Reportage

Net onder de poolcirkel ontspruit in Zweden een groene staalindustrie

Groene staalindustrie In Noord-Zweden vindt een opmerkelijke industrie-boom plaats. Dankzij een overschot aan groene stroom ontstaat er een nieuwe, schone staalindustrie – met grote gevolgen voor de staalproductie in de rest van Europa.

IJzerertspellets bij de fabriek van SSAB in Luleå.
IJzerertspellets bij de fabriek van SSAB in Luleå. Foto Steffen Trumpf/DPA/ANP
reportage

Andy Turner was eigenlijk met pensioen, maar het begon toch weer te kriebelen. Dus besloot hij eerder dit jaar toch nog een staalfabriek te bouwen. Het hoofd constructie bij H2 Green Steel slalomt met zijn pick-uptruck tussen de graafmachines door en wijst enthousiast links en rechts. Hier is een beek omgelegd. Dáár, aan de andere kant van het besneeuwde terrein van twee bij één kilometer, liggen miljoenen tonnen aarde die naar deze kant moeten – om het vlak te maken. „We verplaatsen 50.000 kubieke meter per week”, roept de Brit boven de motor uit.

H2 Green Steel is een van de opmerkelijkste start-ups van Europa. Het bouwt in het Zweedse Boden, iets onder de poolcirkel, een nieuwe staalfabriek – de eerste in Europa in decennia. Eentje die 95 procent minder CO2 moet gaan uitstoten dan gebruikelijk is, om precies te zijn. De apparatuur is al besteld. In 2025 moet het eerste ‘groene staal’ – gemaakt met groene waterstof – van de band rollen.

Het is een project van 5 miljard euro, waarvoor het bedrijf onder meer geld ophaalde bij Scania, Mercedes, de Fiat-familie Agnelli en de familie Maersk (van de rederij). Ook banken sprongen bij, waaronder ING. Zij zien allemaal iets in de plannen van H2 Green Steel. Die moeten een van de meest vervuilende sectoren ter wereld helpen vergroenen.

De bouw van de groene staalfabriek is onderdeel van een industrie-boom in het noordelijkste puntje van de Europese Unie. Hier, tussen de dennenbomen van Zweeds Lapland staat ook een proeffabriek waar staalbedrijf SSAB als eerste ter wereld uitstootvrij staal met waterstof maakt – op kleine schaal, maar het bouwt aan een grotere fabriek. Batterijfabrikant Northvolt opende eerder dit jaar iets verderop een gigantische locatie, en er zijn plannen voor een groene kunstmestfabriek.

Vooral de staalplannen zijn opmerkelijk. Er zijn eigenlijk al jaren te veel staalfabrieken in Europa, en doorgaans sluiten ze juist hun deuren. Maar de reden voor de nieuwe plannen is simpel: het overschot aan groene stroom in Noord-Zweden. Voor het maken van groene waterstof zijn gigantische hoeveelheden elektriciteit nodig. Nergens in Europa is dat zo stabiel en goedkoop beschikbaar als hier, dankzij de vele waterkrachtcentrales. En dat hebben bedrijven ook door.

De Europese industrie – die op dit moment gebukt gaat onder de hoge prijzen voor fossiele energie – volgt de ontwikkelingen in Zweeds Lapland op de voet. De hele staalindustrie van het continent, van Tata Steel in IJmuiden tot ThyssenKrupp in Duitsland, heeft de hoop gevestigd op groene waterstof om te verduurzamen. Tata Steel heeft er forse staatssteun voor aangevraagd bij de Nederlandse regering. Maar de groene Zweedse stroom confronteert de gevestigde namen met een lastige vraag: valt er straks wel op te concurreren tegen de bedrijven hier?

Vloeibaar ijzer stroomt uit de hoogoven bij staalproducent SSAB.Foto Jonathan Nackstrand/AFP

Rook uitspuwen

Op het fabrieksterrein van SSAB in Luleå kun je goed het contrast zien tussen hoe de staalindustrie wil worden, en hoe deze nu is. Sta je naast de schone, nieuwe fabriek die staal maakt met waterstof, dan zie je in de verte een ‘klassieke’ hoogoven – ook van SSAB – zijn rook uitspuwen over de omgeving.

Het kleine proeffabriekje, gelegen aan de Oostzee, stoot eigenlijk alleen maar zuurstof uit, legt Åsa Bäcklin uit. Ze zit bij SSAB in het team dat de groene fabriek draaiende houdt. Er ontstaat ook waterdamp, legt ze uit, door het gebruik van waterstof. „Die vangen we af en gebruiken we in andere processen.”

Bij staalmaken draait het al eeuwen om maar één ding: de zuurstof uit ijzererts halen. Staalfabrieken doen dat door middel van een chemische reactie met steenkool in een hoogoven. Dat is extreem vervuilend: in Nederland is Tata Steel verantwoordelijk voor 7 procent van de totale nationale CO2-uitstoot.

Het is al langer bekend dat waterstof – een brandbare energiedrager – steenkool zou kunnen vervangen. Maar niemand had dit gedaan, totdat SSAB hier met Vattenfall en ijzermijnbouwbedrijf LKAB de proeffabriek bouwde. Inclusief een kleine waterstoffabriek kostte dat 200 miljoen euro, waarvan een kwart uit Europese steun kwam.

In de grijze doos doen de drie bedrijven nu vooral tests. Bäcklin: „De belangrijkste vraag is: onder welke omstandigheden krijg je de meeste zuurstof uit het ijzer?” De productie vindt nog niet plaats op commerciële schaal, maar kleine hoeveelheden zijn al wel geleverd aan Volvo.

De proeffabriek waar SSAB als eerste ter wereld uitstootvrij staal met waterstof maakt. Foto Mikael Sjoberg/Bloomberg

Het procedé waar SSAB mee werkt, geldt als dé toekomst van de staalindustrie. Bij concurrent H2 Green Steel, dertig kilometer verderop, hebben ze er zelfs zoveel vertrouwen in dat ze in 2025 zonder testfase aan de slag willen. SSAB wil in 2026 met Vattenfall en LKAB een grotere fabriek af hebben, een project van ongeveer 1 miljard euro. (De fabriek van H2 Green Steel is duurder omdat dit een heel complex betreft; SSAB bouwt alleen een fabriek die het ijzererts met waterstof bewerkt, waarna het in een aantal bestaande SSAB-installaties verwerkt kan worden.)

Klanten zijn er al: het toekomstige groen staal is door de twee bedrijven al verkocht aan een aantal automerken, ook al kost het zo’n 20 à 30 procent meer. Toch kleeft er ook één belangrijk nadeel aan productie met waterstof. Het onder stroom zetten van water om waterstof te maken, kost astronomische hoeveelheden elektriciteit – en het moet groene stroom zijn, anders is er alsnog sprake van fossiel staal. Om de grotere fabriek te laten draaien, heeft SSAB in theorie zo’n 15 terawattuur per jaar aan groene stroom nodig. Dat is ongeveer 10 procent van het huidige energieverbruik van heel Zweden.

In Zweden is dat nadeel echter geen nadeel. De reden daarvoor is net buiten Boden te zien. Daar stort het water van de rivier de Lule met honderden kubieke meters per seconde omlaag door de waterkrachtcentrale van Vattenfall. Met nog een aantal andere installaties langs de rivier levert de Lule zo 10 procent van de Zweedse elektriciteitsproductie. En zo zijn er nog een aantal rivieren.

Groen staal maken is een nieuwe industrie. Het gaat erom: waar kun je tegen een goede prijs een stabiele hoeveelheid stroom krijgen?

Henrik Henriksson directeur van H2 Green Steel

Zweden heeft al jaren een overschot aan goedkope, groene stroom. 35 terawattuur, om precies te zijn. Ter vergelijking: dat komt overeen met de hoeveelheid hernieuwbare energie die Nederland volgens het Klimaatakkoord in 2030 in totaal wil opwekken.

Bedrijven hebben dit de laatste jaren ook opgemerkt. Zoals batterijfabrikant Northvolt, die zich al in de regio vestigde. Het Spaanse Fertiberia heeft contracten getekend om een groene kunstmestfabriek te bouwen in de regio: die industrie gebruikt nu enorme hoeveelheden gas. En dan zijn er de projecten van SSAB en H2 Green Steel.

„We willen toegang tot groene stroom tegen gunstige prijzen”, zegt Henrik Henriksson, ex-Scania-topman en directeur van H2 Green Steel. Maar eigenlijk is dat volgens hem op de lange termijn niet eens het belangrijkst. Dat is de stabiliteit van de stroomtoevoer.

Zweden is net als Nederland van plan veel windparken te bouwen – het wil nog veel meer groene stroom opwekken dan het nu doet. Maar die stroom krijg je alleen wanneer het waait. Henriksson: „Waterkracht is ook een plánbare energiebron. Je kunt de waterkrachtcentrales aan- en uitzetten wanneer je wil.” Als er even geen wind is, kan je de stroomtoevoer aanvullen met waterkracht.

Die stabiliteit is cruciaal voor industriële processen. Henriksson: „In feite is groen staal maken een nieuwe industrie. Het gaat erom: waar kun je tegen een goede prijs een stabiele hoeveelheid stroom krijgen? Je hertekent dan de hele kaart van de industrie.”

IJzerstrips bij de fabriek van SSAB.
Foto Mikael Sjoberg/Bloomberg
IJzerertspellets bij de fabriek van SSAB. De ijzerpallets worden in de hoogovens verwerkt tot ruwijzer.
Foto Mikael Sjoberg/Bloomberg
IJzerstrips en ijzerertspellets bij de fabriek van SSAB. De ijzerpallets worden in de hoogovens verwerkt tot ruwijzer.
Foto’s Mikael Sjoberg/Bloomberg

Ongemakkelijk punt

De stabiele, goedkope groene stroom in Noord-Zweden is een ongemakkelijk punt voor de rest van Europa. Want hoe gaat een fabriek als Tata Steel concurreren met dit soort omstandigheden? In Nederland duurt het nog jaren voordat er genoeg windparken zijn om de gigantische hoeveelheden groene stroom voor waterstoffabrieken op te wekken. En een stabiele stroomtoevoer is dat niet.

In energiekringen bestaat in Nederland al langer het besef dat de toekomstige stroomvoorziening sterk afhankelijk zal zijn van het weer. Netbeheerder Tennet probeert op dit moment al grootverbruikers zover te krijgen hun productie aan te passen aan pieken en dalen in de stroomproductie.

„Vooropgesteld: de toekomst valt nog niet precies uit te tekenen”, zegt econoom Sander de Bruyn. Hij houdt zich bij onderzoeksbureau CE Delft bezig met de groene economie. Maar hij ziet wel een moeilijke casus voor de Nederlandse staalindustrie. „Als je hier een stabiele hoeveelheid waterstof wil, moet je het opslaan, omdat je het maakt wanneer het waait.” Dat is niet goedkoop, aldus de econoom.

Geografische voordelen kunnen veranderen, aldus De Bruyn. Hij wijst erop dat Nederland vroeger juist een voordeel bood aan de industrie: een immer stabiele toevoer van goedkoop Gronings gas. In de energietransitie bieden andere regio’s misschien betere omstandigheden.

Lang dacht de Nederlandse staalindustrie dat waterstof geen goede optie was. Tata Steel in IJmuiden was oorspronkelijk van plan CO2-afvang toe te passen. Daarbij wordt de uitstoot opgevangen en opgeslagen in lege gasvelden. Zweden heeft rivieren, zo was het idee, Nederland heeft lege gasvelden. Groen staal zou in elk land op een andere manier gemaakt worden, afhankelijk van de specifieke omstandigheden per land. Het verschil in strategie was een van de redenen waarom SSAB in 2020 af zag van een overname van de IJmuidense fabriek.

Inmiddels is Tata Steel gedraaid. Bij de fabriek wijzen ze er nu graag op dat Nederland juist een gunstiger uitgangspunt heeft voor waterstofproductie dan andere Europese staallanden als Duitsland en Oostenrijk, vanwege de ruimte die de Noordzee biedt voor windparken.

Het kan best kloppen dat Nederland beter gepositioneerd is dan andere landen, zegt De Bruyn. „We zijn logistiek ook een sterk land. Het is niet zo dat de Nederlandse industrie per definitie kansloos is. Maar ik denk wel dat we als land vooral aantrekkelijk zijn voor industrieën die je makkelijk kan afschakelen, vanwege de pieken en dalen bij zon- en windstroom.” Bij staal maken is het juist notoir complex om een fabriek uit te zetten.

De Bruyn verbaast zich erover hoe weinig discussie er in Nederland lijkt te zijn over de perspectieven voor verschillende industrieën. Den Haag denkt op dit moment na over miljarden aan staatssteun voor Tata Steel en andere industrieën om te vergroenen. „Wat willen we hier hebben en wat niet? Het is niet efficiënt om alles te gaan verduurzamen terwijl bepaalde industrieën misschien niet overleven. Dat is weggegooid geld.”

Productie in de proeffabriek van SSAB. SSAB wil een nieuwe fabriek bouwen om op grotere schaal uitstootvrij staal te produceren.Foto Christine Olsson/TT/AFP

Flitsende maquette

In het centrum van het Noord-Zweedse Boden heeft H2 Green Steel een bezoekerscentrum geopend in een voormalige winkelruimte. Er staat een flitsende maquette van de toekomstige fabriek, en er zitten werknemers van de start-up die met inwoners van het stadje in gesprek gaan.

Deze dinsdag druppelen die af en toe binnen. Een gepensioneerde met een technische achtergrond biedt zijn hulp aan. Een man wiens zoon bij de gemeente verantwoordelijk is voor het vergunningproces van de fabriek komt ook een kijkje nemen.

Voor Boden, vertelt directeur Henriksson op de locatie, is de bouw van de fabriek een gigantische gebeurtenis. Het slaperige plaatsje met 16.000 inwoners wordt uit het niets een industriestad. De komende jaren zullen er duizenden bouwvakkers rondlopen. Daarna zullen er zo’n 1.500 mensen werken in de fabriek.

„Ik had vanochtend een bijeenkomst met lokale ondernemers”, vertelt Henriksson. Hij heeft erop gehamerd dat ze nú moeten handelen. „Als je een busbedrijf hebt, koop een extra bus. Als je een hotel hebt, bouw nog een hotel!”

De Zweden mogen dan de jaloezie van de rest van de Europese industrie opwekken – ze hebben hier weer te maken met hun eigen problemen. Een makkelijke energietransitie bestaat nergens.

Hoe verleid je toekomstige fabrieksmedewerkers om zich in deze hoek van Europa te vestigen, waar het in de winter nauwelijks licht wordt?

Decennialang was het vrijwel onbewoonde Noord-Zweden een economisch weinig belangrijke regio. Maar nu hebben ze er opeens enorme hoeveelheden personeel nodig. Dat woont hier op dit moment nog niet, en zal uit het zuiden van het land moeten komen – of uit de rest van de wereld.

In Skellefteå, een iets zuidelijker gelegen stadje, is die ontwikkeling al gaande. Daar staat de batterijfabriek van Northvolt, waar duizenden mensen uit allerlei landen werken. Henriksson zegt in contact te staan met het bedrijf om lessen te leren. „Je moet op tijd huizen hebben, scholen, anders werkt het niet.”

Ook de andere industrieprojecten in de regio hebben bijvoorbeeld bouwvakkers nodig. Henriksson: „Op het hoogtepunt hebben we 4.000, 5.000 mensen nodig voor de bouw. Dan moeten we echt in heel Europa gaan kijken. Er is competitie tussen de projecten voor deze mensen.”

Nog lastiger: hoe verleid je toekomstige fabrieksmedewerkers om zich in deze hoek van Europa te vestigen, waar het in de winter nauwelijks licht wordt? Henriksson: „We zien gelukkig interesse van mensen die ooit zijn weggetrokken uit deze regio om weer terug te komen.” Maar het is een uitdaging, erkent hij.

Uiteindelijk komt het erop neer dat juist het succes van de regio projecten kan vertragen, omdat ze elkaar in de weg zitten. Ook op dat ene cruciale punt waar het allemaal mee begon: de stroomtoevoer.

„Als al deze projecten doorgaan, dan zijn er nog forse investeringen nodig in elektriciteitsproductie”, zegt Martin Pei, technologiedirecteur van SSAB. Dat is ook het plan: Vattenfall wil half Lapland en de Oostzee de komende jaren volzetten met windmolens. „Maar het moet nog wel uitgevoerd worden”, zegt Mikael Nordlander, bij Vattenfall verantwoordelijk voor samenwerking met andere bedrijven.

Ook de uitbreiding van het stroomnetwerk moet, net als in Nederland, nog plaatsvinden. Je kan de groene stroom immers wel opwekken, als die niet op het netwerk past, heb je er alsnog niks aan. Nordlander: „Het voordeel is wel dat we nog tijd hebben. De grote industriële projecten hebben lange aanlooptijden.”

De Europese race om groen staal te maken is pas net begonnen. Andy Turner weet dat: hij zal nog jaren in Noord-Zweden blijven bivakkeren om de bouw van de fabriek van H2 Green Steel te overzien. Naar eigen zeggen heeft hij zich met plezier hier gevestigd. „Ik vind het hier hemels. Als ik met het vliegtuig land in Luleå denk ik: dit is thuis. Er gaat van de bossen iets rustgevends uit.”

Lees ook Voor groene waterstof ligt een megaplan klaar