Hoe het brein overprikkeld raakt, en wat je eraan kan doen

Brein Bij een ‘overprikkeld’ brein werkt de informatiefilter niet meer. Alles komt (te hard) binnen. Maar zo’n veranderd brein kan geheel of gedeeltelijk terug naar de oude toestand, schrijft .

Illustratie Getty Images

Je leest dit. Wat gebeurt er verder om je heen? Is er geluid? Stoort het? Zijn er pratende mensen? Geluiden van buiten? Waar ligt je telefoon? Kauw je ergens op? Kriebelt er iets? Heb je ergens pijn en voel je die opeens, nu je dit leest? Heb je binnenkort een afspraak? Moet je daarvoor niet iets voorbereiden?

Via ogen, oren, mond, neus, huidzenuwen stroomt voortdurend informatie naar je hersenen. Er zijn pogingen gedaan om de hoeveelheid ervan uit te drukken in de moderne termen die we voor digitale opslag gebruiken: 74 gigabyte per dag. Is dat veel voor onze hersenen? Te veel?

Niet noodzakelijk. De meeste informatie die in de loop van de dag binnenkomt, wordt na een snelle toetsing genegeerd. Constant aanwezig achtergrondgeluid, van de luchtverversing tot achtergrondmuziek – we horen het niet meer. De omgeving waarin je dit stuk leest en wat je daarvan ziet – je negeert het. De kleren die in contact zijn met je huid – je voelt ze niet. Alleen wat belangrijk is, of lijkt, vangt je aandacht. Een deur die dichtslaat, iemand die tegen je begint te praten, een vogel die plots vlak langs het raam scheert, je telefoon die piept, een kind dat huilt.

Sommige dingen die mensen je vertellen onthoud je, net zoals de dingen die je geïnteresseerd leest. Zo is het ook met de prikkels die je zelf genereert: je emoties en gedachten. Dat wat aandacht verdient kun je meestal prima scheiden van wat onbelangrijk is. En ’s nachts, tijdens het slapen, zijn de hersenen lekker bezig om alles te sorteren en ordenen.

Totdat het misgaat. Door oncontroleerbare drukte, door een dramatische levenswending, door armoede, ontslag, geweld, scheiding, een ongeluk, door langdurige oneerlijke werkomstandigheden. Dan kan het verschil tussen belangrijk en onbelangrijk wegvallen. Dat rustige achtergrondmuziekje klinkt hard en onrustig. Het geroezemoes om je heen verandert in harde stemmen die door elkaar heen praten. Je móét die gesprekken volgen en erop reageren. Of je vraagt boos om stilte, waarop iedereen je verbaasd aanstaart. De kleinste dingen kunnen tot emotionele uitbarstingen leiden en leuke ideetjes verworden tot niet uit te bannen dwanggedachten. Vermoeidheid, hoofdpijn, huilbuien, vergeetachtigheid, concentratieproblemen worden normaal. Als het doorgaat resulteert het in een burn-out, overspanning of mogelijk een depressie. Allemaal ontstaan, het is een populaire parapluterm, door een overprikkeld brein.

Ongezonde stress, daar hebben we het hier over, doet rare dingen met mensen. Met hun hele lichaam, niet alleen met hersenen, want lichaam en geest zijn één. De hersenen zijn het vermogen verloren om de beperkte hoeveelheid nuttige informatie die dagelijks binnenkomt te filteren uit alle info die er niet toe doet. Een brein dat dat niet meer kan, heet een overprikkeld brein.

Onzorgvuldige uitdrukking

Zo’n brein kan zelfs aangeboren zijn – bij mensen met autismespectrumstoornissen of ADHD, of langzaam tijdens het leven ontstaan door misbruik en verwaarlozing in de jeugd. Trauma’s, ongelukken, gezondheidsproblemen als overgewicht, depressie, ziekte van Parkinson, chronische ontstekingen en bloedcirculatieziekten zoals een beroerte kunnen ook aan de basis staan. Vaak duurt het maanden of jaren voordat iemand vreselijk last van heeft een overprikkeld brein.

Het is een onzorgvuldige uitdrukking. Er zijn niet meer prikkels dan anders, maar de verwerking hapert. Eigenlijk is het een aselectief brein, of een tomeloos brein. Maar hoe ziet het er uit? Is er iets veranderd? En zo ja, wat dan?

Hersenonderzoekers hebben de afgelopen veertig jaar aangetoond dat het gaat om trage veranderingen in hersencellen en hun onderlinge verbindingen. Of, als het aangeboren is, om anders aangelegde hersenverbindingen. Hoe het vanaf de geboorte gaat is nog tamelijk onzeker, maar de veranderingen in de loop van het leven ontstaan bijna altijd onder invloed van stresshormonen. Dat is wat deze waaier aan verschijnselen door een overprikkeld brein gemeenschappelijk hebben: ze vinden hun oorzaak in het stresssysteem in het lichaam.

Kun je niet beter wat anders doen dan deze tekst over het overprikkelde brein lezen?

Dat stresssysteem is al stokoud en is tientallen miljoenen jaren geleden, vroeg in de evolutie van dieren, ontstaan. Alle dieren hebben ongeveer dezelfde stresshormonen. Zelfs reptielen. De verwijzing naar ons reptielenbrein, dat nog diep in onze hersenen zou zetelen, waar in de loop van de evolutie steeds ‘modernere’ hersendelen omheen zijn gebouwd, is erg populair. Het stresssysteem is vanouds nuttig om bij een aanval of naderend gevecht een snelle vlucht-, vecht- of vriesreactie op te wekken. Snelle hartslag. Bloed naar de spieren. Hersenen die snel op alle input van ogen en oren reageren.

Die reactie op gevaar moet vliegensvlug kunnen ontstaan, maar kan vaak ook snel weer verdwijnen. Alle dieren, wij ook, hebben dat: zodra er stresshormonen door het lijf jagen, schakelen die ook meteen een mechanisme aan waardoor even later alles weer stil kan worden gelegd.

Overleven in noodsituaties

Het is een basaal, maar toch al knap ingewikkeld stresssysteem, belangrijk om in kritieke noodsituaties te overleven. Maar als één ding in de loop van veertig jaar modern stressonderzoek duidelijk is geworden: het is veel ingewikkelder dan ooit gedacht.

Allereerst zagen onderzoekers dat het stresssysteem niet puur op hart, spieren en aandachtsvermogen is gericht. Ook het leren en onthouden wordt veranderd door stresshormonen. En de eetlust, suikervertering, vetopslag, sociale vaardigheden, de zin in seks; alles staat onder invloed van stresshormonen. Alle hersendelen die later in de evolutie zijn ontstaan, en die we alleen bij zoogdieren of apen en mensen zien, doen mee.

En verder is nu duidelijk dat door langdurige, als schadelijk ervaren stress, hersencellen in sommige hersengebieden sterven en verdwijnen en op andere plaatsen worden bijgemaakt. En dat verbindingen tussen hersencellen en -delen, belangrijk voor het gecoördineerd functioneren en voor alle gedachte- en geheugenfuncties, ook worden omgevormd. Dat aanpassen is een proces van maanden of jaren.

Sommige hersendelen zijn erg gevoelig en ondergaan grote veranderingen. De hippocampus (leren en onthouden), de amygdala (emoties) en de prefrontale cortex (sociaal gedraag) veranderen sterk. Er ontstaat een ‘nieuw normaal’ dat misschien niet nuttig is bij vluchten of vechten, maar dat bij langdurige stress een overlevingsfunctie heeft. Een vermoeid, initiatiefloos, teruggetrokken, zeg maar enigszins depressief leven kan een manier van overleven zijn.

Hoe die aanpassingen tot stand komen is ingewikkeld en nog maar gedeeltelijk bekend. Het draait om stresshormonen, die als boodschappermolecuul werken. Er zijn tientallen stressgerelateerde hormonen, die bovendien in de hersenen een andere functie hebben dan elders in het lichaam. En die stresshormonen regelen lichaamsfuncties, zoals het aflezen van genen die bouwstenen en weer nieuwe signaalmoleculen laten produceren. Uiteindelijk zijn er honderden genen en duizenden biologisch actieve moleculen die in verschillende organen ieder op hun eigen manier op stress reageren. Dat interactieve systeem kan een lichaam omvormen naar een toestand van burn-out, depressie, vermoeidheid en alle verschijnselen die bij een ‘overprikkeld’ brein kunnen ontstaan.

Kan zo’n veranderd brein weer terug naar zijn oude toestand? Ja, geheel of gedeeltelijk, en ook afhankelijk van de manier waarop het is ontstaan. Maar er zal nooit een tovermedicijn zijn, één chemisch of ‘natuurlijk’ stofje dat dat hele interactieve systeem weer op de rails zal zetten. Een medicijn is bijna altijd slechts een bescheiden hulpje. Maar de veerkracht van een lichaam dat in rustiger vaarwater komt, kan enorm zijn. Er blijven wat sporen zichtbaar. Maar die omgevormde hersenverbindingen, die gierende stresshormonen, die in de loop van jaren of maanden zijn ontstaan, kunnen onder gunstige omstandigheden weer grotendeels terug naar normaal.