een ander glazen hokje slagklaar zat om me van dienst te zijn. „Er is een boek voor me gekomen”, zei ik, „Lieux, van Georges Perec.” „Ik ga het voor u halen”, zei ze, „Lieux, en de naam?” „Perec”, zei ik, „Georges Perec.” „Bent u meneer Luijters?” zei Femke toen ze na een tijdje terugkwam. „Ja, sorry, dat het even duurde, maar ik kon het niet vinden, want ik dacht dat u Perec heette.”

Nadat ik in de verkeerde tram was gestapt, waar ik pas achter kwam toen de 12 tegen alle regels in de Overtoom op draaide en de 13 bleek te zijn, bekeek ik het boek waarin Perec twaalf jaar lang twaalf plaatsen in Parijs zou beschrijven, iedere maand twee, wat hij zes jaar volhield. Naar mijn stellige overtuiging verandert er in Parijs nooit niets. Als ik er kom, is alles op zijn plaats, de cafés zijn de cafés die ze waren, de 12 rijdt de route van de 12 en niet die van de 13, en iedere boekhandel is een Athenaeum. Maar Lieux toont mijn ongelijk. Niets is meer als vijftig jaar geleden, geen café, geen bioscoop, geen boekwinkel, wat dat betreft is Parijs als Amsterdam. Ik was nog lang niet klaar met de stad en zijn boeken, maar het is voorbij, dit was de laatste keer, tijd denk ik om Omar Khayyâm aan te halen die het lang geleden al wist: ‘Vriend, maak geen enkel plan voor morgen. Zelfs of je de zin die je begint, kunt voltooien, weet je niet. Morgen zijn we misschien ver van deze karavanserail, en gelijk aan hen die zijn verdwenen, zevenduizend jaar geleden.’

Guus Luijters schreef op gezette tijden over boeken en boekhandels in Amsterdam. Wegens het stoppen van de Amsterdambijlage was dit zijn laatste bijdrage.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.