Reportage

In dit Haagse ziekenhuis helpen Filippijnse verpleegkundigen de werkdruk verminderen

Gezondheidszorg Het Haaglanden Medisch Centrum heeft zo’n 140 vacatures openstaan. Om die tekorten op te lossen, werft het ziekenhuis verpleegkundigen uit Azië. „Op de Filippijnen hebben we geen elektronische patiëntendossiers.”

Verpleegkundige Carol Vidal is met een buddy aan het werk op de locatie Bronovo.
Verpleegkundige Carol Vidal is met een buddy aan het werk op de locatie Bronovo. Foto David van Dam

Kroketten zijn lekker, haring ook. Fietsen is nog geen feest, al doen ze het wel iedere werkdag. De zes verpleegkundigen uit de Filippijnen die deze week aan de slag zijn gegaan in het Haaglanden Medisch Centrum (HMC) zijn de afgelopen weken ondergedompeld in de Nederlandse samenleving. Eerst een aantal maanden intensieve taalles op de Filippijnen, toen vanaf 1 november een kennismaking met Nederland en met het zorgstelsel.

Hoe werkt het elektronisch patiëntendossier? En hoe bedien je de draagliften? Deze week is het echte werk begonnen en leren ze samen met een vaste buddy hoe ze patiënten in het HMC kunnen verzorgen. In het Nederlands. „Nou, dat gaat al hartstikke goed, hè”, zegt een oudere patiënte bemoedigend tegen Donna Bantang tijdens de wondcontrole. Zelf vindt Bantang (28) dat ze haar „vocabulaire nog wel wat mag verbeteren”.

Als eerste ziekenhuis in Nederland is het Haaglanden Medisch Centrum opnieuw begonnen met de inzet van verpleegkundigen uit het buitenland, om zo de werkdruk iets te kunnen verlichten. Nieuwe verpleegkundigen zijn mondjesmaat te vinden. Alleen al het HMC, met drie ziekenhuizen in de regio Den Haag, heeft momenteel zo’n 140 vacatures openstaan. „Dat tekort is bij andere ziekenhuizen net zo”, zegt zorgmanager Jacomine van Rijn. „We vissen doorgaans in dezelfde vijver, dus hadden we een nieuwe manier van werven nodig.” Bijna twintig jaar geleden haalde uitzendconcern Randstad verpleegkundigen uit Polen, ditmaal werden de ogen op Azië gericht: deze week zijn er zes verpleegkundigen uit de Filippijnen begonnen; begin 2023 volgen nog vijf verpleegkundigen uit Indonesië.

We vissen doorgaans in dezelfde vijver, dus hadden we een nieuwe manier van werven nodig

Buiten reguliere kanalen zoeken

Otto Work Force, een internationale arbeidsbemiddelaar met het hoofdkantoor in Venray, zag wel brood in het idee van HMC om buiten de reguliere kanalen te gaan zoeken. Voor de pilot met de Haagse ziekenhuizen is de afspraak gemaakt dat Otto Health Care, dochteronderneming van Otto Work Force, alle organisatorische zaken regelt. Daaronder vallen de sollicitatieprocedures, de taalles in het thuisland en het vervolg in Nederland, maar ook de huisvesting en het introductieprogramma om Nederland te leren kennen.

De verpleegkundigen uit de Filippijnen huren via Otto een eigen studio bij verhuurder Lento. Voor de samenwerking betaalt het HMC een maandelijks bedrag aan Otto. De verpleegkundigen zijn in dienst van het ziekenhuis, dat dus ook hun salaris en interne opleiding betaalt. Ze werken op een zogenoemd GVVA-visum, een werkvisum met onder meer de voorwaarde dat er van tevoren genoeg wervingsinspanningen in Europa zijn gedaan.

De nieuwe werknemers beschikken allemaal over werkervaring, bij voorkeur op de intensive care (IC) of de spoedeisende hulp (SEH). Op die afdelingen mogen ze in Nederland niet direct aan de slag, maar pas als ze de zogeheten BIG-registratie hebben gehaald en officieel staan ingeschreven als gediplomeerd verpleegkundige. Voldoende Nederlandse taalvaardigheid hoort daar nadrukkelijk bij. Die registratie kan formeel binnen zes weken geregeld zijn, maar een jaar is geen uitzondering.

‘Wij krijgen er veel energie van’

De Filippijnse verpleegkundigen mogen maximaal vijf jaar bij het HMC werken, daarna gaan ze terug naar hun moederland. Wordt er niet heel veel moeite gedaan voor werknemers die maar kort kunnen blijven? Zorgmanager Van Rijn hoopt dat er steeds nieuwe aanwas komt. „Nu is het extra werk, maar dat zal minder worden. En ze zijn zo enthousiast, daar krijgen wij ook veel energie van.”

Lees ook: Het gevreesde ‘zorginfarct’ is er al. Wie ermee te maken krijgt? Dat is een kwestie van toeval

Op de afdeling orthopedie in HMC-locatie Bronovo werkt Donna Bantang onder begeleiding van haar collega Marta Bialas (53), die de komende maanden de vaste buddy van Donna is. Marta weet hoe het is om vanuit het buitenland naar een Nederlands ziekenhuis te gaan. Twintig jaar geleden kwam ze uit Polen over, ook als onderdeel van een programma om de tekorten in de zorg op te vangen. Ook zij kreeg van tevoren taalles – „maar ik sprak nog niet zo goed Nederlands als Donna nu, ze begrijpt alles wat ik zeg.” Al zijn de vele afkortingen in het ziekenhuis soms nog een uitdaging. „Wat betekent KMR?”, vraagt Bantang, wijzend naar het whiteboard in de ‘zusterpost’ (waar de verpleegkundigen samenkomen). Het blijkt een afkorting voor ‘kamer’.

Vermoeiend is het wel, met al die nieuwe indrukken, en na het werk nog twee keer in de week taalles. Is het niet té veel? Na de lange aanloop is Donna Bantang vooral blij dat ze kan beginnen. „Het is spannend, maar ik heb zin om te werken.” Deze dinsdag deed ze haar eerste ronde.

Haar collega Carol Vidal (31), die in hetzelfde ziekenhuis is begonnen op de shortstay-afdeling (waar patiënten kort verblijven voor een operatie), loopt al ogenschijnlijk moeiteloos met haar buddy’s mee. Zelf noemt ze het nog een beetje „wennen”. „Op de Filippijnen hebben we geen elektronische patiëntendossiers.” In Saoedi-Arabië, waar ze ook heeft gewerkt, weer wel. „Maar de programma’s werken anders.”

Haar buddy helpt Donna Bantang op weg in het HMC, locatie Bronovo in Den Haag. Foto David van Dam

Zelf je schaar kopen

De 25-jarige Sophie Noteboom, een van de vaste buddy’s van Carol Vidal en zelf algemeen verpleegkundige, vond de komst van haar nieuwe collega „een beetje spannend”. Vidal is in de Filipijnen al gespecialiseerd als verpleegkundige op de spoedeisende hulp. „Ik kijk best tegen haar op, wat kan ik haar nog bijbrengen?” Ze is blij toch „een bijdrage te kunnen leveren” door haar Filippijnse collega wegwijs te maken in het ziekenhuis, met de systemen en met alle andere praktische zaken waar een verpleegkundige in Nederland mee te maken krijgt. Als ze samen een ‘sling’ (een soort mitella) op maat moeten knippen voor een patiënt, blijkt dat Carol Vidal nog geen schaar heeft. Die moeten verpleegkundigen zelf aanschaffen. Ze mag het goudkleurige exemplaar van Sophie lenen. „We kijken zo wel even welke winkel bij jou in de buurt zit waar je er één kunt kopen.”

Als de pilot bij het Haaglanden Medisch Centrum slaagt, zullen meer ziekenhuizen hun blik op Azië richten. Het Zuyderland Medisch Centrum in Limburg heeft ook al een contract gesloten met bemiddelaar Otto Health Care. De aantallen zijn nu nog klein, maar het totale tekort voor zorgmedewerkers in Nederland is 80.000 mensen, van wie 60.000 in verpleging, verzorging en thuiszorg.

Is het wel eerlijk om gespecialiseerd personeel uit Azië te halen om de tekorten in Nederland op te lossen? „Collega’s van ons zijn ter voorbereiding op werkbezoek geweest. Zij vertelden dat er daar eerder een overschot aan hoogopgeleid personeel is”, zegt zorgmanager Van Rijn. En, voegt ze toe, omdat ze na vijf jaar weer teruggaan, nemen ze dan juist weer extra werkervaring mee.

De werkcultuur in Nederland, die noemen Vidal en Bantang allebei als een belangrijke reden om te solliciteren voor het programma van het HMC. Vidal draaide in Saoedi-Arabië werkweken van 48 uur op de spoedeisende hulp. Bantang werkte op de Filippijnen soms wel 68 uur per week. In Nederland hebben ze een werkweek van 36 uur. Bantang: „Ik heb op internet gelezen dat er in Nederland een goede balans tussen werk en privé is.” Het is fijn dat ze met een groepje zijn, zodat ze samen kunnen eten en Nederland kunnen leren kennen. „En oefenen met fietsen.” Natuurlijk, ze zijn ver weg van familie, en ze missen de warmte en de zon. „Maar over twee jaar ga ik misschien wel op vakantie”, zegt Bantang. „Dan kan ik mijn familie zien.”