Met slaapapneu kan de nacht benauwd verlopen

Geneeskunde Slaapapneu is een aandoening die veel in het nieuws is, door problemen met apparaten van Philips. Maar wat is slaapapneu eigenlijk?

Een apneu-apparaat van Philips. Dit geeft patiënten een continue luchtstroom tijdens de slaap.
Een apneu-apparaat van Philips. Dit geeft patiënten een continue luchtstroom tijdens de slaap. Foto Dieuwertje Bravenboer

‘Alsof mijn man een bos omzaagt.’ ‘Door al dat gesnurk ben ik maar in een andere kamer gaan liggen.’ ‘Soms word ik wakker en ademt hij niet – dóódeng.’ Soms zijn het niet mensen met slaapapneu maar hun partners die als eerste aan de bel trekken, zegt Peter van Maanen, kno-arts en somnoloog in ziekenhuis OLVG in Amsterdam. „Lang niet elke patiënt heeft zelf direct door dat er iets aan de hand is.”

Slaapapneu: het is een medische aandoening die het afgelopen jaar vaak in het nieuws was. Vrijwel altijd vormden de CPAP-apparaten van Philips de aanleiding. Die zorgen ervoor dat apneupatiënten via een masker een continuous positive airway pressure krijgen toegediend, een continue luchtstroom die tijdens de slaap ademhalen vergemakkelijkt. Maar in 2021 maakte het bedrijf publiekelijk bekend dat bij een deel van de slaapapneu-apparaten chemicaliën kunnen vrijkomen die mogelijk kankerverwekkend zijn. Philips is inmiddels bezig met het vervangen en repareren van apparaten en er loopt een rechtszaak waarbij Nederlandse patiënten eisen dat het ministerie van VWS inzage geeft in vertrouwelijke correspondentie over de apparaten.

Lees over de rechtszaak: Zeshonderd gebruikers van de apneu-apparaten van Philips stappen naar de rechter

Wat is slaapapneu? Waardoor ontstaat het, hoe herken je het, en zijn er nog andere manieren om de symptomen te bestrijden dan met CPAP?

„Apneu is de medische term voor ademstop”, zegt Van Maanen, die promoveerde op positieafhankelijk slaapapneu. Het woord komt uit het Grieks en betekent ‘geen lucht’. „Zo’n ademstop is niets afwijkends, we hebben dat allemaal weleens, soms meerdere keren per nacht. Vooral als mensen op hun rug liggen is de kans groot dat de adem even stokt, omdat zacht weefsel dan onder invloed van onder andere de zwaartekracht de keel kan afsluiten. De spierspanning van de tong en het zachte gehemelte vermindert tijdens het slapen en zo kunnen die weefsels naar achter vallen.”

Hartslag en spierspanning

Als dat gebeurt kan de ademhaling even helemaal stoppen, of er is een sterk verminderde luchtstroom. In dat laatste geval is er sprake van een hypopneu. „In beide situaties kan de zuurstofconcentratie in het bloed dalen, waarna de hartslag en de spierspanning in de luchtwegen stijgen, zodat de ademhaling weer op gang komt. Daar kun je wakker door worden, maar het hoeft niet.” De ademstops gaan vaak gepaard met gesnurk, maar niet elke snurker is direct apneupatiënt.

Pas als zulke ademstops ten minste vijfmaal per uur plaatsvinden, is er sprake van obstructief slaapapneu (OSA). Als het over slaapapneu gaat, is dát vaak waaraan wordt gerefereerd. De American Academy of Sleep Medicine hanteert een (ook door het OLVG gebruikte) methode om apneus te meten waarbij wordt gekeken naar het percentage ‘flowreductie’ in de luchtwegen per tien seconden. Dat wordt gemeten met een metertje in de neus en elektroden op het lichaam.

Naast OSA bestaat er nog een zeldzamere vorm, CSA: centraal slaapapneu. Daarbij is geen sprake van obstructie (en meestal ook niet van gesnurk), maar is er iets mis met de aansturing vanuit de hersenen. Het brein geeft simpelweg onvoldoende prikkels om te ademen. Dat komt meestal voor bij mensen met hersenaandoeningen, zoals de ziekte van Parkinson, of bij mensen met een beroerte of chronische hartproblemen.

Zo fris als een hoentje

Volgens cijfers van de Apneuvereniging hebben in Nederland vermoedelijk zo’n 600.000 mensen een serieuze vorm van slaapapneu (hoofdzakelijk OSA), van wie nog niet de helft behandeld wordt. Toch is Van Maanen terughoudend met het noemen van specifieke aantallen. „Juist ook omdat niet iedereen er in gelijke mate last van heeft. Zoals gezegd zijn ademstops niet abnormaal, en als jij er toevallig zes per uur hebt maar je bent overdag zo fris als een hoentje en noch je gezondheid noch je relatie lijdt eronder, dan is er in principe geen reden tot zorg. Maar als je overdag overmatig slaperig bent of hartklachten hebt, dan is het wél reden om er iets aan te doen.” Bij ernstiger vormen van OSA en klachten van overmatige slaperigheid overdag kunnen mensen zelfs tijdens het autorijden in slaap vallen.

Er zijn ook apneupatiënten die opvallend vaak moeten plassen ’s nachts

Peter van Maanen arts

Dat mensen met slaapapneu zo slaperig kunnen zijn overdag, komt onder andere doordat hun brein bij elke ademstop weer even in de waakstand schiet: zelfs al zijn ze zich daar niet direct van bewust, hun slaap wordt wel onderbroken. Van Maanen: „Dit gefragmenteerd slapen ’s nachts zorgt voor een verminderde slaapkwaliteit en een verhoogde slaapdruk overdag. Sommigen schrikken daadwerkelijk wakker ’s nachts, al dan niet met een benauwd gevoel. En er zijn ook apneupatiënten die opvallend vaak moeten plassen ’s nachts. Een theorie is dat de ademstops voor een verhoogde uitscheiding van zogeheten natriuretische peptiden in het hart zorgen, en dat leidt weer tot plasdrang.”

Blijft ernstige apneu onbehandeld, dan kan dat grote risico’s voor de gezondheid met zich meebrengen, benadrukt Van Maanen. „Een hoog aantal ademstops en zuurstofspanningdalingen vergroten de kans op onder andere hart- en herseninfarcten, hoge bloeddruk en boezemfibrilleren. Als mensen daarnaast ook last hebben van insomnie, dus slapeloosheid, ligt het risico nog hoger.”

Minder heftige vormen

Het behandelen van slaapapneu hangt allereerst af van de variant. OSA kan positieafhankelijk zijn en uitsluitend plaatsvinden bij rugligging, net als de ‘gewone’ apneus die mensen soms hebben. Van Maanen: „Vooral bij mensen met minder heftige vormen van slaapapneu zien we positieafhankelijkheid vaker. Ik heb tijdens mijn promotie onderzoek gedaan naar de werking van een band die rond de borst wordt geplaatst en die gaat trillen als je op je rug ligt. Het idee is dat je daardoor in je slaap vanzelf weer op je zij draait.” Dat is een makkelijke behandeling, maar uit patiëntenfora blijkt dat de band niet voor iedereen werkt: sommige mensen worden wakker van de trilling of reageren er juist niet op, anderen verschuiven de band in hun slaap zodanig dat ze alsnog ongestoord verder slapen op hun rug. Over de invloed van bijvoorbeeld een zacht of juist hard matras op slaapapneu is vanuit de wetenschap nog te weinig bekend.

„Als iemand met apneuklachten langskomt, probeer ik altijd door te vragen naar leefstijl. Drinkt iemand tien glazen alcohol per dag of heeft iemand ernstig overgewicht, dan is het mijn taak als arts om te wijzen op de gezondheidsrisico’s daarvan. Met leefstijlverandering kom je soms al een heel eind. Van oudsher is OSA een ziektebeeld van mannen van middelbare leeftijd met overgewicht. En al zien we tegenwoordig ook steeds meer vrouwen, dat overgewicht klopt nog altijd.” Mensen met overgewicht hebben niet alleen meer kans op het ontwikkelen van OSA, het omgekeerde is ook het geval: mensen met OSA krijgen sneller obesitas. „Dat komt doordat er een verstoring in hun hormoonhuishouding optreedt, waardoor stofjes die eetlust opwekken en hongergevoel reguleren in afwijkende concentraties in het bloed worden uitgescheiden.”

Chirurgische ingrepen of een bitje

Bij zwaardere vormen van apneu is CPAP nog altijd het gangbare advies, benadrukt hij. „Zowel bij obstructief apneu als bij centraal apneu, al is de luchtstroomdruk in dat laatste geval meestal lager.” Pas als dat niet aanslaat, wordt in het geval van OSA gekeken naar andere oplossingen – bijvoorbeeld naar een bitje dat de onderkaak iets naar voren zet, of naar chirurgische ingrepen.

Ook bestaan er behandelingen die op specifieke zenuwen gericht zijn. Zo publiceerde een internationaal team van kno-artsen, onder wie Van Maanens collega Nico de Vries, in 2014 een onderzoek in het New England Journal of Medicine naar zogeheten tongzenuwstimulatie. „Daarbij zorg je via een pacemaker voor elektrische stimulatie van de nervus hypoglossus, een motorische hersenzenuw die als functie heeft om de tong naar voren te bewegen. Sinds 2014 zijn wereldwijd 40.000 mensen op die manier geopereerd. Het is een duurdere behandeling waarvoor alleen patiënten in aanmerking komen met ernstige apneu bij wie CPAP-behandeling niet is gelukt.”

En dan is er tot slot voor patiënten met CSA nog een nieuwe behandeling die draait om stimulatie van de nervus phrenicus oftewel de middenrifszenuw. Daarmee wordt via een pacemaker het middenrif gestimuleerd om een normalere nachtelijke ademhaling te krijgen.

„Op het moment wordt die nog niet in Nederland uitgevoerd”, vertelt Van Maanen. „Maar volgend jaar beginnen we met de eerste testen. Op het gebied van slaapapneubehandeling leren we altijd nog bij.”